Te groen voor het cynische gras

George Stephanopoulos verbaasde in januari vorig jaar Amerika. Monica Lewinsky was pas een week beroemd, Clinton had zojuist op basis van een opiniepeiling van zijn sinistere adviseur Dick Morris besloten dat hij nimmer seks had gehad met `that woman, miss Lewinsky'. Stephanopoulos was niet overtuigd, wie wel? Via de ontbijtshow Good Morning America adviseerde Stephanopoulos zijn oude baas het hele verhaal snel naar buiten te brengen, omdat de Lewinsky-affaire anders tot impeachment kon leiden.

Dubbel verraad. Clintons trouwste paladijn zei dat de president loog en nam zowaar het woord impeachment in de mond. De pers dook er bovenop, het Witte Huis had er een vijand bij. Het voordeel daarvan is dat George Stephanopoulos zo zijn handen vrij had om All too Human te schrijven, zijn terugblik op vijf jaar met de Clintons.

Of hij spijt heeft van zijn indiscretie, blijft onduidelijk. Het advies was correct, meent hij. Maar Stephanopoulos, die naam maakte als media-manipulator, begrijpt ook wel dat een advies in het Oval Office iets anders is dan een advies voor miljoenen televisiekijkers. Natuurlijk is hij nu een verrader. Na zes jaar hele en halve schandalen – Travelgate, Filegate, Whitewater, de fondsenwerving, Monicagate – zijn de Clintons en hun schandalenteam in de greep geraakt van een bunkermentaliteit. Wie niet voor ons is, is tegen ons.

All too human is een relativerend en lucide boek. Neem de eerste ontmoeting met de Russische president Jeltsin in Washington. In de ochtenduren is Jeltsin in topvorm, maar na drie whisky's en een vloeibaar diner tracht hij Clinton te omhelzen, het gezicht monsterlijk opgeblazen, mompelend over `My friend Beeel'. `Met zijn naar achter gekamde witte haar leek hij het meest op een gekookte aardappel in zure room', constateert Stephanopoulos.

Stephanopoulos excelleert bovendien in de details. De gêne bij de weeïge New-Age retraite die vice-president Al Gore organiseert om `elkaar beter te leren kennen', waarbij iedereen zijn `grote geheim' moet opbiechten. De wijze waarop Clintons team voor de ondertekening van de vrede tussen Rabin en Arafat de choreografie doorneemt. Wat als Arafat de president, `een instinctieve knuffelaar', probeert te omhelzen? Opvangen met een elleboog en een zacht kneepje in zijn biceps. Wat als hij Clinton probeert te kussen? Een elleboogblok, gecombineerd met een venijniger kneepje. En als dat niet helpt, een knie in het kruis, zo besluit de staf.

Sympathiek is de neiging van Stephanopoulos nauwelijks eer op te eisen voor Clintons triomfen, maar diens blunders wel op de smalle schouders te nemen. Meestal is dat in memoires andersom. Een extreem voorbeeld daarvan is Behind the Oval Office van zijn aartsvijand Dick Morris. Hij zet Clinton neer als een linkse padvinder, die zonder zijn geniale adviezen steevast in de politieke wildernis verdwaalt. Stephanopoulos, een `melancholieke nagelbijter', zucht daarentegen merkbaar onder zijn eigen zonden, blunders en twijfels.

Desillusie en verbittering over Clinton zijn de hoofdlijnen in All too human. `Geen lakei bewondert zijn meester', merkt Stephanopoulos op. Het is niet alleen de nabijheid die hem uiteindelijk tegen zijn baas inneemt, het is ook zijn bijzondere rol. Iedereen die is opgegroeid met Disneyfilms, kent het type. Stephanopoulos is dat drukke en komische hulpje van de bullebak. Ze struikelen ijverig achter hun baasje aan, doen alles om hem te behagen, en als dank krijgen ze klappen en woede-uitbarstingen.

Stephanopoulos: `Wie in zijn weg stond, kreeg de wind van voren. (...) De truc was een dikke huid te hebben – te begrijpen dat Clinton niet tegen je schreeuwde, maar door je heen schreeuwde terwijl de woede bezit van hem nam. Mijn taak was de uitbarsting te absorberen en de oorzaak weg te nemen.' Stephanopoulos is als woedespons zo'n expert dat hij de erupties zelfs rubriceert. `De ochtendbrul': een korte, heftige uiting van ochtendhumeur en frustratie. `Het slaapmutsje': kort en oppervlakkig, rond bedtijd, `werkt als een glas warme melk'. `De traagkook-woede': draait rond vaste thema's (de pers, de rechtse samenzwering) en `bouwt zich op als een barok concert, met subtiele variaties op een thema'. `De show': een kunstmatige uitbarsting om anderen – meestal Hillary – tevreden te stellen. `De doodsrochel': een explosie als Clinton moet toegeven dat hij fout zit en alvast anderen de schuld wil geven. Aan de ergste aller uitbarstingen ging Stephanopoulos uiteindelijk ten onder: `de stille schreeuw'. Clinton belde hem niet langer, sprak niet tegen hem, groette hem met een afwezig `Hello George', zette hem in de diepvries. De vreselijkste straf, want Stephanopoulos kon de stress alleen volhouden door royale toediening van antidepressiva en door de waardering en nabijheid van zijn idool. `Nabijheid, nabijheid, daar gaat het om!'

