Honds gedrag is niemand vreemd

Sylvia Poorta speelt de titelrol in het toneelstuk `Adel Blank'. Voor het publiek een feest, voor de acteurs een zoektocht.

Adel Blank geeft bevelen, Adel Blank is bang. Bang voor haar familie die haar een loer kan draaien, al heeft zij 't zootje nog zo stevig gedresseerd. Het valt gewoon niet mee om de baas te spelen over een stel stomme bedienden en een nog stommere hond en daarom is Adel behalve bang ook boos.

Wie lacht om Adel Blank, die lacht ook om zichzelf. Om de dwaasheid van het streven naar macht, een dwaasheid die wij daar in de zaal wel zien maar zij daar op de bühne niet: de Adel Blank van actrice Sylvia Poorta heeft een blinde vlek voor haar medemens, is duidelijk gestoord. De ogen star, de rug onbuigzaam, het haar een stro-gele kroon: zo draagt zij haar adel uit, haar koninklijke maar door niemand gewaardeerde allure. Eenzaam zit de koningin aan het hoofd van de tafel; ze wil liefde, ze wil een verse paling – en als niets haar honger kan stillen, dan zoekt ze troost in de kunst: `Ik schilder voor de vrede. De vrede in mijzelf.'

Het realisme van Adel Blank heeft een tic. De schildersezel biedt amper ruimte voor één klodder verf; het huis is te klein en de bewoners ervan zijn te groot, met hun bonkige manier van verplaatsen en hun taal die hard als bakstenen uit hun monden valt. Aan de éénlettergrepige zinnen, de Hollandse benepenheid van het decor en de geschiftheid van de familie herken je de maker: Alex van Warmerdam. Zijn groep De Mexicaanse Hond werkt in Adel Blank samen met Theu Boermans' gezelschap De Trust: voor het publiek een feest, voor de acteurs een zoektocht.

,,Bij Theu Boermans'', zegt Sylvia Poorta van De Trust, ,,heb ik geleerd mijn spel niet te forceren door een teveel aan energie. Bij Alex van Warmerdam moet ik mijn energie nog beter gaan verdelen.'' Wat Adel Blank niet heeft, heeft Sylvia Poorta in overvloed en dat is zelfkritiek. Voor dit interview wilde zij niet op de foto, want ze vond dat ze er vreselijk uitzag met die lok op haar voorhoofd die ze voor haar rol moest laten groeien. Praten wilde ze alleen in het bijzijn van een dramaturge, want in haar eentje, vreesde zij, kwam ze niet uit haar woorden.

Noem het neurotische trekjes. Die ze gewiekst integreert in haar spel. De nerveuze trilling van haar stem, de aarzeling, in heel haar verschijning, tussen paniekerige snelheid en beheerste traagheid, tussen boerse eenvoud en overgecultiveerde ingewikkeldheid, tussen lompheid en elegantie: die combinatie maakt haar op de bühne spannend.

Wat was ze beschaafd en hemeltergend naïef in De koorts. Wat was ze grof en geraffineerd in Faust. Wat was ze wijs en wuft in De kersentuin. In Wallace Shawns De koorts zagen we een onopgesmukte Poorta, nippend aan een kopje koffie temidden van het publiek, een onopvallende passante in een café-achtige ruimte die onzeker om zich heen keek en toen behoedzaam begon te vertellen, over armoede onder andere en het opspelen van het geweten. In Tsjechovs Kersentuin droeg Poorta een mooie jurk en een heleboel fatalisme: haar personage Ljoebov, verantwoordelijk voor het verlies van het familiekapitaal en nog veel meer ellende, verenigde hysterie met nuchterheid, ja met kordaatheid haast. En in de Faust van Gustav Ernst was Poorta een hermafroditisch wezen, een hoorndrager met een pervers tussen de benen zwiepend geslacht, een afstotelijke Mefisto met verleidelijk-warme vrouwenborsten.

Schaafwonden

De Sylvia Poorta die tegenover me zit, aan een lange vergadertafel, is rijzig en bleek en moe. Ze legt haar hoofd op het tafelblad en op haar armen zitten pleisters. ,,Dat zijn schaafwonden'', verklaart ze, ,,die moet ik een beetje beschermen. Maar het is leuk hoor, dat vallen in Adel Blank. Ik heb op het toneel een bank en wat stoelen waaraan ik me vast kan grijpen: op die manier rem ik de vaart.'' Adel Blank valt vaak, languit, heel griezelig, want zij is ernstig ziek. Haar verwanten kijken reikhalzend uit naar haar dood en meer nog naar haar geld. Maar als dat geld er niet blijkt te zijn houdt hun onderdanigheid plotseling op.

