BOMBARDEMENT VAN OORTWOLK-KOMETEN LEVERT WEINIG GEVAAR

We hoeven voorlopig niet bang te zijn voor een `bombardement' van kometen uit de Oortwolk rond de zon. Dat beweren Amerikaanse en Franse astronomen, die de bewegingen van sterren in de omgeving van de zon hebben bestudeerd. De Oortwolk heeft een straal van ongeveer 1,5 lichtjaar en bevat naar schatting één tot tien biljoen komeetkernen: kilometers grote klonters ijs en gruis die daar al miljarden jaren rondcirkelen. Hun banen worden verstoord door veranderingen in het gravitatieveld, met name als gevolg van passerende sterren. Als een ster dicht langs of dóór de Oortwolk beweegt, zullen er aanzienlijk meer kometen in de richting van de zon worden gedirigeerd, de kans op een botsing met de aarde neemt toe.

Het team van astronomen heeft nu de ruimtelijke beweging van sterren in de buurt van de zon bepaald om te kijken hoeveel nauwe sterpassages er zijn geweest en kunnen worden verwacht. Zij baseerden zich hierbij onder andere op het werk van de Europese satelliet Hipparcos, die in de periode 1989 tot 1993 heel nauwkeurig de afstanden, posities en bewegingen van 118.000 sterren heeft gemeten.

In de komende twee miljoen jaar zal slechts één ster daadwerkelijk door de Oortwolk bewegen. Dat is Gliese 710, die ons over 1,4 miljoen jaar op een afstand van 1,1 lichtjaar zal passeren. Verder zijn er nog 25 sterren die ons in die periode op afstanden tussen 2,7 en 10 lichtjaar zullen passeren (Astronomical Journal 117, p. 1042). Als behalve de minimale afstand, ook de massa en de snelheid van de ster wordt meegerekend, blijkt alleen Gliese 710 een zekere invloed op de kometen in de Oortwolk te zullen uitoefenen. De astronomen hebben berekend dat deze ster zo'n 2 tot 3 miljoen komeetkernen in de richting van de zon zal sturen. Omdat de aankomsttijden van deze kometen zijn verspreid over een periode van ongeveer 2 miljoen jaar, betekent dit gemiddeld één komeet extra per jaar, dus een toename van 50 procent. Het aantal botsingen met de aarde zal dan ongeveer 5 procent toenemen: een toename die kleiner is dan de normale, willekeurige fluctuaties in de botsingsfrequentie en dus waarschijnlijk niet wordt opgemerkt.