VS en Rusland hebben belang bij goede verhouding

Eén ding hebben de ontmoeting deze week in Oslo tussen minister Albright en haar Russische ambtgenoot Ivanov en het Duitse vredesplan aangetoond: de NAVO is naarstig op zoek naar een exit strategy, een uitbraak uit wat Ivanov een doodlopende straat noemde. De bombardementen kunnen verder worden opgevoerd, het Servische leger in Kosovo kan meer rechtstreeks worden aangepakt, maar de schakel naar de politieke regeling van de crisis laat zich zo niet smeden. Zolang zich in Belgrado geen machtswisseling voltrekt, blijft Miloševic de man met wie zaken moeten worden gedaan. Hem verantwoordelijk houden voor de door zijn troepen gepleegde oorlogsmisdaden mag op de langere termijn betekenis hebben, nu gaat het erom hem te bewegen tot aanvaarding-alsnog van de beginselen van het Rambouillet-akkoord.

De uitkomst van het Oslo-overleg was in verhouding tot de omstandigheden redelijk positief. Een week geleden leek Jeltsin de NAVO nog te bedreigen, nu bleek er overeenstemming op vier van de vijf punten die de Atlantische gemeenschap essentieel acht. Op het vijfde punt – legering van een internationale vredesmacht in Kosovo – hield Ivanov zich op de vlakte. Hij onderstreepte slechts de logica dat het geen zin heeft over opzet en samenstelling van die vredesmacht met de Amerikanen te twisten zolang Miloševic weigert haar in Kosovo toe te laten (en niemand van plan is de vredesmacht zich in Kosovo naar binnen te laten vechten). Met andere woorden, de Russen hebben hier geen verlangens die niet voor nadere bestudering in aanmerking zouden komen.

Dat Amerikanen en Russen er belang bij hebben de onderlinge verhoudingen niet al te zeer door Miloševic' halsstarrigheid te laten verpesten, bleek ook uit de herhaalde bevestiging dat er vrijwel dagelijks contact is op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken en de respectieve presidenten er nog steeds een briefwisseling op na houden. De bijeenkomst in Oslo was dan ook bepaald geen incident, maar een voortzetting van de telefoondiplomatie met andere middelen. De NAVO had eerder deze week de formule van een eventuele vredesmacht al enigszins bijgesteld. Het ging niet langer om een door de NAVO geleide vredesmacht, maar om een vredesmacht met een NAVO-kern. Zo iets als SFOR in Bosnië, voegde secretaris-generaal Solana er voor alle duidelijkheid aan toe. Een macht dus met een stevig Russisch bestanddeel.

Het eerste belang van het Westen is nu hoe Kosovo weer toegankelijk te krijgen voor een omkering van de volksverhuizing die zich de afgelopen weken heeft voltrokken. De wederopbouw van de verwoeste dorpen en steden is niet het grootste probleem, zoals in Bosnië is gebleken. Het voornaamste vraagstuk is hoe de persoonlijke veiligheid van de teruggekeerden te verzekeren. In Kosovo, waar, anders dan in Bosnië, de burgeroorlog geen `natuurlijke thuislanden' voor de verschillende etnische entiteiten heeft doen ontstaan, zal dat vraagstuk tweeledig zijn: hoe de Servische minderheid te beschermen tegen wraakoefening van de Albanezen en hoe te voorkomen dat de Joegoslavische strijdkrachten zich opnieuw op de Kosovaarse meerderheid werpen.

Het akkoord van Rambouillet voorzag voor deze problemen in een oplossing. De Joegoslavische strijdkrachten en politie dienden zich uit Kosovo terug te trekken, het UÇK diende zich te ontwapenen, zijn leden konden opgaan in een nieuw te vormen politie binnen een Kosovaarse autonomie op democratische grondslag, een door de NAVO geleide internationale vredesmacht moest op de uitvoering en handhaving van een en ander toezien. Het NAVO-element in de regeling was de belangrijkste voorwaarde voor de handtekening van het UÇK onder het Rambouillet-akkoord. Maar het bleek ook het belangrijkste obstakel voor Miloševic die er een argument in vond om zijn afwijzing van het akkoord tegenover zijn eigen volk te rechtvaardigen.

Na de mislukking van Rambouillet en van de aansluitende conferentie van Parijs heeft de NAVO geprobeerd Miloševic met bombardementen tot inkeer te brengen. Hoewel verdergaande etnische zuivering binnen Kosovo voorzien was, kwam de exodus van honderdduizenden als een verrassing. Uit het bescheiden begin van de luchtoperaties – de afwezigheid van enige infrastructuur om de ontheemden op te vangen en het getoonde onvermogen om aan de humanitaire nood in Kosovo zelf ook maar iets te doen – mag worden afgeleid dat de NAVO de consequenties van haar optreden niet heeft overzien. Militair was zij in het offensief gegaan, op het propagandafront bevond de organisatie zich al spoedig in het defensief.

De vraag is intussen of Miloševic na de aantasting van zijn militaire vermogen nog een uitweg ziet. Met andere woorden, is een regeling waarin de NAVO wordt bijgestaan door Russen en eventueel andere Slavische landen voor hem nu acceptabel? In Dayton, waar in 1995 het vredesakkoord voor Bosnië tot stand kwam, speelde het Kremlin geen belangrijke rol. Miloševic besefte toen dat de Amerikanen de regels stelden en er was hem alles aan gelegen door Washington als volwaardige gesprekspartner te worden erkend. Maar in de kwestie-Kosovo heeft hij een rechtstreeks Amerikaans contact, nog wel met de hem vertrouwde Holbrooke, tot twee keer toe laten verzanden. Anderzijds hebben de Russen nog altijd geen vat op hem.

Misschien moeten de ontmoeting in Oslo en het Duitse vredesplan vooral worden begrepen als pogingen opties voor later open te houden. Er is het Westen het een en ander aan gelegen een soort Slavisch bondgenootschap ter redding van Miloševic voor te blijven. Minister Ivanov maakte in Oslo duidelijk dat, hoezeer de Russen gekant zijn tegen de bombardementen, zij bepaald geen bewonderaar zijn van het Servische optreden in Kosovo. In die zin is er sinds Rambouillet niets veranderd. Ten slotte was het akkoord een product van de Contactgroep waaraan Rusland als lid een bijdrage had geleverd. Het meningsverschil gaat over de sinds Rambouillet gevolgde methode. Maar, zoals Albright en Ivanov onderstreepten: er is alle reden verder te praten. De crisis is tenslotte gevaarlijk genoeg. Voor alle betrokkenen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.