De spoken van Berlijn

Als de 699 Bondsdagleden maandag de vernieuwde Rijksdag inwijden, hopen ze het verleden te begraven. Maar in Berlijn is er niet aan te ontkomen. Spoken van de nazi-tijd en het communisme huizen in gebouwen, ruïnes, monumenten. Historicus Brian Ladd geeft een ghosttour door een stad vol littekens.

Philipp Scheidemann, SPD-parlementariër en vice-voorzitter van de partij, had zich door het roerige Berlijn naar de Rijksdag begeven voor een goede lunch. Een dikke, onverstoorbare sociaal-democraat die aan een rustige middagpauze hechtte.

Het was een kille, grauwe ochtend, die negende november 1918. In Duitsland was de algemene werkstaking begonnen. In de straten rondom de Rijksdag joelden tienduizenden arbeiders. Ze zwaaiden met rode vlaggen en riepen dat de regering van prins Max von Baden moest terugtreden.

Scheidemann had net een bord aardappelsoep besteld, of een groep arbeiders en soldaten viel het restaurant van de Rijksdag binnen en stevende op hem af. ,,Philipp, je moet het woord voeren. Liebknecht staat op het balkon van het paleis. Hij wil de Sovjet-republiek uitroepen.''

Scheidemann begreep onmiddellijk wat er aan de hand was. Het oppergezag in handen van arbeiders- en soldatenraden, Duitsland een provincie van Rusland! Nee, nee, duizendmaal nee. Hij liep naar het balkon, klom op de balustrade en sprak de juichende menigte toe, die zich voor de Rijksdag had verzameld.

,,Arbeiders en soldaten. De vervloekte oorlog is voorbij. De keizer heeft troonsafstand gedaan. Lang leve het nieuwe! Lang leve de Duitse republiek!'' Het startschot voor de eerste vrije verkiezingen was gegeven. En stoïcijns keerde Scheidemann terug naar zijn bord aardappelsoep. Bij toeval was Duitsland een republiek geworden.

Zo groot als de chaos waarin de republiek werd geboren, zo groot was de ontreddering waarin zij vijftien jaar later ten onder ging. In 1933 werd de Rijksdag, die na de revolutie eindelijk Dem deutschen Volke toebehoorde, door Hitler uitgeschakeld. Na de brand op 27 februari bleef slechts het karkas van de parlementaire democratie overeind. Lange tijd lag het uitgeblust op het kerkhof van de Duitse geschiedenis.

Een spook van Berlijn.

De Rijksdag is niet alleen. Hij is een van de vele spoken uit het verleden die de Duitse hoofdstad teisteren. De Rijksdag symboliseerde, tot voor kort, de mislukking van de Duitse democratie. Het gebouw wordt geassocieerd met de pseudo-democratie van het Bismarckse keizerrijk dat in 1871 tot stand kwam, met de falende democratie van Weimar en met het `duizendjarige rijk' van de nazi's.

Maandag rekent het verenigde Duitsland af met zijn kwelgeest. Dan wijden de 669 leden van de Bondsdag, het Duitse parlement, de Rijksdag in. Na de zomer wordt de Bondsrepubliek vanuit Berlijn geregeerd. Dan is de oude Rijksdag het huis van de nieuwe Duitse democratie. Zesenzestig jaar na de brand in de Rijksdag, bijna vierenvijftig jaar na de dood van Hitler.

Lege plekken

,,Het gebouw heeft een metamorfose ondergaan. Het is schoongepoetst en voor 600 miljoen mark verbouwd.'' Brian Ladd (41) is historicus aan de American Academy in Berlijn. Hij beschouwt de verbouwing als symbool voor de vernieuwing die Duitsland op dit moment ondergaat.

We staan midden in wat de Berlijners trots de `bouwput van Europa' noemen, het gebied tussen Rijksdag en Potsdammer Platz. Ladd wijst naar de gezandstraalde muren van de Rijksdag. Vooral de glazen koepel van Norman Foster, de architect, verzinnebeeldt de openheid van de democratie die na de oorlog is ontstaan, vindt hij. ,,Het vele licht is kenmerkend voor de helderheid die de Duitsers in hun eigen duisternis hebben gebracht.''

Verdwenen is het onheilspellende. In 1914 keerde de socialist Karl Liebknecht zich hier tegen de dwaalweg van de Eerste Wereldoorlog. Hier werd het lijk van de vermoorde joodse minister van Buitenlandse Zaken Walther Rathenau opgebaard. En hier gaven bange volksvertegenwoordigers door middel van noodwetten de macht aan Hitler.

In het rijk van Gerhard Schröders Neue Mitte heeft de Rijksdag zijn doem verloren. Slechts de bewaard gebleven teksten die Russische soldaten in 1945 na de slag om Berlijn op de muren achterlieten, herinneren aan de dictatuur – maar vooral aan de overwinning op haar.

