Emoties zijn geen feiten

NEW YORK. De advocaat had een kantoor op de 33ste verdieping. En een receptioniste in een lichtblauw mantelpakje die zei, `ga maar even zitten'.

Een plant van plastic kriebelde in mijn nek, maar de fauteuils in de wachtkamer waren onverplaatsbaar. Tegenover me zat een vrouw die voortdurend mensen opbelde en dan vroeg, ,,waar ben je?''. Een bevredigend antwoord op die vraag was blijkbaar niet voorhanden, en op een gegeven moment begon ze zelfs te gillen.

Plotseling stond hij voor me, ik had hem niet aan zien komen, alsof hij al die tijd stiekem achter een van de planten had gezeten om me te begluren.

De advocaat gaf me een hand en zei, ,,Theodore Silverman.'' Hij had grijze haren en pretoogjes, dat laatste verbaasde me niets gezien zijn uurtarief.

Smetteloos was een woord dat bij hem hoorde. Ik had een colbertje aangetrokken, maar tegen de smetteloosheid van Theodore Silverman kon niemand op.

,,Volg me maar'', zei Silverman.

We liepen door lange gangen. Mensen maakten plaats voor de advocaat. Hij liep zoals heersers lopen. Tenslotte kwamen we bij zijn kantoor.

In advertenties was het uitzicht vast als `uniek' omschreven.

,,We hebben elkaar een paar keer telefonisch gesproken'', zei ik.

Ik probeerde mijn leven op orde te krijgen. Op orde was niet echt wat ik bedoelde. Het was meer dat ik er vanaf wilde, als van een huis dat je gekocht hebt en dat later vol verborgen gebreken blijkt te zitten. Onlangs had ik nog tegen iemand gezegd, `weet je wel hoe gelukkig je bent? Jij kan nog altijd vakantie van me nemen. Maar ik? Kan ik vakantie van me nemen?'

,,Leg het allemaal nog maar eens uit'', zei Silverman.

Hij gaf me zijn visitekaartje en wachtte nu duidelijk op het mijne. Ik zocht tevergeefs in mijn zakken.

Ik had wel twaalf verschillende visitekaartjes laten maken, maar ik had ze niet bij me. Op de laatste stond: ,,Kampcommandant. Komt ook bij u thuis. Geen SM.''

,,Ik schrijf mijn naam wel even op een papiertje'', zei ik tegen de advocaat.

Weinig had mij zoveel plezier gegeven als het maken van visitekaartjes, maar er was niemand meer aan wie ik ze kon uitdelen. ,,Houd op met die onzin'', hadden de mensen gezegd. Silverman bestudeerde mijn naam. De meter was nu aan het tikken, 600 dollar per uur. Hij was wel erg charmant.

Verborgen gebreken in het hoofd. Leidingen die niet goed waren gelegd, dat was het.

,,Zo'', zei Silverman, ,,jij wil Amerikaan worden?''

,,Niet echt'', zei ik, ,,ik wil alleen van het gesodemieter af.''

Silverman kneep zijn ogen een beetje dicht. ,,Welk gesodemieter?''

Die ochtend had ik in de krant gelezen dat de bedenkster van Dombo, het vliegende olifantje, was overleden. En toen begon ik te huilen, zomaar, midden in een koffiehuis. Omdat het vliegende olifantje nooit meer zou vliegen. Van dat soort gesodemieter wilde ik af. Maar dat kon ik natuurlijk niet aan Silverman zeggen.

Wel voelde ik dat ik me heel erg moest concenteren, omdat ik ander misschien per ongeluk zou gaan zeggen, `meneer Silverman, het vliegende olifantje zal nooit meer vliegen.' De laatste tijd was ik bang dat ik de controle over mijn spraak zou verliezen, dat ik plotseling hele vieze en onaangepaste dingen zou gaan zeggen terwijl ik gewoon nog een espresso wilde bestellen.

,,Mijn visum loopt volgend jaar af'', zei ik.

Silverman bladerde in mijn oude paspoort op zoek naar het visum.

,,Journalist?'' vroeg hij.

,,Journalist, schrijver, van alles.''

Eigenlijk zouden er hotels moeten komen waar mensen vakantie konden nemen van het leven, waar je voor vier weken werd ingevroren. Of nog beter, waar ze je elektroshocks gaven zodat je dacht dat je iemand anders was. John Lennon, of een huisvrouw in een buitenwijk van Parijs, of een vliegend olifantje.

,,Uitgegeven?''

,,Wie?''

,,Jij, je boeken.''

,,Ja.''

,,Goed verkocht?''

,,Gaat. Mag niet klagen.''

Eigenlijk wilde ik eraan toevoegen, `maar het loopt af meneer Silverman, ik, mijn boeken, u, een aflopende zaak meneer Silverman, laten we er niet omheen draaien.'

