Fusie is geen schild tegen indringers

Deutsche Telekom en Telecom Italia kunnen samen enorme schaalvoordelen behalen. Maar een eventuele combinatie zou vooral sterk zijn in conventioneel telefoonverkeer. Een samensmelting biedt weinig bescherming tegen agressieve nieuwkomers in Europa.

Begin dit jaar gaf Ron Sommer al een schot voor de boeg. De bestuursvoorzitter van Deutsche Telekom voorspelde een fusiegolf in de Europese telecommunicatie. En zijn bedrijf zou niet vanaf de zijlijn blijven toezien, zo verzekerde hij.

Het overnamegevecht tussen Telecom Italia en Olivetti lijkt Ron Sommer een buitenkans te bieden om vanuit een sterke positie zijn toekomstplannen te realiseren. ,,De timing van de besprekingen met Telecom Italia zal in belangrijke mate gedreven worden door het overnamegevecht dat Olivetti voert'', aldus vanmorgen een analist in Bonn die niet met zijn naam in de krant wil.

De overnamestrijd tussen Olivetti en Telecom Italia zou de aftrap kunnen zijn voor een langverwachte consolidatie in de Europese telecomsector. Na het mislukken van allianties als Unisource (KPN/Telia/Swisscom) en de enorme verliezen bij het samenwerkingsverband Global One (Deutsche Telekom/France Telecom/Sprint) worden grote overnames aangeprezen als het nieuwe wondermiddel op de geliberaliseerde markt. Als twee bedrijven samengaan hoeven de topmannen geen ruzie te maken over de te varen koers, zo wordt geredeneerd.

Analisten maken de vergelijking met de Verenigde Staten waar grote fusies in gang zijn gezet die de markt zouden kunnen verdelen in drie of vier machtsblokken. ,,Er zijn in de telecommunicatie enorme schaalvoordelen te behalen'', zegt genoemde analist.

,,Met de creatie van één Europese markt is er geen reden waarom er hier meer dan drie of vier aanbieders zouden moeten overblijven.''

Dat is de vraag. In de eerste plaats is het is onzeker of de Amerikaanse megafusies doorgaan. Eerder deze week heeft de Amerikaanse toezichthouder FCC grote bezwaren geuit tegen de fusie tussen SBC Communications en Ameritech. Beide partners rechtvaardigen hun overeenkomst met een verwijzing naar schaalvoordelen, maar de FCC vreest dat de bedrijven ongewenste concurrentie willen frustreren.

Partner F. van Iersel van het onderzoeksbureau Stratix wijst erop dat schaalvoordelen in de telecommunicatie niet altijd eenvoudig te behalen zijn. Natuurlijk zou een Duits-Italiaanse combinatie een machtsblok vormen in onderhandelingen met aanbieders van apparatuur en netwerken. De spreiding van de gigantische investeringen in onderzoek en ontwikkeling die nodig zijn om in te spelen op de snelle groei van Internet is eveneens interessant.

,,Maar dat is het halve verhaal'', zegt Van Iersel. Hij wijst erop dat voormalige nationale monopolisten in de afgelopen decennia netwerken en organisaties hebben opgebouwd die zeer bedrijfsspecifiek zijn. Het behalen van kostenbesparingen bij de samenvoeging daarvan is niet eenvoudig.

Deutsche Telekom en Telecom Italia zijn bovendien sterk op een terrein dat onder vuur ligt. De markt voor datatoepassingen (zoals Internet) groeit veel sneller dan de markt voor telefonie en alom wordt voorspeld dat telefoongesprekken in de toekomst vooral met een zaktelefoon zullen worden gevoerd. Op de nieuwe datanetwerken die overal in de wereld worden neergelegd zou spraakverkeer een extraatje zijn. ,,De combinatie is groot in telefonie'', zegt Van Iersel. ,,Maar dat is een dying business.''

Een samenwerking met Deutsche Telekom redt Telecom Italia uit de klauwen van Olivetti, maar biedt weinig bescherming tegen Britse en Amerikaanse nieuwkomers op de continentale telecommarkt die aanmerkelijk verder zijn met nieuwe technologie. ,,De overeenkomst van KPN met Qwest is interessanter'', zegt Van Ierssel. ,,Ook KPN heeft de bakens laat verzet, maar misschien in een betere richting.''