`De AVRO wordt meer Harmke'

De VPRO was de VPRO door de stem van Harmke Pijpers. Weerbarstig, arrogant en deftig was zij de smeerolie tussen de programma`s. Maar Pijpers kreeg ruzie en verliet `haar familie' na dertig jaar voor de AVRO. Daar heeft ze vanaf volgende maand haar eigen televisieserie.

Ze heeft weleens lopen nadenken over hoe zij werkt, haar stem. En waarom mensen er door gefascineerd raken. Maar Harmke Pijpers komt er niet uit. Ze weet niet eens hoe ze het zo gekregen heeft, dat geluid van haar. ,,Iemand op en congres een congres zei ooit: ,,Het is eigenlijk heel eenvoudig. Als ze jouw stem horen, gaat iedereen luisteren.'' Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet.

Want ze wéét niet meer wanneer haar stem begon. Of wanneer ze voor het eerst ontdekte dat ze er iets mee kon. Ze vond het zelfs lange tijd niks, dat kinder-piepstemmetje, tot ver in de twintig. Waarmee je weliswaar allerlei leuke typetjes kon nadoen – de juffrouw op school, de melkboer, de mevrouwen in de winkel – maar daar bleef het bij. Wie had die stem nodig? Harmke Pijpers in ieder geval niet.

Ze zou de podia opgaan. De muziek in. Daar was ze voor bestemd. Blokfluit, dwarsfluit, het ging haar heel gemakkelijk af. Na een jaar speelde ze al Vivaldi. Heel vroeger had ze nog wel eens gedacht, ik word zangeres. ,,Geen opera of zo, dat associeerde ik toen vooral met grote dikke trutten die in de bocht van een vleugel hingen.'' Maar uiteindelijk was de dwarsfluit toch interessanter. En dat in een orkest. Want orkesten interesseerden haar bovenmatig.

,,Naast ons woonde een violist en die speelde in een radio-orkest. En dat leek me het einde. Met zijn allen zo'n mooi prachtig geluid maken. Dat wilde ik ook. Ik wilde meeeeee-doen, dat was het. Solo is ook weer prachtig. Maar ik ben toch wel altijd heel erg van het grote geluid geweest. En dat samen maken.''

Dat grote geluid, dat zóu ze gaan maken. Maar van haar muzikale ambities kwam niet veel terecht. Met het orkest werd het niks, de orkestpraktijk leek haar uiteindelijk toch te saai – en dat `samen' is ook nooit echt van de grond gekomen. Harmke Pijpers werd een solist met haar stem. Een geluid met lading. Keurig en spannend tegelijk. Klassiek en ironisch. Gezaghebbend en anarchistisch. Vervreemdend soms, maar nimmer te negeren.

Dat ze er pas zo laat achter kwam dat het voor de radio bestemd was, is eigenlijk een raadsel. Misschien was het omdat ze het medium op een voetstuk had geplaatst. En dat de kleine Harmke nooit had durven dromen daar ooit deel van uit te maken. Want de radio had iets plechtigs in huize Pijpers, iets voornaams. ,,Kijk, zei mijn moeder soms eerbiedig, daar loopt Wam Heskes.'' Dat was een hoorspelacteur. En dan kwam hij voorbij, parmantig zwaaiend met zijn stok.''

Maar soms kwam de radio toch ook heel dichtbij, en toen had ze al wel eens gefantaseerd hoe het zou zijn als ze zelf mooie verhalen zou vertellen voor de microfoon. Want oom Piet was er wel eens op, een vriend van de familie. ,,Hij was dominee en hield causerieën voor de radio. Als ik hem op mijn rolschaatsen naar de studio had gebracht, racete ik naar huis. En als ik dan de knop omzette, kwam oom Piet daaruit. Pure magie was dat. Dat vond ik heel fascinerend.''

Ze zat bovenop de radio. En niet alleen omdat hij zo lekker warm was – in die tijd hadden de toestellen nog het formaat en de uitstraling van een straalkachel. ,,Ik luisterde naar alles. Altijd. Hoorspelen. De woensdagmiddag, de AVRO, VARA-muzikantjes. Als ik me het probeer te herinneren komt er van alles voorbij. En al die stemmen weet ik nog. Hetty Blok vond ik heel leuk. Want je hoort iets met haar tanden, als ze praat. En ALTIJD het nieuws thuis. VERSCHRIKK-E-LIJK. Dat moest van mijn vader. En dan hadden we ruzie, want we hadden maar één radio en ik wilde Paulus de Boskabouter.''

