Het inkomen van ... de hovenier

Wie zich een tuinman voorstelt als een man op leeftijd, een beetje gebogen en lurkend aan een pijp, heeft het mis. De hovenier is weliswaar meestal een man, maar het hoveniersbedrijf is een moderne bedrijfstak, tenminste als je de homepage mag geloven van de brancheorganisatie, de Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG).

Wie wèl een passie heeft voor struiken, aarde, bollen en bielzen, maar geen zin in vieze vingers kan altijd de hovenier inschakelen. Volgens de VHG (www.vhg.org) hangt er aan het inrichten van een normale voor- of achtertuin een prijskaartje van vijf à tienduizend gulden. In termijnen betalen kan ook. Bij een aantal bedrijven in Nederland is het mogelijk de tuin te leasen. Voor een vast bedrag per maand kan de consument dan zijn of haar droomtuin kopen, inclusief overlijdensrisico- en tuinverzekering.

Het gaat niet slecht met de hovenier. Op dit moment zelf al helemaal niet, want de lente is de toptijd, maar ook in het algemeen is omzet de laatste jaren gestegen Het is in de mode om iets aan de tuin te doen. De tuin is een hot item in televisieprogramma's en tijdschriften. Nico Koch van de VHG denkt dat de omzetstijging met name te danken is aan deze trend en minder aan de komst van nieuwbouwwijken: `mensen die net een hypotheek hebben afgesloten voor een nieuwe woning, leggen de prioriteit meestal niet bij de inrichting van hun tuin door een hovenier'.

In Nederland zijn zo'n 3200 hoveniers en groenvoorzieners. Daarvan zijn 1200 aangesloten bij de VHG. De Brancheorganisatie verdeelt zijn leden in 1000 hoveniers en 200 groenvoorzieners. Het beroep hovenier is gedefinieerd als `de aanleg en onderhoud van tuinen voor particulieren, bedrijven en overheid' Groenvoorzieners zorgen hoofdzakelijk voor de aanleg en het onderhoud van openbaar groen. Het zijn deze bedrijven die bermen onderhouden, golfbanen aanleggen of zelfs hele bossen uit de grond stampen. De scheiding tussen beide bedrijfssoorten is niet strak te trekken. Hoveniers nemen ook wel eens grotere klussen aan. Groenvoorzieners zijn niet te beroerd om ook eens een tuin aan te leggen. Het verschil zit volgens de VHG niet alleen in de werkzaamheden maar ook in de omvang: groenvoorzieners zijn over het algemeen de grote bedrijven met veel personeel en machines. Hoveniers halen het grootste deel van hun omzet uit opdrachten van particulieren. Groenvoorzieners leven met name van de overheid.

In de hoveniersbranche werken in totaal zo'n 15.000 mensen. De werknemers worden betaald volgens de CAO voor het hoveniersbedrijf in Nederland. De lonen voor de vakarbeiders, de hoveniers met een diploma, lopen uiteen van ruwweg 2400 tot 4000 gulden bruto per maand, afhankelijk van leeftijd en ervaring. De groep vakarbeiders met drie functiejaren is het grootst in Nederland. Dit personeel krijgt 3400 bruto per maand. De lonen voor het personeel zonder diploma liggen lager. Een voorman verdient meer. Die kan maximaal op een salaris uitkomen van 4100 gulden bruto per maand.

Anders ligt het met de zelfstandige ondernemers, die niet in loondienst zijn maar zichzelf een inkomen uit winst toekennen. De VHG heeft daar zelf geen harde gegevens over, maar wel een indicatie. De ervaring leert dat de kleine hoveniers per jaar een inkomen hebben dat tussen de 40.000 en 170.000 gulden bruto per jaar ligt. Volgens een woordvoerder van de VHG zit de grootste groep kleine hoveniers tussen de 55.000 en de 85.000 gulden bruto per jaar.

Tussen hoveniersbedrijven zijn grote verschillen. Volgens het CBS werken 1036 hoveniers als gezinsbedrijf zonder (betaald) personeel. Een ongeveer even groot aantal heeft minder dan tien werknemers in dienst. Ook dit zijn voor het overgrote deel gezinsbedrijven. Slechts een honderdtal hoveniers/groenvoorzieners heeft meer personeel in dienst, variërend van tientallen tot honderden personeelsleden. Deze draaien voor het grootste deel als bv. Bij deze bedrijfsvorm staat het belastbaar inkomen van de eigenaar-directeur op de loonlijst van het bedrijf, en daar is dus weinig over te zeggen.

Het is denkbaar dat zij nog een deel van de winst bij hun persoonlijke salaris optellen. Bij de gezinsbedrijven is het gemakkelijker om wat over het inkomen te zeggen omdat dit rechtstreeks uit het bedrijfsresultaat komt. Gemiddeld ligt het bedrijfsresultaat van de kleine hoveniersbedrijven zonder personeel op 39.000 gulden per jaar. Daar moet dan nog wel belasting over betaald worden, maar investeringen worden meestal gedaan middels leningen, dus die tasten het inkomen niet aan. Voor de wat grotere gezinsbedrijven met een paar personeelseden ligt het bruto bedrijfsresultaat gemiddeld op 85.000 gulden.

Een woordvoerder van de VHG voegt er aan toe dat het altijd om gemiddelden gaat. In het meteorologisch onstabiele Nederland gaat het ook wel eens wat minder. Veel hoveniers en groenvoorzieners hebben veel last gehad van de nattigheid van afgelopen jaar, waardoor er vaak niets uitgericht kon worden. De vereniging denkt dan ook dat de cijfers over het najaar van 1998 een dipje zullen vertonen.