Danny

Ik had hem eigenlijk bij Freek in Carré verwacht. Danny Blind is een jongen van de mensenrechten. Niet tot in het humanitaire exhibitionisme à la Ed van Thijn. Subtieler, selectiever, ingetogener. Maar wel met de kracht van een overtuiging. Ze zijn niet zo talrijk, voetballers die het verschil kennen tussen fanfare en mededogen. Blind beschikt over dat onderscheidingsvermogen, op en buiten het veld. Ook daarom is hij al die jaren een autoriteit geweest die moeilijk na te bootsen is.

Dat de speler met de minste klasse zo ontegenspreekbaar de leider van een kampioenenelftal kon zijn, is een huzarenstukje, meer nog het is een breuk met de historie. Bij Ajax maakten Cruijff, Keizer en later Van Basten de dienst uit. In vergelijking met hun gouden wreef was Blind een harkertje. Je kon de stopper nog wel eens zomaar over een bal zien trappen. Of hij tackelde zichzelf in een knoop. Jongens uit de provincie met het begrensde talent van de aanvoerder zouden zich vandaag niet meer bij Ajax durven melden. Blind kwam ook uit de provincie, uit Zeeland nog wel, waar mensen gebogen door het leven lopen, het hoofd naar de grond gekeerd. Vandaag is hij de eerste der stedelingen: gevormde taal, mondain van snit, polemisch in interviews. Het hoofd is naar boven gericht en spreekt soms als een opgevoerde brommer.

Een paar jaar geleden had Danny Blind, ook toen al redelijk bejaard, een gigantische klapper kunnen maken in Japan. Hij bleef bij Ajax. Met Blind verdwijnt straks de laatste clubspeler van de Nederlandse velden. Voor hem deed het shirt er nog wel toe. Ik denk dat het een kwestie van karakter is: Blind zou nog liever vriendschappen laten verpieteren dan ze zelf op te moeten zeggen. Zo provinciaals is hij nog wel: bang voor vijanden. Hij was ook wel eens in een conflict betrokken, maar een dansje van Van Praag en de Zeeuw smolt weg.

Misschien heeft hij zijn carrière bij Ajax volgemaakt omdat hij in het Nederlands elftal zijn draai niet vond. Daar kon hij niet opboksen tegen al dat kampioenenvlees. Doublure van Koeman, reserve van Van Aerle, niet eens reserve van Frank de Boer, in de selectie van het Nederlands elftal struinde hij van ontluistering naar ontluistering. Het heeft hem pijn gedaan. Maar every inch a gentleman doorstond hij de ellende met een slot op de mond. Jeremiades noch driftbuien. Het gezicht wat bleker dan anders, dat wel. Eens lieve jongen altijd lieve jongen.

Deze week werd Danny Blind gepresenteerd als `directeur spelersbeleid'. Foute titel. De persoonsvervaging zit erin gebakken. Directeur deugt al niet, zeker niet bij Ajax en spelersbeleid is een begrip dat druipt van de flou artistique. De kantinejuffrouw doet ook aan spelersbeleid. Dat krijg je met beursgenoteerde organisaties: ze vervuilen zichzelf in ronkende titels die nergens op slaan. Als ik het goed begrijp wordt Danny Blind gewoon koopman. Hij mag wat nieuwe spelers kopen, waarschijnlijk als knechtje van Van Os. Of worden beide heren makelaar binnen de club?

Het zou mij verbazen als Danny Blind dit liedje lang gaat uitzingen. Ik heb ook niet de indruk dat de spelersgroep zat te wachten op een directeur spelersbeleid. Zij heeft meer nood aan een aalmoezenier, aan een verbeterde uitgave van Ted Troost, aan een verlichte goeroe. Danny zou overigens een uitstekende stervensbegeleider zijn. Hij kan de dooie boel opkrikken. Heeft er ook de woorden voor. Hij is een uitvouwbaar mens, wil nog wel eens mooi rondlopen met geloken ogen, maar kan vijf minuten later met de felle onderkin en de strakke kaken ook donderen als een regiment in zijn eentje.

Blind had gewoon moeten weggaan bij Ajax. Desnoods naar Barcelona als de zoveelste souffleur van Louis van Gaal. Hij is te goed en te fragiel om speelbal te zijn in de handen van een pretentieus bestuur of van sponsors die hooguit geoefend zijn in de analyse van hun spiegelbeeld. En Jan Wouters zit ook niet te wachten op een verschemerd autoriteitje dat hem de weg wijst.

Dat de geest van Johan Cruijff tot in lengte van jaren boven, onder, voor en achter Ajax zweeft is tot daar aan toe. Een beetje mystiek kunnen de Amsterdamse ijdeltuiten wel gebruiken. Maar één geest is genoeg. Van teveel schimmigheid komt duisternis.