De radio maakte haar de stem van de VPRO, zo vanzelfsprekend, dat je bijna zou vergeten dat de club al bestond voordat zij er begon. Ze kwam er eind jaren zestig. ,,De VPRO was de enige tent waar je kon lachen. Ik paste nergens anders, toen.''

De KRO was te katholiek voor haar. De NCRV te netjes. De AVRO te tuttig en de VARA... ,,Ik vond ze in het begin van de jaren zestig nog wel goed, maar daarna kwam het socialisme weer uit de kast. En toen werd het vervelend. Kregen we van die solidariteit op de knieën, van dat gesocialiseer met de kansarme medemens. En daar hield ik niet van. Natuurlijk had ik met die mensen te doen, maar als je én niet goed kunt eten én de dakgoot niet kunt repareren én het gaat ook vreselijk op school, dan ben je dus gewoon een El-U-El. Daar hoef je op de radio toch niet steeds in te duiken? En dan dat toontje! Je hoorde die verslaggevers voortdurend in de kont kruipen van die mensen met zo'n air van `hallo buuf staat de koffie bruin'. Dan dacht ik, donder op. Je kunt die mensen met respect behandelen maar niet zo.

,,Er ontstond toen een stroming binnen de VPRO die mij wantrouwde. Een stroming die zich afvroeg of ik wel genoeg ophad met de linkse medemens. Maar dat heeft zich wel vrij snel opgelost. Alhoewel ik ten tijde van het feminisme natuurlijk ook weer met argusogen werd bekeken omdat ik mijn gezicht opmaakte.''

Ze was roemrucht, in het VPRO-programma Het Gebouw, als de strenge dame aan de receptie, waar alle gasten in de studio langs moesten, alvorens te worden `toegelaten'. Ze was een buitenbeentje, zegt ze. Altijd al. Ze hoorde nooit ergens bij. Op de middelbare school keek niemand naar haar om. ,,Ik was miezerig, spierwit, en had een veel te scherpe tong. Allemaal uiterst oncomfortabel op die leeftijd. Hoe vaak ik het wel niet heb gehoord, `Harmke, ben je ziek? Je ziet zo wit. Ga maar naar huis.' En dan ging ik hoor, heerlijk. Ik was een soort wanhopige clown af en toe, clubjes had ik niet. Had hoogstens een of twee vriendinnetjes, en dat waren dan vaak de meiden die op het punt stonden van school getrapt te worden. En die dan dus weer verdwenen uit mijn leven. Eigenlijk komt zoiets nooit meer goed. En op een gegeven moment heb je er vrede mee. Je kunt ook niet anders. Want als je niks met kuddegedrag hebt, is dat toch van je bek af te scheppen? Dan is het klaar toch? Dan weet je dat het zo moest wezen. Dat je dat moet leren hanteren. Anders heb je geen leuk leven. Zo heb ik het gedaan.''

Sommigen zeggen dat ze het er een beetje om doet. Dat het er een beetje dik op ligt soms, haar prikkige beter weten, haar autoritaire toon, en vinnige manier van interviewen in MiddagEditie en het Radio 1 Journaal. Alles lijkt erop gericht te choqueren. Alles erop gericht anders te zijn. Haar geaffecteerde dictie, haar verbaasde superioriteit en haar make-up: knalroze lippenstift, helblauwe oogschaduw, zwarte lijnen onder haar ogen die uitlopen in puntjes in de hoeken. Een vrouw die zichzelf plaatst buiten de groep. Met succes.

Dat kunnen die mensen dan denken, maar zo is het niet, zegt Pijpers. De make-up die ze draagt vindt ze gewoon mooi, zo simpel is het. En ook verder is ze niet op de provocatie uit. Integendeel.

,,Ik ben nooit bereid geweest mijn best te doen om aardig gevonden te worden, dát is waar. Maar ik was er nooit trots op een Einzelgänger ze zijn. Het was geen keuze. Ik werd gewoon domweg niet geaccepteerd. En dat is eigenlijk, tot op zekere hoogte, altijd zo gebleven.''

