Ramp met Hercules voor de rechter

Twee medewerkers van de luchtmacht zullen zich voor de rechter moeten verantwoorden voor hun betrokkenheid bij de ramp met het Belgische Hercules-vliegtuig, dat op 15 juli 1996 op de vliegbasis Eindhoven verongelukte. Dat heeft de rechtbank in Arnhem vanochtend bepaald.

Het tweetal, de dienstdoende brandweercommandant en de verkeersleider van de basis, werd samen met de vliegbasiscommandant in oktober `96 uit hun functie gezet, omdat ze medeverantwoordelijk werden gehouden voor de vliegtuigramp. Bij het ongeluk kwamen 34 mensen om het leven, de Belgische bemanning en leden van het fanfarekorps van de koninklijke landmacht. De ramp vond plaats door een aanvaring van het vliegtuig met een zwerm vogels vlak boven de landingsbaan, waarna een mislukte doorstart werd gemaakt.

In eerste instantie was het de hulpverleners niet duidelijk dat er 41 mensen aan boord waren. Na een aantal vooronderzoeken besloot het O.M. in januari van dit jaar na een correctie van het college van procureurs-generaal de twee strafrechtelijk te vervolgen. Door advocaat H. van der Meijden van de twee werd daartegen bezwaar aangetekend. Volgens de advocaat kunnen de twee niet alleen verantwoordelijk worden gehouden voor de ramp. De rechtbank stelde vanochtend vast dat er nog veel onduidelijkheden zijn rondom de alarmering en hulpverlening na het ongeluk. Mede daarom is, aldus de rechtbank, strafrechtelijke vervolging gerechtvaardigd.

De Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP) en de Nederlandse Officieren Vereniging (NOV) pleiten voor een ,,hernieuwd en onafhankelijk onderzoek''. Voorzitter B. Snoep van de AFMP sluit daarbij ,,nadrukkelijk'' een parlementaire enquête niet uit.