Muizenissen hebben gelijk

Granito, glas-in-lood en visgraatparket: griezeliger, vindt de tienjarige Staf, kan een huis haast niet zijn. Het bezorgt hem een `onderwatergevoel', een sensatie die alles met beklemming en benauwenis van doen heeft. Staf is met zijn ouders en zus verhuisd naar een dorp bij Den Haag. Noodgedwongen. Vanaf de eerste voet die hij er over de drempel zet, voelt hij het onheil naderen. Heeft Staf een `hoofd vol muizen' zoals zijn familie zegt, of heeft hij het gelijk van een Cassandra die niemand horen wil?

Die vraag blijft onbeantwoord in De vloek van Cornelia, Martha Heesens zesde kinderboek. Heesen houdt niet van duiden en benoemen, het gaat haar om subtiliteit. Mensen, kinderen dus ook, hebben allemaal een eigen waarheid en niemand heeft gelijk. Deze overtuiging leidt soms tot langdradigheid, maar kan ook verfrissend zijn. Staf projecteert de angst voor een scheiding van zijn ouders op het huis, zonder dat dit met zoveel woorden wordt gezegd.

Gedreven door angst ontdoet Staf het huis van de klimop die de gevel overwoekert. Zo legt hij een gevelsteen bloot waarop de naam `Cornelia' prijkt. Na een moeizaam gespek met een bejaarde buurvrouw die het eigenlijk alleen wil hebben over Indië, waar ze als kind woonde, komt Staf tot de overtuiging dat Cornelia een van de eerste bewoners was, in 1927. `Een onoogelijk schriel ding, een lelijk ding, een zieltje', was het meisje, zegt de buurvrouw. Dochter van een hertrouwde vader die met zijn nieuwe vrouw, haar nieuwe moeder, een blakende tweeling kreeg. Staf is woedend over de schijnheiligheid die hij bij deze vader vermoedt: wel zijn woonstee naar die dochter vernoemen, maar haar intussen laten verkommeren. Zonder het zelf in de gaten te hebben, ziet hij een parallel tussen zijn eigen leven en dat van het meisje, dat misschien wel helemaal geen `Cornelia' heette.

Stafs vader gaat tobberig op in zijn nieuwe baan. Maar pas echt griezelig is wat er met zijn moeder gebeurt in het nieuwe huis. Zij ondergaat een metamorfose, praat van `boh-boh-boh' net als de nieuwe kakburen, denkt alleen nog maar aan kamerplanten en heeft het ineens over `je vader', waar ze vroeger `Jean' of `papa' zei. Ze lijkt wel een boze stiefmoeder uit een sprookje. Ineens wil ze dat haar zoon sport en buitenspeelt, net als Arthur van de buren. Stafs zus Kaat van vijftien lacht haar broer uit, zij het liefdevol.

`Sfeer, zeiden ze. Het huis had sfeer. Ik wist niet zo goed wat `sfeer' was. Kennelijk iets waar zij van hielden en ik niet. (–) Dat was natuurlijk een grap van ze, dacht ik, toneel, om te verbergen dat ze spijt hadden.' Staf weigert te geloven dat zijn familie zijn `onderwatergevoel' niet deelt. Heesen blijft binnen zijn belevingswereld, zonder zijn egocentrisme te vergoelijken. Dat doet denken aan de boeken van Veronica Hazelhoff, die ook van die levensechte kinderen aan het woord laat. Maar Heesen is net iets minder sprankelend en heeft minder humor. Toch overtuigt het boek. Knap is de terloopsheid waarmee ze laat zien hoe woorden zich vastzetten in het hoofd van de jongen.

Wie of wat Cornelia precies is, blijft vaag. Op een gegeven moment ga je haast hopen dat haar geest zich aan Staf openbaart. Het zou iets van de overklaarbare benauwdheid die ook de lezer in zijn greep krijgt, wegnemen. Heesen weigert dit houvast te bieden, het blijft bij een angstig voorgevoel van een duistere macht die het huis beheerst. Staf krijgt gelijk, lijkt het. Het huis keert zich tegen zijn bewoners. Op een door zijn moeder verplicht gesteld verjaarspartijtje slaat zijn liefste klasgenootje met haar kop tegen het granito van de gang, terwijl intussen `Oma Utrecht' een eenzame dood sterft. Vervolgens spoelt de door Stafs moeder gekoesterde droom weg in een storm. Alles staat onder water, glas-in-lood slaat kapot, het parket bobbelt door de inslaande waterval.

Maar de cavia's van Staf blijven gespaard, zoals hij Cornelia eens verzocht: `Wil je alsjeblieft de cavia's niks doen, dat zijn maar beesten.' Cornelia's vloek of louter toeval?

Wie het leest, mag het zeggen.

Martha Heesen: De vloek van Cornelia. Vanaf 10 jaar. Querido, 98 blz. ƒ24,95