Limburg houdt vast aan gedane beloften

In Heerlen is gisteren fel geprotesteerd tegen de inkrimping van de vestiging van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het was 17 december 1965, een vrijdagmiddag. PvdA-minister Joop den Uyl van Economische Zaken beklom voor duizend genodigden in de stadsschouwburg in Heerlen het houten spreekgestoelte. Voor hem zaten burgemeesters en wethouders uit de mijngemeenten, de `gouverneur', vakbondsleden en de bisschop. In de schouwburg kondigde Den Uyl de sluiting van de steenkoolmijnen aan. ,,Maar'', sprak de minister, ,,geen mijnsluiting zonder redelijk perspectief op vervangende werkgelegenheid.''

Donderdagmiddag 15 april, 34 jaar later. PvdA'er en burgemeester van Kerkrade Thijs Wöltgens beklimt voor de stadsschouwburg in Heerlen hetzelfde houten spreekgestoelte. Voor hem tweeduizend medewerkers van rijksdiensten en bedrijven, gemeenteambtenaren, burgemeesters, wethouders en de gouverneur.

Wöltgens spreekt woorden vol historisch besef. ,,Het is voor mij 34 jaar later een verplichting om hier te staan'', zegt hij. ,,Dat wat toen aan de streek beloofd is – vervangend werk voor de gesloten mijnen – moet ook nu worden nagekomen. In het licht van de geschiedenis, die hier 34 jaar geleden begon, is het voornemen van minister Jorritsma om 800 van de 1.100 banen te schrappen verbijsterend. Wethouders, gedeputeerden, burgemeesters – iedereen die deze streek vertegenwoordigt zal ervoor zorgen dat het tot in Den Haag doordringt dat het CBS in Heerlen nog lang niet is uitgeteld.''

,,De hele bevolking van Zuid-Limburg staat achter deze eis tot behoud van werkgelegenheid'', zegt Wöltgens later als de protestmars door de straten van de hoofdstad van de voormalige Oostelijke Mijnstreek trekt. De eis van Zuid-Limburg is gerechtvaardigd, vindt de PvdA'er, zolang de streek nog met een grote werkloosheid kampt. Nooit zijn de verdwenen 45.000 directe en 35.000 indirecte arbeidsplaatsen uit de mijnindustrie helemaal goedgemaakt. De werkloosheid in Heerlen (werkzoekenden zonder baan) bedraagt 13,7 procent, tegenover 9,4 procent in Nederland.

Den Uyl maakte een einde aan het gevaarlijke, ondergrondse werk in de mijnen. Hij en zijn collega's pompten tussen 1965 en 1990 direct en indirect 10,4 miljard gulden in de regio. Duizenden oud-mijnwerkers gingen `in de WAO', 2.600 ex-kompels naar sociale werkplaatsen, 6.000 naar Van Doorne's Automobielfabrieken (nu Nedcar) in Born en duizenden anderen vonden werk bij de gedecentraliseerde rijksdiensten, waarvan de grootste het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn.

Zo iemand is L. Bosten (57), een oud-kompel uit Brunssum. Hij werd na 18,5 jaar ondergronds werk in de Oranje Nassau-mijnen medewerker van het CBS. Daar turft, belt en enquêteert hij nu al weer bijna een kwart eeuw. Bosten loopt deze protestmiddag samen met zijn collega S. Schooners (50), ook ex-mijnwerker, vooraan in de protestmars. Overall aan, helm op het hoofd, mijnlamp in de hand. ,,De solidariteit is hartverwarmend'', bekent Bosten.

Het verleden laat deze streek niet los, ook al zijn gebouwen uit de mijnperiode goeddeels gesloopt. De betonnen nieuwbouw van het CBS staat op het mijnterrein van de Oranje Nassau I. Alleen de schacht, met daarop de rode neonletters ON, bleef bewaard. In de stoet mensen, in het zicht van de schacht, draagt iemand een bord mee met de tekst `witste noch koempel?'. De tocht is een demonstratie van regionaal bewustzijn.

Het gaat niet om het CBS alleen, zoals commissaris van de koningin B. Baron van Voorst tot Voorst later vanaf het balkon van het stadhuis de naar hem opkijkende menigte zal toeroepen. De hele regio, de hele provincie is in verzet. Vakbonden, overheden, politieke partijen van VVD tot SP, de bedrijven.

De gevoeligheden zijn verklaarbaar, doceert Wöltgens: ,,De aanwezigheid van het CBS heeft rechtstreeks met de mijnsluitingen te maken. Jorritsma doorbreekt met haar voorstel wat wij hier nog altijd zien als een verplichting van het rijk ten aanzien van Zuid-Limburg. Dat verklaart het brede maatschappelijke verzet. Daar heeft Jorritsma zich op verkeken.''

Aan het einde van de demonstratie heeft een stadsdichter het vol symboliek over `de slag bij de schouwburg', zingt een troubadour `where have all the kompels gone?', bekent iemand in de microfoon dat hij kippenvel krijgt van zoveel solidariteit en zingen tweeduizend kelen het Limburgs volkslied. `Want daar is mijn vaderland, Limburgs dierbaar oord.'