Haar laatste strubbeling heeft het meeste stof doen opwaaien. Eind vorig jaar besloot ze te breken met de VPRO. Ineens zette ze een streep door haar huwelijk met de omroep waarmee ze zo onlosmakelijk verbonden leek. En of dat nog niet genoeg was, stapte ze ook nog over naar de AVRO, een omroep die nota bene Algemene in de naam draagt. Daar gaat ze nu televisieprogramma's maken. Volgende maand wordt er de eerste aflevering vertoond van het programma Nederland volgens Pijpers, een programma waarin ze onderzoekt wat de waarde nog is van oude spreekwoorden en gezegden.

Begrijp haar niet verkeerd. Ze heeft geen ruzie met de VPRO. Bij de VPRO heeft ze altijd een moordtijd gehad. En het vak geleerd. En huilend van het lachen achter de microfoon gelegen, dat wil ze graag onderstrepen. Nee, ze heeft ruzie met hoofdredacteur televisie Hans Maarten van den Brink. ,,Met één vent in de tent'', zoals ze zelf zegt, en daarom is ze weggegaan. Haar ideeën voor televisieprogramma's had hij altijd terzijde geschoven. Maar de bom barstte toen Pijpers hem meldde dat ze documentaires zou gaan inspreken voor Discovery Channel. ,,Het was meer uit beleefdheid dat ik hem daarin betrok, want ik ben gewoon freelancer en mag overal voor werken. Maar hij vond dat ze dat niet kon maken. Toen was voor mij de maat vol: ik dacht, dit laat ik me niet welgevallen. Daar ben ik te deftig, te oud en te groot voor. Wat dat betreft ben ik ook helemaal niet vechterig, hoor. Als ze me niet moeten, denk ik al heel snel, la maar.''

Ireen van Ditshuyzen heeft haar gestimuleerd op zoek te gaan naar een andere omroep om hun televisieplannen te verwezenlijken. ,,Toen ben ik gaan rondshoppen. Heb omroepen benaderd en gezegd, je zou misschien niet meteen aan me denken, Harmke Pijpers, maar ik sta in de etalage.''

Natuurlijk had ze je twintig jaar geleden uitgelachen als je had gezegd dat ze ooit bij de AVRO zou belanden. ,,Ik zei altijd voor de grap, pas maar op, ik ga naar de AVRO, want dat was het toppunt van truttigheid voor mij.'' Maar de laatste jaren is er veel bereikt bij die omroep, vindt Pijpers. ,,Ze zijn er met een aantal hele leuke dingen bezig op het gebied van drama, cultuur en klassieke muziek. Die ambitie die de AVRO heeft om zo'n beetje hetzelfde publiek te bedienen als de VPRO maar dan breder en minder elitair. Dat past wel bij mij.''

Ze zou liegen als ze zou zeggen dat het gemakkelijk is, maar dat ze haar oude VPRO-familie vreselijk mist, is ook weer te romantisch gedacht. ,,Zonder die ruzie had ik er waarschijnlijk nog steeds gezeten. En natuurlijk is het jammer dat het zo gelopen is, maar dat roemruchte VPRO-verleden was toch eigenlijk al langer voorbij. Dat was eigenlijk al afgesloten toen Het Gebouw ophield te bestaan in 1994. Toen was ik echt kapot, toen was het echt het einde van mijn wereld en was ik diep treurig, dat was een stukje van mijn leven geweest. Ik vond ook wel dat de VPRO zich meer moest aanpassen aan allerlei veranderingen en dat kreeg maar heel moeizaam vorm. Dus ik dacht, misschien moet ik hier ook wel eens weg. Want ik moet toch ook vooruit.''

De AVRO pakt het voortvarend met haar aan. Heeft haar acht afleveringen laten maken van Nederland volgens Pijpers en een volgende serie is al afgesproken. Pijpers heeft zelfs een beetje moeten afremmen. ,,Ze wilden aanvankelijk ook een standaard talkshow. Maar ik vind dat dat alleen kan als je iedere dag mag, wat ik het liefste zou willen. Zolang die mogelijkheid er niet is op Nederland 1, wil ik er meer van maken dan alleen maar publiek, gasten en praten maar. De wereld wordt al overspoeld door die vorm van talkshow. En de zoveelste Miep achter een tafeltje, dát wil ik niet zijn.''

