Hollands Dagboek

Fotograaf Frans Lanting (47) ontving afgelopen donderdag de Capi-Lux Alblasprijs voor zijn gehele oeuvre. Wereldwijd worden Lantings natuurfoto's gepubliceerd. Hij woont met zijn vrouw Christine Eckstrom in Californië.

Dinsdag 6 april

Santa Cruz, Californië.

De coyotes beginnen te huilen net voor de wekker afloopt om vier uur 'sochtends. Zo te horen zijn ze vlakbij. Het geeft me een gevoel van voldoening.Toen Christine en ik hier net woonden, durfden ze amper in de buurt te komen, nu voelen ze zich veilig genoeg om rondom ons huis kabaal te maken. Tegen zonsopgang bekruipt me een lichte paniek, dat ik van alles en nog wat vergeet, dus er gaat weer veel te veel mijn koffer in. Die is amper dicht als de chauffeur aankomt die ons naar het vliegveld brengt. De eerste twee kilometer gaat de weg heuvelafwaarts direct naar de Stille Oceaan toe. Voor ons strekt de Monterey Bay zich uit in al zijn glorie. Na een lange, koude winter is het eindelijk lente en het landschap zindert met eindeloze variaties op de kleur groen. Zelfs de stugge eiken zien er zacht uit. Ik kijk mijn ogen uit en ik heb opeens weinig zin meer naar Europa te gaan. Als het kon, zou ik de reis zo afgelasten, mijn camera's oppikken en er stiekem tussenuit knijpen voor een week zonder vast plan, maar ja.

Woensdag

Milaan.

Grazia Neri's fotoagentschap in Milaan is enorm gegroeid sinds ik hier voor het laatst was. De archieven puilen uit met reisreportages, Hollywoodportretten, oorlogswaanzin en modefoto's. Als fotograaf kan je er moedeloos van worden. Alles, zo lijkt het, is al gefotografeerd en gepubliceerd. Wat heeft het voor zin om daar nog iets aan toe te voegen? Grazia denkt daar anders over. Na twintig jaar heeft ze niets van haar enthousiasme voor nieuwe fotografie verloren. Misschien is dat een reden dat ze zo'n belangrijke fotoagent is geworden. Via haar bemiddeling is er een afspraak voor me gemaakt met de redactie van La Repubblica delle Donne, een luxe tijdschrift wat doet denken aan de succesformule van het blad Avenue uit de jaren zeventig; mode, kunst, reizen, erotiek en popcultuur samen in een stijlvolle vormgeving. Met de hoofdredacteur en de art director bespreek ik een publicatie van mijn reportage over `biodiversity', een globaal overzicht van natuur en natuurbescherming aan de rand van de eeuwwisseling gemaakt voor National Geographic. Ik ben er bijna een jaar voor op reis geweest. De grootste opdracht van mijn loopbaan en een ongelofelijke ervaring. De Geographic bracht het resultaat in februari uit als een omslagverhaal van negentig bladzijden en nu kunnen andere bladen gebruikmaken van het werk. Alhoewel fotografie op zichzelf een universele taal spreekt, worden foto's toch in ieder land weer anders beoordeeld. Nuchtere Nederlanders kijken anders tegen beelden aan dan geëmotioneerde Italianen. Voor mij is het inspirerend om direct contact te onderhouden met verschillende redacties; het verbreedt mijn kijk op de wereld van het uitgeven. Rond de lichttafel praten we over alternatieve themakeuzes en worden het makkelijk eens. De zakelijke afspraak is simpel; een handdruk op basis van een rond bedrag. Het lijkt allemaal gemoedelijk en informeel, maar 's avonds hoor ik van Grazia, dat ook in Italië de veranderingen in de fotowereld flink doorzetten. In Amerika zijn grootinvesteerders Bill Gates en Mark Getty in snel tempo bezig kleine agentschappen op te kopen om enorme fotocollecties op te bouwen, die overal ter wereld aan de man gebracht worden op een manier die wel wat overeenkomst heeft met de marketing-filosofie van McDonald's. Zowel Grazia als ik hecht aan onze zelfstandigheid en wil liever geen verlengstuk worden van een multinational. We ontmoeten elkaar in Bugatta, een kunstenaarsrestaurant, waar de muren vol hangen met karikaturen van bekende Italiaanse artiesten, die ieder hun eigen verhaal zouden kunnen vertellen over de gespannen relatie tussen kunst en commercie.

Donderdag

Milaan.

