Overloop en overspel

`Huilen is voor jou te laat': honderden keren heb ik het gezongen en altijd zonder veel bijgedachten, want de tekst leek mij voor zich te spreken. `Huilen is voor jou te laat, ik kom niet meer', daar begint Corry mee, Corry Konings van Corry en de Rekels. Het onderwerp van het lied is daarmee al kort aangegeven, maar in dit genre kan enige herhaling nooit kwaad. `Wacht maar niet op mij' zingt zij daarna, `het is de laatste keer' - een zin die welbeschouwd niets nieuws aan de eerste toevoegt. `Dat je mij bedrogen hebt' begint ze nog één keer tegen haar gewezen minnaar, maar ze maakt haar zin niet af: `het is te laat.' En ook dat spreekt voor zich. Na deze drie, steeds in twee delen uiteenvallende regels besluit zij haar eerste strofe met één lange pauzeloze zin die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: `Want mijn liefde voor jou dat is nu toch enkel haat.'

Jarenlang rolden deze regels er bij het meezingen zonder problemen uit, totdat ik onlangs las wat Jaap Bakker er in zijn Rijmhandboek (1998) over schreef - en begreep dat ik al die tijd koeterwaals moet hebben gezongen, en Corry trouwens ook. Volgens Bakker begint de derde regel niet met een nieuwe zin (`dat je mij bedrogen hebt') die vervolgens wordt afgebroken, zoals wij altijd dachten - in werkelijheid is dat het restant van een zin die al in de tweede regel begonnen is. `Het is de laatste keer dat je mij bedrogen hebt': dat is wat tekstschrijver Pierre Kartner Corry eigenlijk in de mond had willen leggen.

Ik was verrast toen ik het voor het eerst las, maar zag niet wat er tegen deze tekstuele analyse viel in te brengen, behalve dan dat de melodie zich er weinig van aantrok. De bedoeling van de dichter was een zogenaamd enjambement (de zin loopt van de ene versregel door in de volgende, en wel zo dat de regelgrens midden in een zinsdeel valt), maar in de praktijk was er een hoogst ongelukkige constructie ontstaan: door de verplichte muzikale pauze na de tweede regel wordt de volzin onherstelbaar in tweeën gehakt. Wie dat dankzij Bakker eenmaal heeft gezien, kan het daarna nog moeilijk negeren, zo is mijn ervaring - met alle vervelende gevolgen vandien voor de meezingerij.

Misschien kwam het wel door Bakkers verfrissende blik dat ik toen ook pas voor het eerst stilstond bij het woord `enjambement'. Raar woord, welbeschouwd, en verwarrend ook, want met een jambe (versvoet) heeft het niets te maken. Wel met het Franse `enjamber': stappen over, met grote passen lopen, doorlopen. Het is vreemd dat het nooit door een Nederlands woord is vervangen, al zie je in de handboeken soms tussen haakjes wel eens `overloop' of `oversprong' gesuggereerd worden. En, ook vreemd, bij navraag blijkt niemand zeker te weten hoe het woord uitgesproken dient te worden. Er doen vier varianten de ronde en alle vier hebben ze iets lachwekkends: het knullig klinkende enjambement- zoals-je-het-schrijft, de halfslachtige tussenvormen enzjambement en anzjambement, en de volledig Franse, in de praktijk wat al te zwierig klinkende variant anzjambeman.

De mooiste enjambementen zijn natuurlijk de functionele - al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat bijna elk enjambement (ook de terloopse of onbewuste of zelfs afwezige enjambementen) met wat interpretatief gegoochel gemakkelijk functioneel te maken zijn. Zelfs het ongelukkige enjambement in de eerste regels van `Huilen is voor jou te laat' kan nog wel van een duiding worden voorzien. Bijvoorbeeld zo: de voortgang, het enjambement is in de tekst aanwezig, de man wil wel verder, maar Corry zegt nu eenzijdig de liefde op, door in de uitvoering de bedoeling van de dichter te negeren, waardoor de zin doelbewust niet doorloopt - symbool voor het einde van de liefde.

Dit is de eerste regel van het gedicht `Ondertussen' van Antoine Uitdehaag, uit zijn bundel De adem van de zaal (1997):

Hij nam haar snel in de coulissen

Een ons onbekende hij deed het met een ons onbekende haar, al dan niet met haar goedvinden, in een theater. Uit de tweede regel valt af te leiden dat zij actrice is: `Hij nam haar snel in de coulissen / tussen haar beide grote opkomsten'. En pas na de derde regel weten we dat we met een enjambement bij de neus genomen zijn: `Hij nam haar snel in de coulissen / tussen haar beide grote opkomsten / mee naar het vroegere souffleurshok'. De actrice blijkt niet genomen, maar méégenomen te zijn, en wel naar een niet meer in gebruik zijnd souffleurshok. Waar zou dat hok zich bevinden en wat zou hij haar daar toch willen laten zien? De zin enjambeert zonder leestekens vrolijk verder, nu zelfs over een witregel heen, en de dichter neemt ons dan met dezelfde truc nog een keer te grazen: `Hij nam haar snel in de coulissen / tussen haar beide grote opkomsten / mee naar het vroegere souffleurshok / onder het toneel en nam haar daar // alsnog.'

Grappig, dit spel met verwachtingen, en alleen daarom al `functioneel' - maar ook nog eens inhoudelijk betekenisvol, want dit gedicht gaat na dit bedrieglijke begin nog meer draaien om waarheid en bedrog. Als ik het goed begrijp wordt de vrouw hier genomen waar haar man bij staat: die staat namelijk op hetzelfde moment op de planken boven haar hoofd te spelen, in de rol van haar vader nog wel. Al spelend begint hij langzaam te vermoeden wat er onder zijn voeten gaande is. De wrange uitkomst is dat deze verbijsterende ontdekking zijn toneelspel `beter dan ooit' maakt. Nooit speelde hij zijn rol echter en beter dan toen hij, zonder dat het publiek het wist, geen rol meer speelde.

Dat dubbelzinnige spiegelspel met schijn en wezen, toneel en werkelijkheid wordt voor mijn gevoel al aangekondigd door het verneukeratieve begin met die enjambementen. Lezersbedrog en liefdesbedrog gaan hier hand in hand. Overspel - dat is misschien ook wel een aardig synoniem voor enjambement.