Het afscheid van de VPRO had eleganter gekund, dat geeft ze toe. Maar achteraf is het misschien juist wel goed voor haar geweest dat ze is weggegaan. Want na een carrière op de radio wilde ze ook graag televisie en dat kon ze bij Van den Brink dus wel vergeten. Ze vindt het niet vreemd dat ze nu pas met televisie begint, op haar 52ste. Dat een grootheid als Sonja Barend op die leeftijd al een glorierijk verleden achter zich had, en zij nog vrijwel vanaf nul moet beginnen. Ze had het niet anders willen doen. De tijd was er domweg eerder niet rijp voor, zegt ze.

Want in de jaren zeventig had het al makkelijk gekund. De kansen lagen toen voor het oprapen bij de VPRO. Ze kon een live televisieshow krijgen toen, met publiek en gasten, geen berg was te hoog, alles wat ze maar wilde. Het was best moeilijk om nee te zeggen, maar ze durfde nog niet.

,,Ik dacht steeds, ho even, ik wil eerst een paar dingen uitvinden. Wilde eerst uitproberen of televisie wel wat voor me was. Bovendien vond ik het ook wel griezelig, tv. Als je al zag hoe heftig mensen op me reageerden op de radio, ik dacht, hoe moet dat gaan als ik televisie ga doen? Helpt het, dempt het, of wordt het juist erger? Daar had ik tijd voor nodig.''

De kans om wat uit te proberen kreeg ze bij de RVU waar ze samen met TV DITS het programma Uitstappen maakte, een serie waarin ze in tram, bus en trein toevallige ontmoetingen aanging met de reizigers. Kort daarna dook ze op in MiddagEditie, het dagelijkse actualiteitenmagazine op Nederland 3 waar ze meteen opviel met haar ironische, tegendraadse manier van gasten ondervragen. Ook voor de RVU maakte ze twee jaar later Arabische Verkenningen, een serie portretten van drie invloedrijke vrouwen in Egypte, Jordanië en Marokko.

Critici begonnen haar programma's te prijzen. Begonnen te opperen dat ze naar Nova zou moeten. Hoe anders ze was op tv, en hoe welkom. Arabische Verkenningen werd genomineerd voor een Bronzen Luis. ,,Televisie is echt iets voor mij'', heeft ze daaruit geconcludeerd. ,,Ik heb gemerkt dat ik met mijn gezicht ook iets kan. Dat ik met gezichtsuitdrukkingen iets kan zeggen, iets wat ik niet bij de radio kan. En ik denk ook, dat men mij eerder accepteert nu, op tv. De tijdgeest is veranderd. Te net, te kak, en alles wat me naar mijn hoofd geslingerd is, is nu meer geaccepteerd. Ik denk dat ik het kan, nu.''

De critici wrijven al de handen. Dat ze het moeilijk zal krijgen zonder VPRO. Dat ze een karikatuur wordt zonder het gezaghebbend kader van de VPRO. ,,Nee, ik heb de VPRO niet nodig, zo arrogant ben ik dan ook wel weer. Ik heb van dat merk geprofiteerd, en het was een sterk merk, mevrouw, dat wel. Maar nodig heb ik het niet. Ireen van Ditshuyzen heeft me daar ook voor gewaarschuwd. Die zei, hoe wil je het gaan aanpakken want je bent zoooo VPRO. Daar werd ik een soort van nijdig van. Want ik heb me daar juist altijd een beetje tegen proberen af te zetten. Vooral als ik werd geassocieerd met dingen van de VPRO waarvan ik dacht, daar ben ik helemaal geen exponent van. Ik hoop dat mensen dat zien, en me nu wat meer gaan associëren met mezelf. Ik heb dat ook gevraagd aan de AVRO. Is het de bedoeling dat ik meer AVRO wordt, of de AVRO meer Harmke? Dat laatste, zeiden ze toen. En toen zei ik, nou, dan durven we het aan.''