Nu is het Adel, een stervende, die vernederd wordt en gepest. De rollen zijn omgedraaid. ,,Zo werkt dat tussen mensen'', zegt Sylvia Poorta rustig. ,,Dat de hond Walter zo'n belangrijke rol in de voorstelling speelt is geen toeval natuurlijk. Want uiteindelijk reageert iedereen, ook de van buiten nog zo beschaafde mens, volgens het hondse principe van: ik ruik dat die ander zich te dominant gedraagt, dus moet ik eroverheen. Of: die ander is te schijterig, te zwak, dus geef ik 'm nog een goeie trap na. Zodat ìk me beter voel.''

Ook Poorta heeft zich weleens laten verleiden tot honds gedrag in de roedel. ,,Je kunt iemand pakken en doodmaken maar je kunt iemand ook pakken en 'm nog een heel klein beetje in leven laten. De mens heeft er altijd behoefte aan om uit te zoeken hoe de rangen verdeeld zijn.'' De laagste rang kent Poorta van school: ,,Ik was een vuurtoren; ik werd gepest vanwege mijn rode haar.'' Maar, zegt ze snel, de leidersrol heeft ze nooit geambieerd. ,,Ik wil dat iemand anders de keuzes maakt voor mij. Ik onderwerp me aan de regisseur, ook al gaat dat gepaard met grote strubbelingen. Er is altijd een moment in de repetities dat ik het moeilijk krijg. Meestal komt dat door mijn angst om niet te kunnen waarmaken wat Theu Boermans van mij vraagt. Soms ligt het ook aan zijn keuzes. Tegen zijn Faust heb ik me heel lang verzet. Omdat het zó heftig was.''

Pas toen de enscenering van Faust helder voor haar werd ging zij de inhoud waarderen. ,,De consequenties van de gedachte `het leven heeft geen zin'. Faust richt dat gevoel naar buiten en wijst met behulp van Mefisto alle lieden die hij tegenkomt op hun zinloosheid. En hup, ze maken een eind aan hun leven, ze gaan de hellepoort door. En Faust vreet zijn eigen toekomst op, z'n kindje.'' Na die inktzwarte Faust leek het erop dat de volgende stap van De Trust collectieve zelfmoord zou zijn. ,,We zaten met z'n allen aan tafel en ik heb geroepen: `Waarom zoeken we niet de hoogste boom op? Met een goed touw?' Theu Boermans zei daarop: `Het theater, jongens, is kostbaar. Het theater is een vrijplaats om in door te denken: laten we dat dan ook doen!''' De vraag naar de zin van leven en lijden, zegt Poorta, stelt De Trust in elke voorstelling. ,,Maar niet elke keer even rücksichtslos. Onze Drie Zusters van Tsjechov, vlak na de Faust, was vol zachtheid en mededogen.''

Eerst uit het hoofd, dan uit een tekstboekje prevelt Poorta de slotzinnen van Olga, de oudste van de drie zusters: ,,`De tijd gaat voorbij en we zullen voor eeuwig verdwijnen, ze zullen ons vergeten, onze gezichten, onze stemmen, ze zullen vergeten met hoevelen we waren, maar ons verdriet zal in vreugde veranderen voor ons nageslacht, er zal geluk en vrede zijn op de wereld.' De hoop die daarin uitgesproken wordt! En dan komt de twijfel weer binnengeslopen: `We zullen ontdekken waarvoor we leven, waarvoor we lijden... O, als we dat eens wisten, als we dat eens wisten.'''

Poorta weet wel dit ene: ,,De zin van het leven is het leven zelf. Het zou dus goed zijn om het leven in huis te halen: een kind! Alleen, ik ben al zevenendertig. En ik wil mijn leven beheersen: daarom speel ik ook zo graag dominante rollen. Terwijl kinderen volstrekt ònbeheersbaar zijn.'' Ze herkauwt haar gedachten en mompelt: ,,Toch zou het goed zijn om daarmee te moeten samenleven... Ach: moeten, moeten, moeten: dat is het calvinisme in mij. Het gevoel dat je altijd tekortschiet.''

