Vakkundige neoklassieke dans

Uwe Scholz, artstiek leider en choreograaf van het Leipziger Ballett, kreeg vorige maand in Essen de belangrijke Deutcher Tanzpreis 1999 voor zijn gehele choreografisch oeuvre en zijn inzet voor de dans in Duitsland. Niet alleen in Duitsland heeft Scholz een grote naam als dansscheppend talent, zijn werken staan op het repertoire van grote en bekende gezelschappen in Milaan, Wenen, Stuttgart, Parijs, Moskou, New York, Stockholm en Ankara. Ook in Nederland was eerder een ballet van hem te zien. In 1986 maakte hij voor Lionel Hoche een solo bij het Nederlands Dans Theater. Dat werk werd echter koeltjes ontvangen en verdween snel van het repertoire. Was dat de reden dat we daarna nooit meer iets van Uwe Scholz gezien hebben?

Acht jaar geleden kreeg hij de leiding over het voormalige Oost-Duitse balletgezelschap in Leipzig, een toen geheel op de traditionele en flink verstarde Russische leest geschoeide groep. Aan Scholz de taak de dansers en het publiek naar een nieuw tijdperk te leiden. Hij deed dat niet door radicaal al het oude overboord te gooien maar door een geleidelijke verandering in mentaliteit en stijl en met gebruikmaking van de kwaliteiten die de veelal uitstekend getrainde en vaak virtuose dansers uit het Oostblok hadden. In dit licht moeten de gastvoorstellingen die het Leipziger Ballett nu in Het Muziektheater geeft ook gezien worden.

Scholz is niet een choreograaf van baanbrekende vernieuwingen en ideeën. Hij is een voortreffelijk vakman, die zich laat inspireren door muziek. Hij laat zich daarbij niet alleen leiden door de structuur of de ritmiek maar vooral ook door de melodische lijn en de sfeer. Scholz is ook zeker geen tegenstander van het gebruik van het heel herkenbare arsenaal van bewegingen uit de klassieke dans, hoewel hij daar op een bescheiden manier allerlei eigentijdse elementen aan toevoegt.

Dat totaal past precies bij zijn inmiddels wat meer internationaal samengestelde groep dansers, die zich als een homogeen en geïnspireerd team manifesteert. Het zijn (gelukkig) geen gelijkvormige klonen, maar er wordt gedanst met een gelijke muzikale adem en dynamische inzet. De dansers zijn technisch sterk en geven vaart en overtuiging aan alles wat ze doen. Scholz dwingt ze daar ook toe want het voetenwerk is snel, de draaien flitsend, het liftwerk, waarbij de vrouwen als smalle maansikkels op en over schouders draaien en glijden, veelvuldig, de sprongen zijn hoog, de accenten scherp. Tijd voor weloverwogen, rustige of duidelijk zichtbare preparaties wordt niet ingecalculeerd - alles moet direct en trefzeker zijn. En dat is het ook.

De drie getoonde balletten, gebaseerd op Prokofjevs Klassische Sinfonie en Rachmaninovs Suite nr.2 en Pianoconcert nr.3, zijn pure, abstracte danswerken en Scholz gaat in alle drie eigenlijk op eenzelfde manier te werk. Dat leidt tot een bepaalde eenvormigheid al zijn er steeds kleine verrassende elementen: een ongewone romphouding, een onverwacht zwaaiende arm, een been dat anders terecht komt dan je verwacht. Als rode draad functioneert in dit programma het door Scholz ontworpen toneelbeeld, dat geïnspireerd is door de schilderijen van Wassily Kandinsky. De vormen en kleuren daarin zijn duidelijk terug te vinden in de choreografie.

Mensen die herkenbare, klassieke passen oninteressant vinden en op zoek zijn naar vernieuwing, vervreemding, maatschappelijke betrokkenheid of politieke statements kunnen deze voorstelling beter mijden. Maar voor wie houdt van levendige, muzikale, vakkundig in vormgezette en uitgevoerde neo-klassieke dans, valt er bij het Leipziger Ballett veel te genieten.

Gezelschap: Leipziger Ballett. Met: Balletavond. Klassiek. Symfonisch. Muziek: Sergej Rachmaninov en Sergej Prokofjev. Choreografie, decor- en kostuumontwerp: Uwe Scholz. Gezien: 15/4, Het Muziektheater, Amsterdam. Herhaling: 17/4 en 18/4. Inl: (020)5518135.