Huilen of doen

De tv-steunactie begon met een slechte vraag aan premier Kok: ,,Wat hebben de beelden van afgelopen weken met u gedaan?'' Daar gaan we weer, dacht ik: in de keel stokkende woorden, slechte nachtrust. Maar gelukkig is die Kok een stijve hark. In plaats van te slikken en tranen te plengen was hij premier. Heel adequaat wees hij op de mensen die we niet op de televisie zien en er nog erger aan toe zijn, ,,de onzichtbare mensen die in Kosovo zijn gebleven''.

Ik zag een vrouwelijke militair huilen, licht gebruind, haar ogen waren gave halve cirkels, het goed gewassen blonde haar schitterde in de zon. Ze was misplaatst in deze omgeving. Ik dacht aan wintersport en badplaatsen. Je verwacht dat een soldaat een neergeschoten Mig op zijn vliegtuig schildert, tenten bouwt of als Florence Nightingale tussen gewonden waart. Als soldaten hun emoties niet bedwingen, wie doet dan nog het werk? Dan heb ik liever calvinisme, het ,,handen uit de mouwen steken'' van Kok. Het is waar, met een girootje op de sofa heb ik makkelijk praten.

De emoties komen ook van de vraagstelling. Sommige journalisten willen tranen zien in plaats van verhalen. Je zag het aan geërgerde antwoorden van vluchtelingen die in bussen werden gepropt. ,,Hoe zou ik me voelen?''. ,,Wat denkt U?''

Emoties worden verward met moraal. Een politicus kan beter zeggen wat hij vindt of hoe het moet, dan hoe hij zich voelt. Leiding geven of helpen is geen therapie. Anders krijg je Defensieminister Frank de Grave die vorige week herinnerde aan zijn oorlogservaringen in de bioscoop met Schindler's List.

Gelukkig viel de uitzending verder mee, gisteren. Afgezien van die ene slechte beginvraag voerde Jeroen Pauw een uitstekende presentatie. Snel vond hij de goede toon en stelde hij scherpe vragen. De gedegenheid van medepresentator Karen de Groot deed denken aan Maartje van Weegen. Nederlands sprekende Kosovaren verhaalden over de Serviërs die hen uit hun huizen verdreven en over de barre tocht naar de grens. Feiten en verhalen spreken meer dan gevoelsuitbarstingen.

Een journaliste vertelde over die eerste dagen in Noord-Albanië. Er was niemand om te helpen behalve een paar Albanese boeren. En tussen de mensenmassa's, hun doden, hun drek, stank en honger waren journalisten met hun satelliettelefoons. Die belden de publieke opinie. Later zong Youp van 't Hek een mooi liedje van Ivo de Wijs en Ton Scherpenzeel.

De oorlogsfotograaf keek door zijn zoeker

en zegt dan, ach til zijn hoofd een tikkie op

Er kwam bijna drie keer zoveel geld binnen als bij de tv-actie voor de aardbeving in Midden-Amerika. Het gaat ook niet om een natuurramp en we hebben grotere verantwoordelijkheid door de deelname van de Navo.

Er waren goede schoolacties, zoals koekjes verkopen, statiegeld van flessen verzamelen. Geen kleren sturen, zei Peter van der Maat van de samenwerkende hulporganisaties, want die kunnen beter lokaal worden gekocht, zodat de plaatselijke economie er ook wat aan heeft. Beleefd probeerde de Hoge Commissaris van Vluchtelingen Sadako Ogata duidelijk te maken dat de op Nederlandse scholen samengestelde hulppakketten op dit moment niet gelegen komen. De goede wil stelde ze op prijs maar ,,nu we in de noodfase zitten is transport heel moeilijk. We stappen nu over van transport van dingen die worden aangeboden naar transport van dingen die hard nodig zijn. We moeten zaken transporteren die echt nodig zijn, medicijnen, voedsel''.

Met andere woorden, die vrachtauto's kunnen beter latrines, dekens en tenten vervoeren dan knuffels. Het roept vragen op over de expertise van doelgroepenorganisaties als War Child, waar sentiment een rol speelt. Waarom dan ook geen War Parent of War Grandparent? Die hebben even weinig schuld aan de toestand. Kinderen hebben baat bij gezonde ouders. De kijker raakt van huilende kinderen eerder onder de indruk, dat wel.