Als de Bondsdagleden maandag op de blauwe stoelen in de plenaire vergaderzaal plaatsnemen, zal het wennen zijn. Voor henzelf. En voor de Europese buren.

De verhuizing naar Berlijn geldt als de voltooiing van de Duitse hereniging die met de val van de Muur op 9 november 1989 werd ingeluid. Met een kleine meerderheid – 338 tegen 320 stemmen – kozen de afgevaardigden op 20 juni 1991 voor de Umzug naar de nieuwe hoofdstad.

Aanvankelijk hoopten de politici uit Bonn het verleden te kunnen ontlopen door fraaie nieuwe regeringsgebouwen te betrekken. Maar bezuinigingen dwongen ministers en ambtenaren ertoe hun intrek te nemen in de oude Pruisische gebouwen waar nazi-kopstukken als Göring, Goebbels en later communistenleider Erich Honecker zetelden.

,,Het herenigde Duitsland wil afrekenen met de spoken van het verleden'', zegt Ladd. ,,Ze hebben gezegd: we zullen het beter doen. We keren terug naar onze oude hoofdstad, naar ons eigen parlement. Dat is heel respectabel.''

Brian Ladd, de kleine, magere historicus, is een moderne ghost-buster. Hij schreef The Ghosts of Berlin, dat zojuist in het Nederlands is verschenen. De geesten schuilen achter de façades van huizen en kantoren, achter ruïnes en monumenten. Soms zijn ze onzichtbaar, omdat de bommen in de Tweede Wereldoorlog lege plekken hebben achtergelaten. Na de hereniging van Oost- en West-Duitsland in 1990 is een doos van Pandora geopend. De meeste horrorplekken lagen immers in het vroegere Oost-Berlijn.

De geesten van het verleden maken Berlijn tot een opgejaagde stad, meent Ladd. Er is geen andere plek in Europa waar de historische littekens telkens opnieuw aanleiding zijn voor hevige controverses bij politici, intellectuelen en in de huiskamers. Of het nu gaat om de bouw van een Holocaust-monument bij de Brandenburger Tor achter Hitlers vroegere rijkskanselarij, of de wederopbouw van het stadspaleis aan het begin van Unter den Linden, of de vernietiging van een van de laatste stukjes Muur op de Potsdamer Platz.

,,Typisch Berlijns'', zegt Ladd over de gaten die zich tussen de huizen bevinden. Gewapend met rugzak en plattegrond geeft hij een ghosttour door het oosten van de stad. Midden tussen de gele trams op de Hackescher Markt in de joodse wijk, wijst hij op een lege plek naast de stoffige boekhandel `Sonnenhaus' die de DDR heeft overleefd.

Even verderop, tegenover de joodse middelbare school in de Grosse Hamburger Strasse, heeft de Franse kunstenaar Christian Boltanski een kale plek gebruikt voor het kunstwerk The Missing House. Op de wit gepleisterde muren eromheen staan de namen en beroepen van de Duitse, Poolse en Russische bewoners van het huis dat in februari 1945 werd gebombardeerd.

Neo-nazi's

Aan de andere kant van de straat was vroeger het joodse kerkhof. Sinds de zeventiende eeuw lagen er joden begraven. Maar de nazi's lieten het kerkhof niet met rust. De joden die zich in 1942 nog in Berlijn bevonden, moesten zich op deze plek verzamelen om naar Auschwitz en Theresienstadt te worden vervoerd, waar 55.000 Berlijnse joden werden vermoord.

Vergesst das nie, wehret dem Krieg, hütet den Frieden, leest Ladd op een plakkaat die als een grafsteen is neergelegd. Ladd: ,,Een Oost-Duitse slogan, die in de jaren tachtig door het Oost-Duitse regime op de steen is gezet. In de jaren van de Koude Oorlog was het begrip vrede een slogan waarmee de eigen bevolking werd koest gehouden. Het pacifistische Oosten wilde geen oorlog, het kapitalistische Westen wel, heette het.''

Over de joden zegt het monument niet veel, vindt Ladd. ,,Het Oost-Duitse dogma van het antifascisme had weinig plek voor jodendom en antisemitisme. Uitsluitend de klassenstrijd stond centraal. De DDR ging totaal voorbij aan de centrale rol van antisemitisme in het Derde Rijk.''

Elke zevenentwintigste januari, de dag dat Auschwitz werd bevrijd, worden de gestapelde steentjes op het monument in de Grosse Hamburger Strasse aangevuld. Afgelopen keer werden de stenen meteen door neonazi's weggeveegd en lagen ze verspreid over het gras en op de stoep.

Telkens haalt het verleden de Duitsers in. Net als bij de discussie om het Holocaust-monument in Berlijn. ,,Wordt er een Holocaust-monument gebouwd, dan worden de Duitsers gehekeld, omdat het weer te groots is of te monumentaal. Bouwen ze het niet, krijgen ze het verwijt dat ze een Schlussstrich willen trekken, afscheid willen nemen van hun geschiedenis. Damned if they do, damned if they don't.''

