Scheiden is een dure zaak

Op 6 mei stemmen de Schotten voor het eerst in bijna driehonderd jaar voor een eigen parlement. Schotse nationalisten zien dat als opmaat voor afscheiding. In het debat over de economische levensvatbaarheid van een onafhankelijk Schotland strijden rationele en emotionele argumenten om voorrang.

In de entreehal van het maritiem museum van de Schotse havenstad Aberdeen is een wand met kleine schoolbordjes. Daar staat op geschreven hoe laat het die dag eb en vloed is, welke schepen aan de wal liggen, en hoeveel van welke soort vis er die ochtend aan land is gebracht. Ze staan voor wat dit museum als geheel wil laten zien: Aberdeen leeft al eeuwen aan en van de zee.

Op één bordje is de belangrijkste mededeling gekrijt: de prijs van een vat Noordzee-olie, vandaag ruim twaalf dollar. Het is meer dan de tien dollar die een vat tijdens de crisis van 1986 opbracht, maar vijf keer minder dan tijdens de hoogtijdagen. Vanaf begin jaren zeventig toverde het `zwarte goud' het verlopen Aberdeen om in de oliehoofdstad van Europa en de welvarendste stad van Schotland. Dertig jaar later lijkt het zijn glans te verliezen.

De olie- en offshore-sector krimpt over de hele linie in. Bij toeleveringsbedrijven, koortsachtig op zoek naar andere markten, beginnen ontslagen te vallen. Aberdeen maakt met zijn gerestaureerde straten, mondaine restaurants en bruisende uitgaansleven nog steeds een vitale indruk, maar de stad waar het altijd waait zet zich schrap voor de toekomst.

Er is nóg een groep Schotten die de olieprijs met argusogen volgt. Dat is de Scottish National Party (SNP), die wil dat Schotland onafhankelijk wordt. Olie moet die uitkoop helpen financieren, want `It's Scotland's Oil!', zoals een oude slogan van de partij luidt. Op 6 mei kiezen de Schotten hun eerste parlement sinds drie eeuwen. Daarna draagt `Westminster' een reeks bevoegdheden aan `Edinburgh' over, waaronder de mogelijkheid om de belastingen met maximaal drie procent te verhogen (of verlagen). Als de SNP een meerderheid haalt, wil ze een referendum houden over afscheiding, heeft ze beloofd. Het is niet erg waarschijnlijk dat het nu al zover komt, maar ook niet uitgesloten. In elk geval wordt de partij een grote politieke factor in het Noorden en ze stelt nu alles in het werk om economisch een geloofwaardige indruk te maken.

Nu de olie-bonanza lijkt opgedroogd, heeft de SNP haar optimistische begrotingen moeten herzien. Maar het kan nog steeds gemakkelijk, houdt zij vol. Negentiende van alle Britse olie komt uit putten in het Schotse deel van de Noordzeebodem. Als Edinburgh in plaats van Londen belasting kan heffen, levert dat vele miljarden op. Een onafhankelijk Schotland zou weliswaar zijn huidige steun uit de Britse staatskas verliezen, maar de olie-revenuen maken dat ruimschoots goed, betoogt de partij.

Zo simpel is het niet. Het Scottish Office, het `ministerie' dat Schotland nu vanuit Londen runt, schat de jaarlijkse netto-subsidie aan de Schotten op ruim zeven miljard pond (bijna 23 miljard gulden). Olie-inkomsten van tussen de drie en vier miljard pond bij de huidige prijs, zouden een onafhankelijk Schotland dus nog steeds met een miljardengat op de begroting laten zitten.

SNP-leider Alex Salmond, oud-econoom bij de Royal Bank of Scotland, zegt dat zijn Labour-rivalen die in het Scottish Office de dienst uitmaken de statistieken manipuleren. ,,Ik weiger aan te nemen dat Schotland wordt gesubsidieerd'', zei hij. En inderdaad zijn Schotse statistieken moeilijk te isoleren uit de `achtergrondruis' van de Britse. Toch noemen verscheidene onafhankelijke onderzoekers de overheidscijfers ,,zo accuraat mogelijk''.

Alexander Kemp, hoogleraar economie aan de universiteit van Aberdeen, becijferde begin dit jaar bovendien voor het eerst wat het Schotse aandeel uit de huidige Britse oliewinning precies zou zijn. Zijn studie levert tegenstanders van een Schotse Alleingang alleen maar extra munitie. Want anders dan de SNP zegt, zou het Schotse aandeel de afgelopen twintig jaar geweldig hebben gevarieerd, toonde Kemp aan. Belangrijker nog: in de toekomst zou het dat óók doen.

