Kuiper: geen excuses voor oppakken joden in WO2 door politie

De Amsterdamse korpschef J. Kuiper acht het aanbieden van excuses aan de joodse gemeenschap voor het politieoptreden in de Tweede Wereldoorlog zinloos. ,,Dat is een te simpel gebaar voor wat toen is gebeurd'', aldus Kuiper gisteren bij de presentatie van het boek Dienaren van het gezag over de rol van de Amsterdamse politie tijdens de bezetting.

In het boek zoekt G. Meershoek, die gisteren op zijn onderzoek promoveerde, naar een verklaring waarom gewone agenten onder leiding van gewone inspecteurs een maand lang in september 1942, veelal met grote tegenzin maar zonder daadwerkelijk protest, zesduizend joden uit hun huizen haalden en uitleverden aan de Duitsers. De belangrijkste verklaring is volgens Meershoek dat vanaf 1934 de gezagsverhoudingen veranderden bij de politie. De leiding van het korps werd gecentraliseerd, de verantwoordingsplicht bij de gemeenteraad afgeschaft en de individuele agent strenger gecontroleerd. In dat klimaat konden steeds scherpere anti-joodse maatregelen beter gedijen. De enige die onmiddellijk weigerde joden uit hun huizen te halen, inspecteur Jan van de Oever, werd terstond ontslagen. Hij kwam na de oorlog weer in dienst, maar vertrok binnen anderhalf jaar omdat hij werd weggekeken door collega's.

Volgens korpschef Kuiper is de situatie van toen rond macht, gezag en bureaupolitiek in het heden herkenbaar. ,,Weer is de politie losgemaakt uit haar bestel en daarmee kwetsbaar.'' ,,Moet het bijzondere karakter van de Nederlandse politie onder druk van een algeheel gevoelen van onrust worden veranderd? Moeten wij veiligheidspolitie worden, niet langer zo geïntegreerd in de samenleving, maar juist daartegenover? Wie bepaalt dat, of gebeurt het gewoon, zoals toen?''

Kuiper zei te hopen dat politiemensen van nu anders zullen reageren als ze weer in zo'n situatie komen. ,,Zoals ik graag gewild had dat veel van mijn vroegere collega's anders hadden gehandeld dan zij hebben gedaan. Niet dat de geschiedenis dan anders zou zijn gegaan, maar de smet die er is en die ik voel zou er dan niet geweest zijn.''