Ik word gewekt door twee merels, die nog voor het licht wordt een duet aangaan. Sinds ik naar Californië emigreerde, twintig jaar terug, hoor ik amper merels meer. In de anonieme atmosfeer van een schemerige hotelkamer klinken ze mooier dan ooit. Flarden van vroeger komen naar boven. Ik ben ondanks een nacht slapen doodmoe. De jetlag slaat toe. Ook Chris kan amper overeind komen. Zelfs drie cappuccino's hebben weinig effect. Ik schrijf vandaag maar af. Vrijdag Verona. Om acht uur worden we opgepikt door Lello Piazza, die ons vergezelt naar Verona waar vandaag een tentoonstelling van mijn foto's wordt geopend. Grazia gaat mee evenals Elena Ceratti, die al vele jaren met haar samenwerkt. Terwijl we in een noodgang over de Autostrada rijden met Lello achter het stuur ontstaat er een levendige discussie over het gebruik van computers om natuurfoto's te manipuleren; iets wat de laatste paar jaar onder druk van commercieel bejag ingang heeft gevonden. Zo kun je nu een corpulente ijsbeer uit een dierentuin in een landschap uit Antarctica zien liggen en lopen er in een kudde olifanten ineens een stel bij die digitale klonen blijken te zijn. Ik vind het een bespottelijke ontwikkeling en Grazia wil er ook niks van hebben, maar Lello houdt een slag om zijn arm, ondanks het feit dat hij fotoredacteur is van Airone, een vooraanstaand Italiaans natuurtijdschrift. Ik gun hem best zijn mening, maar vind het doodgriezelig dat hij met 140 km per uur achterom blijft kijken om zijn argumenten kracht bij te zetten. We halen Verona net op tijd om even de tentoonstelling te bekijken voor de persconferentie begint. Scavi Scaglieri is een ongelofelijke ruimte, grotendeels ondergronds en om een tweeduizend jaar oude Romeinse ruïne heen gebouwd. Aan muren van naakt beton hangen de foto's uit mijn boek Oog in Oog, een ode aan de vitaliteit van de dierenwereld. Tijdens de opening op de middeleeuwse binnenplaats van dit bijzondere museum houdt Lello een toespraak in het Italiaans over natuurfotografie. Ik kan het amper volgen en ben afgeleid door de gierzwaluwen die door de lucht scheren als Lello de namen van twee bevriende collega's noemt die tragisch verongelukt zijn tijdens hun werk: Dieter Plage's zeppelin begaf het boven een oerwoud in Sumatra en Michio Hoshino werd het slachtoffer van een neurotische beer in Kamsjatka. Ik moet opeens hard omhoog kijken. Alleen Chris merkt iets.

Zaterdag

Venetië.

Toen Chris tijdens onze reisplanning te weten kwam dat we vanuit Verona behalve via Milaan ook van Venetië naar Keulen konden vliegen was de keuze snel gemaakt. Geen van beiden zijn we ooit in Venetië geweest en het vooruitzicht om daar samen een weekeinde door te brengen zonder werk of sociale verplichtingen geeft ons een vakantiegevoel nog voor we de trein instappen. Twee uur later stappen we het station van Venetië uit en een watertaxi in, die ons een kwartier later afzet op de kade van San Marco. Met koffers op wieltjes lopen we een steegje in waar de eigenaars van een klein hotel ons verwelkomen als familie. Fiorenza en haar man zijn vrienden van Lello; ze lezen zijn blad en kennen mijn werk al sinds jaren. Een betere entree tot Venetië hadden we ons niet kunnen wensen. In onze kamer staat een fles champagne klaar met twee glazen. Een paar uur later lopen we met een licht gevoel de mensenmenigte van Venetië in. Het Piazza San Marco staat vol met meer mensen en duiven dan ik ooit bij elkaar heb gezien. De vogeloverbevolking heeft natuurlijk met bijvoeren te maken, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat de overdadige Venetiaanse architectuur met al zijn hoekjes en gaatjes ontworpen is door een duivenliefhebber. Vanwege een aversie tegen mensenmassa's besluiten we om de grote trekplijsters van Venetië maar te vermijden. Marco Polo's huis is kennelijk geen attractie van formaat, want het is doodstil in het straatje, waar hij uitgelopen moet zijn op weg naar het toen nog onbekende Verre Oosten. Wij dwalen verder zonder een bepaald doel door een labyrint van stegen en bruggen. Voor we aankwamen in Venetië had ik me voorgenomen om mezelf in bedwang te houden en niet als een gek te gaan fotograferen, maar het is moeilijk om me daar aan te houden. Ik heb zelden zoiets oogstrelends van menselijke makelij gezien als deze stad, die al eeuwen aan het vervallen en verzinken is, waardoor de oorspronkelijke bouwwerken een organisch karakter hebben. Zondag Keulen. Zelfs de verlokkingen van Venetië krijgen ons niet uit bed op zondagochtend. We hoeven pas 's middags weg en geven onszelf de tijd. We nemen op klassieke wijze afscheid van Venetië in een glanzend gebeitste speedboot die ons van de kade afhaalt. Fiorenza en Chris blijven maar zwaaien. Het leven is mooi. Een paar uur later is de Italiaanse romantiek jammer genoeg vervangen door Duitse zakelijkheid en het weer heeft zich daarbij aangepast. Het is koud in Keulen. We nemen onze intrek in een modern hotel waar ook de popgroep Backstreet Boys blijkt te bivakkeren. Een legioen teenagers hangt rond op straat. Ze beginnen te lachen als wij het hotel vroeg op de avond uitlopen met een plastic pinguïn van zo'n meter groot; een cadeautje voor Benedikt Taschen, de uitgever van mijn boek Oog in Oog, voor wie we een nieuw boek over pinguïns maken. De opblaasbare pinguïn die we meezeulen vanuit Californië is behoorlijk bereisd. Hij is ook al eens meegeweest naar Antarctica, toen ik daar een paar jaar geleden heenging met een Japanse televisieploeg voor een documentaire over keizerspinguïns. Op het ijs van Antarctica fungeerde hij als een object van nieuwsgierigheid voor de echte keizerspinguïns die hem bijzonder interessant vonden. Nu wordt zijn eindbestemming de woonkamer van Benedikt en Angelika Taschen, die vol staat met modern kunstwerk. Benedikts levensstijl reflecteert zijn uitgeversfilosofie en omgekeerd; beide zijn gericht op kunst, architectuur, erotiek en fotografie van hoog niveau. Na jaren van onbevredigende relaties met andere uitgevers, die meestal vastliepen op domme details, is het werken met Taschen een verademing. Voor Benedikt is zijn vrouw Angelika, een afgestudeerd filosoof die zich het boeken maken heeft eigengemaakt, net zo'n belangrijke partner als Chris met haar ervaring als stafschrijfster en redactrice voor de National Geographic Society, voor mij is. Met een fles wijn op tafel en zonder accountant of marketingexpert erbij bespreken we met ons vieren nieuwe projecten, terwijl Taschens kinderen de pinguïn platknuffelen.