Volgens Ladd zijn de nazi-misdaden in veel opzichten een deel van de Duitse identiteit geworden. ,,Het is pijnlijk. Sommigen zien het liever niet zo, maar de Duitsers zijn veroordeeld ermee te leven. Zelfs schrijvers als Martin Walser, die liever wil wegkijken, vinden dat de misdaden van Auschwitz niet geminimaliseerd mogen worden.''

Misschien zegt dit veel meer dan een kolossaal Holocaust-monument, mijmert Ladd als we bij het plantsoen aan de Koppenplatz staan. Een grijs-groene tafel met omgevallen stoel verbeeldt het abrupte vertrek van de bewoners uit de wijk. Deportatie. De bronzen sculptuur, van de Duitse beeldhouwer Karl Biedermann, is voorzien van een gedicht van de joodse dichteres Nelly Sachs.

Trendy winkels

,,Kijk, dit contrast is zeldzaam.'' We passeren de Sophienkirche in de Grosse Hamburger Strasse met zijn tientallen kogelgaten. In de Sophienstrasse die reeds door de DDR werd opgeknapt, hebben trendy winkels hun intrek genomen. ,,Als deze buurt in het huidige enorme tempo wordt opgeknapt, is er binnenkort weinig meer te zien van deze wonden die de oorlog heeft geslagen.''

Soms is een kleine ingreep genoeg om een litteken te behouden. De Topographie des Terrors, waar tussen 1933 en 1945 het hoofdkantoor van de geheime staatspolitie van de nazi's zat, heeft zo'n litteken bewaard. Boven de kelders van de Gestapo is een klein museum ingericht, dat gewijd is aan de staatsterreur in het Derde Rijk. Met originele documenten, foto's en kaarten heeft het museum de vroegere Wilhelmstrasse gereconstrueerd. Lang was deze Strasse der Macht het politieke centrum van Duitsland.

,,In de achttiende eeuw was de Wilhelmstrasse een sjieke straat met Pruisische paleizen en prachtige tuinen'', wijst Ladd. Hier ligt de onzichtbare stad. Omdat de nazi's er hun hoofdkwartier hadden, werd de omgeving van de Wilhelmstrasse door de geallieerde bommenwerpers vrijwel volledig vernietigd.

De Gestapo, de SS (het feitelijke leger van de nazi-partij), de SA, de SD – ze hielden hier allemaal kantoor. In de Wilhelmstrasse zelf huisde Hitler: in de rijkskanselarij, naast het vroegere pand waar Bismarck – de eerste kanselier van het verenigde Duitsland (1871) – werkte.

De meeste ministeries die de oorlog overleefden, werden opgeblazen. Ladd: ,,Je moet aardig wat fantasie hebben, wil je je kunnen voorstellen wat hier is geweest.'' Nu is het een naargeestige drukke straat met flatgebouwen, cafés en treurige winkels. ,,Hans Eichel, de nieuwe minister van Financiën, zal moeten slikken als hij over de drempel stapt'', zegt Ladd bij de kruising Wilhelmstrasse/Leipziger Strasse. Eichel betrekt het vroegere Luchtvaartministerie, waar Görings Luftwaffe haar aanvallen op Nederland en Engeland voorbereidde. ,,Het is een van de meest prominente gebouwen uit het Derde Rijk, dat is blijven staan. Net als het vliegveld Tempelhof, in het zuiden van de stad met zijn onderaardse gewelven.''

Het grootste spook vindt Ladd de bunker van Hitler, waar de Führer en zijn vriendin Eva Braun hun laatste dagen sleten voordat ze zelfmoord pleegden. Ladd is er nooit in geweest. ,,Dat is verboden.'' In het ondergrondse Berlijn wemelt het van de betonnen schuilkelders: 168 in totaal. Een koude wind blaast over de parkeerplaats, waaronder de Führerbunker ligt – achter de bistro Eva.

,,De bunkers blijven spoken. Net als tal van andere plekken in de stad roepen ze tegenstrijdigheden op. De een wil ze dichtgooien, de ander wil ze openstellen. Moet het verleden onzichtbaar worden, net als de Muur waar vrijwel niets van over is?''

Geen goed idee, meent Ladd. Als stedebouwkundig historicus is hij sceptisch over moderne architecten, die de oude gebouwen liever neerhalen. Nu al hebben sommigen spijt van de grondigheid waarmee de Muur is afgebroken. Op sommige plekken is een rode streep getrokken. De toeristen denken dat het parkeervakken zijn.

De meeste horrorplekken lagen in het vroegere Oost-Berlijn

Moet het verleden onzichtbaar worden, net als de Muur?