Maar ik concentreerde me op zijn pretoogjes en bedacht dat we al zeker voor 150 dollar hadden verpraat. Praten was een dure aangelegenheid deze dagen.

,,Je komt misschien wel in aanmerking voor een artiesten-green card.''

,,Oh.''

,,Als we kunnen bewijzen dat je een bijzondere artiest bent voor wie een uitzondering moet worden gemaakt, dat Amerika je nodig heeft. Het is een nieuwe wet, hij is nog maar 8 jaar oud.''

,,Hoeveel kost dat, om te bewijzen dat ik een bijzondere artiest ben?''

,,Als ik het voor je doe'', zei Silverman, ,,vijftienduizend dollar, eigenlijk geen geld.''

,,Nee'', beaamde ik, ,,eigenlijk geen geld.''

,,Wat natuurlijk ook kan'', zei Silverman en speelde met de dop van zijn vulpen, ,,trouwen.''

,,Trouwen?''

,,Met een Amerikaanse. Dan ben je er ook.''

,,Ja, maar dan ben je wel getrouwd.''

,,Je hoeft niet in gemeenschap van goederen te trouwen'', zei Silverman en lachte.

Hij boog zich voorover. ,,Ik ben de laatste om je dit soort adviezen te geven, maar laat ze iets tekenen dat ze nergens recht op hebben. Niet op het meubilair, niet op de gordijnen, en vooral niet op je copyrights.''

Weer dacht ik aan het vliegende olifantje, want daar zaten natuurlijk ook copyrights op.

,,Ik wil niet indiscreet zijn'', zei Silverman, ,,maar heb je iemand?''

,,Om mee te trouwen?''

Silverman knikte.

Helikopters vlogen over en ik dacht aan de gevangenis. Jaloezie was een emotie en emoties waren geen feiten, zoveel is zeker. Taal kon emoties oproepen, als het goed gebeurde, maar het waren luchtspiegelingen. Mijn liefdesbrieven verwezen naar een liefde die er helemaal niet was, en zelfs als ik mijn eigen naam gebruikte in mijn geschriften verwees die naar iemand die er eigenlijk niet was. Op zijn best verwees die naam naar verborgen gebreken in het hoofd. Op beentjes.

,,Luister je?''

,,Ja.''

,,Of je iemand hebt om mee te trouwen.''

,,Ik wil gewoon een stempel in mijn paspoort.''

,,Hoe bedoel je?''

Weer kneep hij zijn ogen dicht.

,,De thuissituatie is nogal gecompliceerd.''

Ik schraapte mijn keel.

,,Ik slaap op een ligbank onder de kapstok.''

Silverman leunde achterover, alsof een onaangename ademtocht juist zijn neusgaten had bereikt.

Misschien was ik wel een buitenaards wezen dat zich de taal van de mensen eigen had gemaakt en zich daardoor een plaats tussen de mensen had verworven, maar eigenlijk was hij natuurlijk gewoon een spion voor een buitenaardse mogendheid. Ik was alleen het contact met de thuisbasis verloren.

,,Onder de kapstok?'', zei Silverman.

,,Het is nogal een ingewikkeld verhaal. We zijn met zijn drieën, de natuurkundige slaapt op de plek waar ik vroeger sliep.''

Taal was mijn vermomming, waardoor de mensen mij niet konden herkennen als buitenaards wezen, maar taal was ook alleen een middel om emoties bij derden op te roepen, want mijn eigen taal was natuurlijk een buitenaardse. Misschien hadden buitenaardse wezens wel geen emoties.

,,De natuurkundige?'', vroeg Silverman. ,,Wie is dat?''

Hij was geïnteresseerd, maar dat zou ik ook wel zijn voor 600 dollar per uur.

,,Een nieuwe vriend. Daarom slaap ik ook onder de kapstok, op een ligbank, want de natuurkundige is gekomen, maar ik heb het er zelf naar gemaakt, want ik heb me in Europa verloofd.''

Het werd Silverman te ingewikkeld. ,,Een echte artiest'', besloot hij en schroefde de dop op zijn pen.

Nee, wilde ik zeggen, geen artiest, gewoon verborgen gebreken in het hoofd. Ik ben een buitenaards wezen, maar het ruimteschip is zonder mij vertrokken omdat ik mijn eten niet wilde opeten.

,,Zo'', zei Silverman, ,,nog meer vragen?''

Ik schudde mijn hoofd. Als ik ooit nog gasten kreeg, zou ik zeggen, `welkom. Doe alsof je thuis bent, ik ga wel naar een hotel.'

,,Ik kan je een rekening sturen, maar ik heb liever dat je me nu betaalt'', zei Silverman. ,,Dan zijn we er van af.''