Voor de kust

Het zijn institutionele beleggers, degelijke mannen in donkere pakken met een lange-termijnvisie. Dus hun opvattingen verschuiven traag. Maar er zit beweging in. Grote beleggers als het pensioenfonds ABP en het Netherlands Funds van ABN Amro hebben de afgelopen maanden bij bouwonderneming IHC Caland voorzichtigjes laten weten dat ze niet gelukkig zijn met het contract van IHC in Birma. In dat Aziatische land heerst een militaire junta die de mensenrechten schendt en bijvoorbeeld dwangarbeid heeft ingevoerd.

ABP wil nu dat IHC, bouwer van olie-opslagplatforms en baggerschepen, een gedragscode instelt. Het pensioenfonds zal het bedrijf in de toekomst aan die code toetsen. ABN Amro dreigt zijn aandelen IHC te verkopen als het bedrijf doorgaat met ,,onmaatschappelijk'' gedrag.

Toch geeft topman J. Bax van IHC Caland, dat niet in Birma maar voor de kust gaat werken, geen krimp. Hij houdt zich aan de wet. Actiegroepen dienen het protest tot de Tweede Kamer te richten. Het parlement moet de grens aangeven.

Ik kan niet oordelen over al die verre landen, zegt Bax. IHC werkt ook voor de kust van Angola. Daar, zegt Bax, slaan ze elkaar iedere dag de hersens in.

De gedragscode komt er, belooft Bax. Al kan hij niet zeggen wanneer dat ingewikkelde proces, dat zorgvuldig moet worden afgehandeld, is afgerond. ,,We moeten ook nog geld verdienen.''

Tevreden zal Bax dan ook deze week de order uit China hebben geïncasseerd. Baggerschepen voor 250 miljoen gulden, de helft van het totaal aan opdrachten dat tijdens het staatsbezoek aan China bijeen is gesprokkeld.

Hoe zat het ook al weer met de mensenrechten in China? Die zijn tegenwoordig bespreekbaar. Dat zijn ze bij IHC ook.