Dat heeft vier oorzaken, aldus Kemp in zijn door The Economist betaalde onderzoek. Ten eerste is het omstreden hoe de grens moet worden getrokken tussen Schotse en Engelse boorputten. Ten tweede komen de inkomsten ook uit gasvelden en de meeste daarvan liggen buiten Schotse wateren. Ten derde verandert de verhouding waarin olie en gas worden gewonnen. En ten vierde fluctueren de inkomsten uit olie en gas met de prijs van ruwe olie en de investeringen door oliemaatschappijen.

Dat de separatisten zich ,,rijk rekenen'' wil hij niet bevestigen, zegt een voorzichtige Kemp tussen de manshoge stapels papier in zijn kantoor op King's College in Aberdeen. Maar dat die partij op dun ijs schaatst, staat wel vast. ,,Temeer omdat een Schotse recessie niet denkbeeldig is'', zegt hij. ,,Niet alleen door de lage olieprijs maar ook door de zwakte van andere sectoren. Iedereen is benieuwd hoe de SNP die wil voorkomen.''

De reeks vragen die de SNP moet beantwoorden is lang. Donald Rutherford, hoogleraar economie aan de Universiteit van Edinburgh, vuurt er boven een cafétafel maar eens een paar af. Kan een zelfstandig Schotland net zo succesvol handeldrijven als nu? De SNP wil graag lid worden van de Europese muntunie, maar kan het zich kwalificeren? Wil de EU de Schotten trouwens wel toelaten, als dat de sluizen zou openzetten voor Catalanen, Lombarden of Vlamingen? Hoe kunnen vijf miljoen Schotten eenzelfde gezondheidszorg en onderwijssysteem financieren als 60 miljoen Britten nu samen doen? Hoe denkt Schotland de Britse staatsschuld te verdelen? Hoe vergoedt het gemeenschappelijke kosten voor defensie en pensioenen? En wat moet er gebeuren met de Britse kerncentrales, die merendeels in Schotland staan maar het hele land van stroom voorzien?

,,Dit zou geen gelukkige scheiding worden'', zegt Rutherford. Wat hij zelf stemt blijft onduidelijk, maar zijn woorden lijken een echo van de slogan waarmee Labour in Schotland dezer dagen potentiële SNP-stemmers probeert te ontmoedigen – `Divorce is an expensive business'.

Andrew Wilson, SNP-woordvoerder voor economische zaken en zelf econoom, zet tegenover zulke vragen zijn eigen berekeningen. Over het Schotse begrotingstekort, dat binnen de `Maastricht-criteria' van de Europese Unie zou vallen. Over de belastingen, die veel effectiever want alleen in Schotland besteed zouden worden. En natuurlijk over de olie. ,,We zijn een rijk land'', zegt Wilson tussen de palmen in een hotellounge van de Schotse hoofdstad. ,,Zonder olie is ons bruto nationaal product gelijk aan het Britse. En mét olie is het veel hoger. Ik zie olie alleen maar als bonus.''

Maar al praat Wilson in cijfers, de kern van zijn betoog is – zoals bij veel voor- en tegenstanders van afscheiding – emotioneel. ,,Een onafhankelijk Schotland is in een betere positie om beslissingen over Schotland te nemen dan Londen,'' zegt hij. ,,Wij willen niet in de periferie liggen, maar in het centrum.'' Schotland moet kortom onafhankelijk worden, omdat het onafhankelijk moet worden; zo bezien zijn de SNP-sommen wishful thinking. Of ze kloppen kan pas duidelijk worden als Schotland inderdaad zijn eigen weg gaat.

Dat geldt ook voor de overwegingen die Hamish McRae, een in Ierland opgegroeide econoom met Engels-Schotse ouders, eind vorig jaar in The Independent aanvoerde. Maar zijn betoog – samengevat: er is misschien niets vóór Schotse zelfstandigheid, maar ook niets tegen – had het voordeel buiten de stammenstrijd met zijn hoge welles-nietes-gehalte te blijven.

McRae noemde de discussie aan de hand van de huidige cijfers ,,nuttig maar te statisch'', omdat die miskent dat het onderliggende economische bouwsel na uittreding niet gelijk hoeft te blijven. Zo kan een onafhankelijk Schotland zijn belastingklimaat ,,fijnregelen'' om investeringen uit het buitenland aan te trekken, zoals ook Ierland met succes heeft gedaan. De groeicijfers die daarbij horen zouden de kosten van de scheiding en een fiscaal tekort moeiteloos kunnen dragen, aldus McRae. En dat kleine landen buiten de Europese Unie niet automatisch in het nadeel zijn, bewijzen de economieën van Zwitserland en Noorwegen. Ook als Schotland geen `Keltische tijger' wordt, zoals Ierland, kan het volgens hem in elk geval een ,,gewoon klein land'' zijn.

