Kabelcrisis

AMSTERDAM heeft het grootste afzonderlijke kabelnet van Nederland en nog steeds een van de grotere in Europa. De crisis over het vaste tarief was een testcase voor de splitsing van de kabel elders in het land. Iedereen staat nu een decoder te wachten. Deze markeert het afscheid van de kabelexploitatie als nutsfunctie.

Maar de kabel is nog steeds een feitelijk monopolie. Neem alleen die programmapakketten. Er wordt wel veel gepraat over de kabelexploitant als Full Service Operator, maar het verspreiden van omroepprogramma's vormt nog steeds de kurk waarop hij drijft. Pluspakketten vormen een gemakkelijk beleg op deze boterham. Dat verdient een tegenwicht. De geliberaliseerde mediawetgeving zoekt dit in een programmaraad die wordt benoemd door de gemeenteraad. De Amsterdamse kabelcrisis illustreert het failliet van dit soort constructies – een oneigenlijk kind van het publieke omroepbestel.

De burger heeft waarschijnlijk meer aan een serieuze consumentengeschillencommissie. Hij heeft pas echt iets aan een volwassen keuzemogelijkheid. Het alternatief van de satellietontvangst met een schotel op het balkon heeft voor menigeen nog te veel voeten in de aarde. De nieuwe digitale decoder is echter niet alleen een middel voor exploitanten om zoveel mogelijk dure pakketten samen te stellen, maar ook voor individuele abonnees om hun eigen keuze te maken. Als gemeenteraad of programmaraad deze laatste toepassing niet kan afdwingen, ligt er een mooie taak voor de mededingingsautoriteiten. Of de wetgever.