Hulp EU Kosovo kost 1,6 mld extra

De hulp voor vluchtelingen uit Kosovo gaat de Europese Unie nog eens 1,6 miljard gulden kosten. Dat heeft de Franse minister van Financiën, Strauss-Kahn, gisteravond gezegd. De EU heeft al ruim een half miljard gulden voor humanitaire hulp bij de Kosovo crisis vrijgemaakt. De ministers van Financiën uit de 15 lidstaten van de EU zouden vandaag op een informele bijeenkomst in Dresden onder leiding van hun Duitse collega Eichel overleggen over de financiële en economische gevolgen van de Kosovo crisis.

Zowel Eichel als Strauss-Kahn zei gisteravond voorstander te zijn van een schuldenmoratorium voor Macedonië en Albanië. De Franse minister heeft berekend dat zo'n moratorium voor twee jaar de schuldeisende landen 350 miljoen gulden kost. Albanië heeft een schuld van 900 miljoen dollar bij de zogeheten Club van Parijs – waarin de landen zijn verenigd die kredieten hebben verstrekt. Macedonië heeft een schuld van 1,2 miljard dollar.

Frankrijk wil dat een speciaal Balkan-comité wordt gevormd waaraan het Internationale Monetaire Fonds (IMF), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), de Europese Unie en de Verenigde Naties deelnemen. Dit comité zou de hulp en de wederopbouw in de Balkan moeten gaan coördineren.

Volgens de Duitse minister Eichel is nog niet te overzien hoeveel uitvoering van plannen voor hulpverlening na afloop van het huidige militaire conflict om Kosovo totaal gaan kosten. Duitsland wil een grootscheeps hulpprogramma, niet alleen voor de wederopbouw van Kosovo maar ook voor hulp aan de omringende landen. De bedoeling is om de welvaart en daarmee de politieke stabiliteit te stimuleren. Bovendien is het de bedoeling dat de democratie wordt versterkt. Minister Eichel vergeleek de hulp die moet worden opgezet daarom met wat met behulp van het Marshallplan na de Tweede Wereldoorlog voor Duitsland is gedaan.

De ministers van Financiën zouden vandaag op hun bijeenkomst in Dresden ook praten over de economische gevolgen van de crisis over Kosovo voor de verschillende landen van de Europese Unie. Eichel noemde als voorbeelden Italië, dat burgervliegvelden heeft moeten sluiten, en Griekenland, dat vrachtverkeer naar andere EU-landen niet meer door Joegoslavië kan laten rijden. Ook de economiën van kandidaatlidstaten van de EU worden getroffen door de crisis, met name omdat de Donau niet meer bevaarbaar is sinds de NAVO bruggen heeft gebombardeerd. De export van Roemenië, Bulgarije en Hongarije naar de Balkan is vrijwel stilgevallen.