Tien redenen om de oorlog tegen Servië te stoppen

Er bestaan voor het kabinet veel goede redenen – van juridische, morele en utilitaire, zo men wil immorele, aard – om te stoppen met zijn bijdrage aan de militaire acties gericht tegen de federale republiek Joegoslavië en om er bij de bondgenoten op aan te dringen datzelfde te doen.

1. Artikel 90 van de Grondwet gebiedt het kabinet de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen. Door in te stemmen met de eenzijdige NAVO-acties ondermijnt het kabinet de legitimiteit en de effectiviteit van de Verenigde Naties.

2. De acties van de NAVO missen een volkenrechtelijke grondslag op basis van het handvest van de Verenigde Naties. Niet alleen is de Veiligheidsraad buiten spel gezet, maar ook is geen poging ondernomen om een resolutie te verkrijgen van de Algemene Vergadering.

3. Met het interne conflict tussen de diverse bevolkingsgroepen binnen Joegoslavië is geen economisch of militair-strategisch belang van de Westerse alliantie gemoeid.

4. De belangen van de Westerse landen zijn gediend met goede betrekkingen met het Rusland.

5. Het staat niet onomstotelijk vast dat de diplomatieke middelen om het conflict op de lossen waren uitgeput. Bovendien zijn de ingezette middelen niet adequaat gebleken voor het doel.

6. De aanwezigheid van het `tu quoque'-argument: niemand staat sterk wanneer hij aan een ander verwijten maakt en hem daarvoor straft, terwijl hij dat veroordeelde gedrag zelf vertoont.

7. Het argument van de humanitaire interventie is niet erg sterk. De belangrijkste rechtvaardiging voor interventie wordt aan het leerstuk van de rechtvaardige oorlog (volgens sommigen een contradictio in terminis) ontleend. Tot die traditie behoort ook een goede afweging van middelen en doelen. Zeker op de korte termijn hebben de middelen, het doen van luchtaanvallen, niet bijgedragen aan het lenigen van humanitaire nood. Zelfs wie de drogreden kent: post hoc non est propter hoc, moet constateren dat de humanitaire ramp zich minstens ook heeft voltrokken vanwege de bombardementen. Pas nadat alle waarnemers en pers zich wegens die (dreiging met) bombardementen uit Kosovo had teruggetrokken, ontstond de mogelijkheid tot een grootscheepse etnische schoonmaak.

8. Opnieuw het argument van de humanitaire interventie: wie de etnische schoonmaak had willen voorkomen, had bereid moeten zijn om grondtroepen in te zetten. Iedereen kan weten dat criminele regimes met luchtaanvallen alleen niet ten val kunnen worden gebracht.

9. Het effect van de bombardementen werkt averechts: de nationale oppositie tegen Milošovic is verdwenen en het volk schaart zich achter de leider. Zelfs verlichte Serviërs schrijven nu zinnen als de volgende: ,,Kosovo ist ein Teil des serbischen Territoriums und Urgebiet unseres Staates, die wahre Quelle unseres Volkes und unseres Geistes.'' Bovendien wordt de relatieve stabiliteit van Montenegro en de omringende landen ernstig bedreigd, waardoor een serieuze kans bestaat dat het conflict zich uitbreidt en onbeheersbaar wordt.

10. Nu is er geen weg meer terug. Waarom eigenlijk niet? Waarom zou er geen adempauze kunnen worden ingebouwd, zodat met volle kracht naar een diplomatieke oplossing, in samenspraak met Rusland, kan worden gezocht? Geldt niet het spreekwoord: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald?

Thomas Mertens is docent rechtsfilosofie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.