Angst en vrees

Angst is in. De held van vandaag de dag is een man die grimmig een kaars omklemt in een stille tocht tegen zinloos geweld. Het is de huisarts van een groep mensen die zich door duistere aandoeningen bedreigd voelt. Het is de minister die uit voorzorg voetbalsupporters wil oppakken, de politiebons die elke wijkagent in een kogelvrij vest wil stoppen, de instelling die ijzeren regels eist voor iedere installatie die water verbruikt vanwege één ernstig legionella-incident. De buitenwereld is een boosaardige, bedreigende plaats vol gevaar geworden, waar elk risico, hoe klein ook, moet worden uitgebannen. Daarbij zet niet het feitelijke risico de toon, maar het spectaculaire incident.

In de jaren zestig en zeventig zei men van bange bejaarden die liefst zeven sloten op hun deuren zetten, dat ze de verkeerde krant lazen. Dat was erg kort door de bocht, maar er zat wel wat in. `Wat niet weet, wat niet deert' is in veel gevallen een waar woord. Maar de alomtegenwoordige moderne media meten elk incident, elk ongelukkig voorval breed uit. Wat hoorden we twintig, dertig jaar geleden ooit van vliegtuigongelukken in Afrika of Rusland, treinbotsingen in India of kettingbotsingen in Kuala Lumpur? Krant, radio en televisie brengen nu wereldwijd elk stukje leed in keur in de huiskamer. Het televisiescherm is een loep, strak gefocust op een oneindige stroom ellende. Wat erachter zit verdwijnt onmiddellijk in de mist. Op die manier werken media als propagandist van de angst. De gevolgen daarvan vindt je overal terug, niet in de laatste plaats in je computer.

Daar vindt je inmiddels trouwens ook die klassieke bangmaker: ouderwetse, onversneden propaganda, die dient om de tegenstelling tussen `wij' in onze lelieblanke onschuld en de verachtelijke, geniepige tegenpartij `zij' te benadrukken. Het is een bezigheid waarvan we traditioneel vooral geheimzinnige overheidsinstanties verdenken en fanatiekelingen. Maar ook de betere pers kun je gerust om een propagandaboodschap sturen. Kijk naar wat er kort na het begin van de oorlog in Kosovo gebeurde.

Op 1 april verscheen in deze krant de angstaanjagende kop `Internet-piraten belagen computers NAVO met e-mails'. En de Volkskrant, op de voorpagina: `Servische hackers winnen het van de NAVO'. Er werd op gezag van de NAVO gewag gemaakt van een `Internetguerilla', een `uitgekiende strategie' die was `bedoeld om zo veel mogelijk bronnen van informatie te blokkeren'. De `hackers voerden een bombardement van e-mails uit'. Het toonde aan `hoe goed Servië zich heeft voorbereid op de oorlog'. In geen van beide kranten verscheen van redactiewege ook maar één woord van nadere toelichting, terwijl het iedereen met een beetje verstand van zaken duidelijk was dat er slechts sprake was van een paar boze computeraars die mailbommetjes aan de NAVO stuurden. Dat e-mail bommen niets met hacken te maken hebben was de dienstdoende redacteuren kennelijk ook niet bekend, ze lieten zich braaf door de NAVO sturen.

De volgende dag had alleen de Volkskrant nog een tweede bericht, dit keer over westerse onverlaten die precies hetzelfde wandaden pleegden tegen de Website van Milosevic als waarvan de Joegoslavische `piraten' een dag daarvoor beschuldigd waren. `Milosevic krijgt bombardement e-mailberichten', luidde de heel wat neutralere kop. Daaronder ging het zo: `Dinsdag hebben de financiële markten een elektronisch bombardement uitgevoerd op de brievenbus van Slobodan Milosevic, de Servische president. De actie begon op het kantoor van de zakenbank Merrill Lynch in Londen en breidde zich snel uit naar de Londense City en de hele financiële wereld'. Dat waren dus keurige mensen, die keurig, zelfs ludiek actie voerden. Zo keurig, dat deze krant er niet eens nieuws in zag. Tussen losse feiten en de werkelijkheid als samenhangend betekenisvol geheel, gaapt alle moderne communicatietechnologie ten spijt, nog altijd een enorme kloof. En juist in die kloof loeren angst en onzekerheid.

Virusscanners zijn daarvan een mooi voorbeeld. Een maand geleden kreeg mijn computer even een onverklaarbaar soort hik, dus ik besloot er nu eindelijk maar eens een scannertje overheen te laten gaan, je weet immers maar nooit. Dat werd, op goed geluk, Tuinderbyte. Tuinderbyte vond geen enkele ongerechtigheid, hoewel mijn machine ook nu nog steeds niet van die hik af is. Maar een paar dagen laten downloadde ik de Microsoft Internet Explorer versie 5.0 via de oerdegelijke en onvolprezen Website van Tucows (http://tucows.wau.nl) rechtstreeks van Microsoft zelf, en sindsdien regent het meldingen `Virus detected', compleet met de `red alert'-sirenes die u uit Star Trek kent. Allemaal onzin, want het ligt er gewoon aan dat Microsoft een nieuwe Explorer-versie verplicht over de oude heen laat installeren, waardoor allerlei bestaande, geheimzinnig ogende systeembestanden veranderd worden. En dan denkt Thunderbyte: verdacht geknoei! Dat is juist, maar met virussen heeft het niets te maken. Toch wordt je domweg verteld dat er een virus is aangetroffen. Pure bangmakerij op basis van primitieve technologie.

Microsoft kan er trouwens zelf ook wat van. Een van de mooie dingen van de programmeertaal Java is dat je de computer van een Internet gebruiker ermee als één geheel kunt laten samenwerken met een server. Op de computer van de gebruiker verschijnt dan een klein programmaatje, een `applet', dat je kunt zien als een bedieningpaneel voor een programma dat op de computer staat waar het applet vandaan kwam. Om ongelukken en inbraken te voorkomen kan een applet standaard alleen maar contact maken met de computer waar het zelf vandaan kwam. Maar dat is Microsoft niet genoeg, ondanks dat er bij mijn weten op het hele wereldwijde Web geen concrete gevallen van inbraak op de verbinding tussen een applet en zijn oorspronkelijke machine bekend zijn. Microsoft heeft nu op eigen houtje in de Explorer 5.0 de verbinding beperkt tot zogenaamde `signed applets'. Dat betekent vooral extra ingewikkeld programmeerwerk en extra kosten. Zo timmer je vanwege vooral veronderstelde risico's een prachtig medium dicht. Ze moeten bij Microsoft maar eens een andere krant gaan lezen.