Kikkerdril

De eerste keer lukte het ons niet om kikkerdril te vinden. We kwamen thuis met plukjes snotterig wier, waarin bij nadere beschouwing geen eitje te bekennen viel. De juf van onze zoon had meer verstand van zaken. Van haar kregen we één kikkervisje in een potje.

`Kwaak' had zijn vaste plaats op de eettafel waar wij zijn ontwikkeling op de voet konden volgen. Toen hij vier pootjes had kreeg hij een legoblokje in zijn kom. Op een dag zat hij bovenop het blokje en was zijn staart verdwenen. In het weiland namen we afscheid van Kwaak. De plaats waar we hem in de sloot zetten konden we onthouden door het paaltje langs de kant.

Het jaar daarop haalden we zelf zeven kikkervisjes uit een meertje in de duinen. Onverwachts ging het mis in de kom. Opeens werd het water troebel en een uur later dreven er twee lijkjes aan de oppervlakte. De vijf kikkervisjes die nog over waren brachten we naar de dichtstbijzijnde sloot in het dorp.

Laatst waren we weer bij het duinmeer. Er was een klein jongetje dat een emmertje met zich mee torste. Het doorzichtige plastic zag zwart van de kikkervisjes. Op de vraag naar zijn plannen zei hij: ,,Ik neem ze mee naar huis. Het mag.'' Wij opperden dat zoveel visjes in één klein emmertje het wel eens benauwd konden krijgen. Maar hij haalde zijn schouders op. Om ons tegemoet te komen goot hij wat kikkervisjes in een poeltje naast het meer. Daarna liep hij vastberaden verder met zijn buit. Het poeltje stond niet in verbinding met het meer. Voor de paar kikkervisjes die er in zaten hebben we een kanaal gegraven.

We komen nog vaak langs de sloot van Kwaak. Ter hoogte van het paaltje horen we wel eens een kikker kwaken.

Hoe oud wordt een kikker?