Schuldgevoelens

Ze komt uit een gereformeerd gezin en net als de van huis uit katholieke Theu Boermans beseft ze dat het generaties kan duren voordat je de christelijke schuldgevoelens kwijt bent. Die trouwens ook hun goede kanten hebben: ,,Ze houden je geweten wakker. Mijn ouders bijvoorbeeld zijn al zolang ik ze ken ongelooflijk rechtvaardig. Als mijn zus een stukje chocola krijgt, krijg ik ook een stukje: zij trekken niemand voor.'' Ze woont in het Gelderse Asch en groeide op in Gorssel. ,,Dat ligt tussen Zutphen en Deventer en overal eromheen bossen en weiden en dieren en boerderijen. Mijn vader ging langs de winkels met schoenen; hij was vertegenwoordiger en heeft later een eigen B.V. opgezet. We zijn met drie zusters, maar anders dan Olga ben ik de jongste. Mijn oudste zus heeft het meeste bevochten. Ik heb meer vrijheid gekend dan zij.'' Niet dat Sylvia nou zo'n druk gebruik van haar vrijheid maakte. Ze was en bleef een stil kind. Pas op de toneelschool in Arnhem leerde ze het uitgaansleven kennen, de jongens, de herrie, de kroeg. ,,Langzaam, heel langzaam is mijn wereld uitgebreid. Wat was ik blij dat ik in Arnhem op school zat en niet in Amsterdam. Daar zou ik helemaal gek geworden zijn van al het nieuwe.''

Op de toneelschool zei een docente: die Poorta heeft geen referentiekader, die weet niets van theater. ,,En dat was ook zo. Mijn wens om bij het toneel te gaan had iets ontstellends naïefs. Toen ik zeven was heb ik Annie M.G. Schmidts gedicht De spin Sebastiaan in de tuin voorgedragen; de mensen klapten en vanaf dat moment wist ik dat ik actrice wilde worden. Maar ik was al oud toen ik me voor het eerst serieus in het theater verdiepte.'' Ze leest nog steeds weinig, bekent ze. ,,Maar ik kijk goed om me heen en mijn observaties verwerk ik in m'n rollen. En het feit dat daar mensen naar komen kijken rechtvaardigt mijn positie.'' Die lang niet slecht is. Ze werkt nog maar vijf jaar bij De Trust en is er toch al een ster. Naast vele andere sterren, dat wel. Voor haar rol van Mefisto kreeg ze de Theo d'Or en nu, drie jaar later, is ze met haar Ljoebov eveneens voor die prestigieuze toneelprijs genomineerd. En terwijl ze de hoofdrol speelt in Adel Blank herneemt ze ook nog eens De koorts. Wekt ze geen jaloezie bij haar collega's?

,,Ava Gardners en Bette Davissen heb je niet bij De Trust: we vliegen elkaar niet in de haren. Kijk, op het toneel kun je mekaar wel afmaken maar je moet het als spelers toch samen doen. Dat het repertoire hier gezamenlijk wordt gekozen is voor mij een noodzaak. Vroeger, bij het RO Theater, had ik niks over het repertoire te vertellen. Sloeg een stuk niet aan, dan gaf je gewoon de anderen de schuld. Hier dragen we allemáál verantwoordelijkheid.''

In De koorts staat Poorta er alleen voor, op de bühne dan.

Poorta: ,,Ik ben altijd bezig met morele dilemma's en als je daar goed in verstrikt raakt kun je er maar beter het zwijgen toe doen omdat je jezelf volledig klem praat. Ook die figuur in De koorts doet dat. En dat levert dan toch wat op. Een discussie in het publiek. Over hoe wij ons afschermen van armoe. Over het gemak waarmee wij het leven leiden dat ons hier in het Westen wordt opgedrongen. De tijd die we besteden aan het zoeken naar de mooiste jurk, de mooiste lamp, de mooiste kinderwagen. Zonder ons af te vragen wie die spullen gemaakt heeft en onder welke omstandigheden.''

Ljoebov is eigenlijk ook zo iemand die er maar op los leeft. ,,Ze geeft wel geld aan de armen hoor, maar is met haar adellijke status tegelijkertijd de oorzaak van het verschil tussen arm en rijk. Toch mag ik haar, want zij kiest consequent voor de liefde. In de bewerking van Theu Boermans zegt ze tegen een arrogante student: `Jij staat helemaal niet boven de liefde, jij bent gewoon een dove scheet.' Zo is voor mij de mens. Hij staat niet boven de liefde, hij is een dove scheet.''

Adel Blank van Alex van Warmerdam is t/m 17 april en van 2 sept t/m 2 okt te zien in het Trusttheater in Amsterdam. Tournee van 20 april t/m 5 juni. Van 18 t/m 25 april is er in het Trusttheater en elders in Amsterdam een Shawn-festival, met oa De Koorts en Rouwklacht. Inl (020) 520 53 20.