Veelgeprezen Apaches zijn geen wondermiddel

De NAVO heeft problemen bij het aanvallen van Servische tanks en pantserwagens. De Apache-helikopters, waarvan nu veel wordt verwacht, kunnen dat slechts ten dele verhelpen.

Ze worden wel gezien als de troefkaart in de NAVO-hand in de haperende strijd tegen de Servische eenheden in Kosovo: de Apache gevechtshelikopters. De Verenigde Staten hebben 24 toestellen, versie-A, naar Albanië gestuurd, met bijna drieduizend man om de missies te ondersteunen. Dit weekeinde komen ze waarschijnlijk in actie.

De Apaches, zo heet het, kunnen laag boven de grond, `onder het weer', vliegen. Ze hebben daarom geen last van de wolken en de mist die de NAVO-vliegtuigen zoveel parten spelen. En ze zouden de belangrijkste doelen van operatie Allied Force, de tanks en pantservoertuigen met hun warmtegevoelige sensoren voor het uitpikken hebben.

En toch mogen de Apaches, ondanks hun formidabele bewapening en vliegtechniek, niet als wondermiddel worden gezien. Het inlichtingenapparaat van de NAVO staat goeddeels voor dezelfde problemen als die welke zich voordoen bij de `missie-planning' ten behoeve van de jachtbommenwerpers.

De doelen moeten namelijk niet alleen worden aangevallen vanuit de lucht, maar tevens met daglichtcamera's worden opgespoord. De meteorologische omstandigheden zijn dus voor de helikopteroperaties navenant lastig.

Het is intussen een publiek geheim dat de NAVO gebrek heeft aan real-time inlichtingen, die de bewegingen van legervoertuigen live kunnen volgen en dus de Apaches naar hun doel kunnen leiden. Radarvliegtuigen – zoals de JSTARS en een speciale versie van de U-2 – zijn er te weinig om klokjerond de Servische troepenbewegingen in de gaten te houden. Bovendien kan deze apparatuur niet zien wat gebeurt aan de andere kant van de bergen, in de dalen. Een `slim' projectiel, zoals de lasergestuurde Hellfire-raketten van de Apaches, is kortom uiteindelijk net zo snugger als de best geïnformeerde inlichtingenofficier.

Aan één mogelijke oplossing, het inzetten eveneens `onder het weer' vliegende onbemande robotvliegtuigen, zoals de Amerikaanse Predator, Hunter of de Britse Phoenix zitten ook haken en ogen. Deze zijn niet altijd even betrouwbaar en daarnaast kwetsbaar voor grondvuur: tijdens de oorlog in Bosnië stortte een handvol van deze toestelletjes neer. Volgens Belgrado is vorige week ook een Hunter neergeschoten.

De Apaches kunnen ook niet op de bonnefooi het Joegoslavische luchtruim worden ingestuurd, want op hun eigen houtje kunnen ze de Servische tanks moeilijk opsporen. Die zijn daarvoor te goed verstopt, en niet alleen in grotten of in boerenschuren.

Kort geleden nog vielen in het Pentagon ongeruste geluiden te beluisteren over de aanwezigheid op de markt van `anti-infrarood-netten' van Zweedse makelij. Bij proefnemeningen in de VS was gebleken dat een T-72-tank – waarvan het Joegoslavische leger een eigen versie produceert – onder een soort isolatiedeken bijna volledig onzichtbaar bleek voor de gangbare NAVO-warmtegevoelige sensoren.

Daarbij komt nog, dat het aantal van twee dozijn aan de lage kant is. Dit betekent namelijk niet dat ze niet allemaal tegelijk inzetbaar zijn: bij de ene Apache blijkt een moer los te zitten, bij de andere geeft een computer een foutmelding. En sommige Apaches zouden ook kunnen worden beschadigd of neergeschoten. Want, hoewel zwaar bepantserd, onkwetsbaar zijn ze blijkens de ervaringen in de Golfoorlog niet. En ook luchtafweer kan zich onder netten verschuilen.