Maandag

Keulen.

Een dag vol details. Het Pinguïnboek moet in snel tempo worden afgemaakt en dat vergt een internationale coördinatie die afhankelijk is van moderne wonderen als Federal Express en e-mail. De dia's komen van onze studio in Santa Cruz, de ontwerper opereert vanuit San Francisco en voor de gelijktijdige vertaling in Duits, Spaans, Nederlands en Frans uit het Engels waarin ik de tekst heb geschreven met Chris als redactrice komen er nog een aantal complicaties bij. Zo blijkt onze conceptuele boektitel Penguin, gekozen om een bewust onderscheid te maken met vele al bestaande tamelijk conventionele boeken over hetzelfde onderwerp, op tegenstand te stuiten. In het Duits moet er kennelijk der voor, in het Frans le om het grammaticaal aanvaardbaar te maken. Uren discussies, maar uiteindelijk geeft Benedikts gevoel voor kunst ons het argument om de regels toch maar te breken. Penguin it will be!

Dinsdag 13 april

Amsterdam.

Omgekeerde nostalgie als we met hondenweer in Nederland arriveren. Ik weet zeker dat nu in Santa Cruz de zon schijnt en dat de kolibries rond ons huis hun baltsdans uitvoeren. We installeren ons in Krasnapolsky, een paar minuten van de Oude Kerk waar met man en macht gewerkt wordt aan de Capi-Lux tentoonstelling, die overmorgen geopend wordt. Het is een presentatie van traditionele en moderne media. Grote fotopanelen komen te hangen aan een imposante lichtgevende muur, gemaakt van wit doek met TL-buizen van binnen. Op een leestafel met mijn fotoboeken staat ook een IMac computer, die een directe verbinding mogelijk maakt naar onze website (www.lanting.com) die we vanuit de studio in Californië hebben opgebouwd. Op tv-schermen flikkeren de beelden van videoproducties, die weer een ander gebruik van mijn fotografisch werk tonen. Het geheel ziet er dankzij de ondersteuning van Capi-Lux en het harde werk van het dynamische duo Elsje en Marleen Drewes prachtig uit. Ik ben nog geen dag in Amsterdam als een mediagolf losbarst van radio, tv en persinterviews, die me overrompelt. Dat mijn bezetenheid voor natuur en de vertaling daarvan in fotografie niet alleen meer een privé-aangelegenheid is, verbaast me na twintig jaar nog steeds. Als fotograaf kan je er moedeloos van worden. Alles, zo lijkt het, is al gefotografeerd Nuchtere Nederlanders kijken anders tegen beelden aan dan geëmotioneerde Italianen