Goudkoorts in Tanzania aangejaagd

In Tanzania is nog ongeveer 800.000 vierkante kilometer goudbevattende aarde onontgonnen. Behalve de duizenden ambachtelijke Tanzaniaanse gouddelvers, staan ook de grote internationale mijnbouwers te dringen om mee te mogen doen.

Het Afrikaanse land Tanzania begint stapje voor stapje één van de balangrijkste goudproducenten ter wereld te worden. Ondanks een tergende bureaucratie komen voor het einde van dit jaar naar verwachting een groot aantal gouddelvingsprojecten op gang.

Vorig jaar werd in Tanzania 57,7 miljoen dollar (ongeveer 120 miljoen gulden) uitgegeven aan bodemonderzoek naar goudaders. Dat is hoger dan elk ander land in Afrika.

,,Dit zegt veel over de hoeveelheid goud die in Tanzania in de grond zit. De regering werkt er hard aan om het vertrouwen van de investeerders te winnen'', aldus de minister voor Energie en Mineralen Abdallah Omari Kigoda.

Hij wordt alom geprezen als grote aanjager van de onder zijn leiding ingezette zoektocht naar goud. ,,Dit is alleen nog maar een beginnetje'', juicht de voorzitter van de Tanziaanse Kamer van Koophandel Emanuel Jengo.

Op dit moment ontwikkelen vier grote goudmijn-conglomeraten in het noorden en westen van Tanzania goudmijnen met een geschatte waarde van meer dan 1 miljard gulden. ,,We verwachten dat deze mijnen jaarlijks 31.000 kilo goud zullen opleveren. En dat zal nog veel meer worden als er nog meer mijnaders ontdekt worden'', zei minister Kigoda onlangs in een vraaggesprek.

Een maand geleden opende de Tanzaniaanse president Mkapa de Gouden Trots, de eerste particuliere moderne goudmijn in Tanzania met een geschatte reserve van 76.000 kilo. Van de goudmijn in het West-Tanzaniaanse Tabora wordt een jaarlijkse opbrengst van ruim vijfduizend kilo verwacht.

Een van de grootste Tanzaniaanse goudmijnen, de Bulyanhulu-mijn, heeft een geschatte reserve van 253.000 kilo. De directeur van deze mijn, Bill Bali, zei dat de verregaande hervormingen van de Tanzaniaanse mijnensector het vertrouwen van de buitenlandse investeerders verhoogd heeft.

Deze hervormingen hielden onder meer vereenvoudigde toestemmingsprocedures voor mijnexploitatie in. De wettelijke randvoorwaarden voor buitenlandse gouddelvers werden versoepeld en er kwam een pakket van fiscale voordelen voor investeerders in de mijnbouw.

Verder heeft de Tanzaniaanse regering alle grote gegevensbestanden met geologische informatie over het land opengesteld voor goudzoekers en is een begin gemaakt met de privatisering van een aantal staatsgoudmijnen.

Het Tanzaniaanse mijnbouwbedrijf Ashanti Goldfields begint in het noorden van Tanzania binnenkort met de bouw van de op één na grootste goudmijn buiten Zuid-Afrika op het Afrikaanse continent.

De mijn heeft een geschatte reserve van meer dan 181.000 kilo en zal naar verwachting bijna dertienduizend kilo goud per jaar opleveren.

Volgens de Tanzaniaanse `commissaris voor minerale rijkdommen', Grey Mwakalukwa, schat dat nog ongeveer 800.000 vierkante kilometer goudbevattende aarde ontontgonnen is. De duizenden ambachtelijke Tanzaniaanse gouddelvers hoeven volgens Mwakalukwa niet te vrezen voor hun bron van inkomsten. Voor hen heeft de regering een speciale onderneming opgericht die hen voorziet van modern gereedschap en de kleine zelfstandigen een afname garandeert tegen de geldende wereldmarktprijzen voor goud.

,,Hoewel de onderneming zich niet direct met de gouddelving bezig houdt, moeten deze maatregelen de goudproductie van deze zelfstandigen substantieel kunnen verhogen'', aldus commissaris Mwakalukwa.

De voordelen van de goudkoorts zijn het eerst te merken in de infrastructurele verbeteringen. Het westen van Tanzania, dat tot enkele jaren geleden nog praktisch onbereikbaar was, heeft nu waterleiding en een vliegveld. Vijftien dorpen werden aangesloten op het waterleidingnet.

Verder wordt verwacht dat sociale voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen rond de goudmijnen als paddestoelen uit de grond zullen schieten. De goudmijnen zullen verder zorgen voor een stimulans van de locale economieën.

Desalniettemin zijn veel eigenaren van internationale mijnbouwbedrijven boos over de vertraging die ontstaat bij hun projecten door een ,,schier eindeloze bureaucratie'', aldus een directeur die anoniem wenst te blijven. Het duurt volgens hem nog steeds veel te lang voordat bouwaanvragen en bestemmingsplannen worden aangepast. (Reuters)