In 1707 sloot het zelfstandige koninkrijk Schotland het verbond met Engeland, hoofdzakelijk op economische gronden. Of zakelijke argumenten de Schotten nu kunnen verleiden hun land na drie eeuwen weer te ontkoppelen, is de vraag. Een door de nationalisten voorgestelde belastingverhoging van één procent – een pence per pond, a penny for scotland, zoals de SNP zegt – lijkt boven verwachting goed te vallen onder de bevolking, omdat die ten goede zou komen aan huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg in Schotland. En meer zelfstandigheid van het ,,arrogante'' Londen willen de Schotten ook graag. Maar afscheiding lijkt ze voorlopig een brug te ver. Als de opiniepeilingen kloppen – een meerderheid voor Labour, maar geen absolute, en een grote minderheid voor de SNP – voelen de meeste Schotten zich in hun hart nog steeds óók Brit.

Tot de felste anti-nationalisten hoort het bedrijfsleven. Enkele ondernemingen hebben gedreigd Schotland te verlaten als de SNP wint. Voor de korte termijn vrezen zij een reeks belastingverhogingen en andere ongunstige maatregelen die een parlement onder de SNP zou doorvoeren. Op lange termijn vrezen ze de algehele onrust die een afscheidingsproces teweeg zou brengen. Labour-minister van Financiën Gordon Brown, zelf een Schot, laat geen gelegenheid onbenut om het vuurtje op te stoken door de SNP ,,de belastingpartij'' te noemen, die van Schotland een ,,belasting-enclave'' wil maken.

Andrew Wilson, de SNP-woordvoerder, noemt de protesten ,,irrelevant''. ,,Big business was ook tegen een eigen parlement voor Schotland'', zegt hij. Toch leverde het referendum een grote meerderheid vóór een eigen parlement op en nu is het bedrijfsleven daar opeens óók voor.'' Wel geeft hij toe dat zijn partij ,,nog veel werk moet verzetten om de mensen te overreden''.

In veel sectoren die al met kleine marges of verlies werken, lijkt dat onbegonnen werk. Schotse boeren lijden onder dezelfde, door de gekke-koeienziekte veroorzaakte exportcrisis als hun Engelse buren. Hetzelfde geldt voor de chemische industrie of de chipsbakkers in de streek rond Edinburgh die als `Silicon Glen' bekend staat. Met ingrijpende herstructureringen proberen ze ten noorden en ten zuiden van de grens massa-ontslagen te voorkomen. Zalmkwekers kampen met lage opbrengsten en visziektes. Whiskystokers, de belangrijkste groep binnen de belangrijke voedsel- en dranksector, klagen over de accijnzen. Daardoor is een fles Loch, Glen of Mc bij de Europese slijter goedkoper dan in de duty free-winkel van een Brits vliegveld.

,,Wij zitten echt niet te wachten op belastingverhoging – dat maakt onze positie alleen maar nadeliger'', zegt ook Maureen Smith, woordvoerder van de Scottish Tourist Board (STB) in Edinburgh. Haar branche levert met een directe omzet van 2,5 miljard pond vijf procent van het Schotse BNP, terwijl er 177.000 mensen (acht procent van de Schotse beroepsbevolking) werken.

Het dure pond en de hoge rente maakt alle Britse exportproducten duur en werkt investeringen tegen. Met de bergen, kastelen, meren, fjorden en frisse lucht die Smiths branche verkoopt is het niet anders. Het afgelopen jaar waren er veel minder buitenlandse toeristen, en de Britten zelf besteedden hun koopkrachtiger ponden liever elders in Europa.

Ook zonder potentiële afscheiding betekent het nieuwe parlement voor Smith al kopzorg genoeg, zegt ze. Toerisme hoort – anders dan bijvoorbeeld defensie of monetaire politiek – wel degelijk tot de bevoegdheden van de nieuwe volksvertegenwoordigers. De bond vreest dat het parlement een eigen `lichte' minister' voor toerisme wil benoemen in plaats van dat de branche onder het ministerie voor Handel in Londen blijft vallen en gebruik kan blijven maken van de marketingkanalen van de Britse toeristenbond, ook in Londen. ,,Wij zijn een volwassen industriële activiteit'', zegt Smith, ,,En een grote lokale job creator. We willen serieus genomen worden.''

Vorige week, met nog een maand te gaan, begonnen de campagnes serieus. Belastingen domineren voorlopig het debat. De Schotse branche van Burger King heeft er alvast een grap op verzonnen. Op de bussen in Edinburgh adverteert het concern met zijn nieuwe Rodeo-burger (,,Yee-ha!'') voor 99 pence. Want, zo staat er in koeienletters, ,,we komen met z'n allen net een penny te kort''.