Met die nabijheid van Stephanopoulos was het al halverwege de eerste termijn van Clinton gedaan. De piepjonge `Boy George' was een vertrouweling van het eerste uur. Samen met James Carville en Paul Begala was hij de ziel van de beruchte `War Room' tijdens Clintons presidentscampagne van 1992. Vanuit dit hoofdkwartier in Little Rock werden aanvallen vanuit het kamp van president George Bush afgeslagen met varianten op de `haiku' die Carville in de kamer had opgehangen: `Verandering versus meer van hetzelfde. It's the economy, stupid. Vergeet de gezondheidszorg niet.'

Het Clinton-team was razendsnel en meedogenloos. Vier jaar eerder had Stephanopoulos als campagnemedewerker van Michael Dukakis in 1988 meegemaakt hoe zijn kandidaat vermorzeld werd door de cynische lastercampagne van Bush. Spotjes over de zwarte verkrachter Willie Horton, door de `softe' gouverneur Dukakis op vrije voeten gesteld; fluistercampagnes over Dukakis' vermeende depressiviteit. Eenmaal in het Witte Huis bleek Stephanopoulos minder taai dan hij zelf dacht. `Mijn fout is dat ik te veel jonge mensen heb binnengehaald, slim, maar niet wijs', filosofeerde Clinton. De bril met hoornen montuur die Stephanopoulos ging dragen om rijper over te komen, hielp niet. Als hoofd communicatie ruimde hij na enkele missers het veld voor veteraan David Gergen. Maar als `senior advisor for policy and strategy', een zeer vage taakomschrijving, bleef hij oor houden van Clinton. Dat vertrouwen verspeelde hij in 1994. Stephanopoulos kreeg het odium het lek van het Witte Huis te zijn nadat hij onderzoeksjournalist Bob Woodward te woord had gestaan. Naar eigen zeggen was het een klunzige poging de oude meester te manipuleren. In plaats daarvan speelde Woodward handig in op diens ijdelheid en molk hem leeg. Dat leidde tot het boek The Agenda, waarin het Witte Huis in de greep leek van absolute chaos. Clinton en Hillary begonnen Stephanopoulos als deel van het probleem te definiëren.

Daarop volgt de verpletterende nederlaag tegen Newt Gingrichs Republikeinen bij de Congresverkiezingen van 1994. Stephanopoulos werd naar de achtergrond gedrongen door Dick Morris. Clinton, zo stelt de jaloerse Stephanopoulos, pleegde daarmee een paleiscoup tegen zijn eigen kolonels. Na zijn nederlaag luisterde hij alleen nog naar Morris, de dr. Strangelove van de opiniepeiling. `Een kleine worst van een man die oogt als een maffia-advocaat', schrijft hij over deze cynische, licht maniakale strateeg. De haat tegen Morris was algemeen in het Witte Huis, maar Stephanopoulos moet erkennen dat hij Clinton in 1996 wel zijn herverkiezing bezorgde. Het woord was `triangulation'. Neem het grootste deel van het Republikeinse programma over en schep zoveel mogelijk afstand richting Democraten, luidde Morris' advies. Sta presidentieel boven de krakelende partijen, en herverkiezing is verzekerd. Het werkte, al mocht Morris de victorie zelf niet meemaken omdat hij in een aanval van overmoed een callgirl had laten meeluisteren tijdens een gesprek met de president.

In All too Human zien we de Clinton die we al kennen: het man-kind met formidabel inlevingsvermogen en formidabele woede-uitbarstingen, briljant en ongedisciplineerd, narcistisch en vol zelfbeklag. Een idealist vol goede bedoelingen wanneer hij de wind in de rug heeft, een meedogenloze opportunist bij tegenwind. Waar Dick Morris die duistere Clinton belichaamt, neemt Stephanopoulos de verantwoordelijkheid voor de goede Clinton, die in het harde Washington gedoemd was te sneuvelen. Wat dat betreft is Stephanopoulos de spin nog lang niet verleerd.

George Stephanopoulos: All too Human. A political education. Little, Brown and Company, 400 blz. ƒ66,50