Eis twintig jaar in zaak-Bacchus

De officier van justitie heeft vanochtend voor de rechtbank van Dordrecht twintig jaar gevangenisstraf geëist tegen de drie verdachten van de schietpartij bij café Bacchus in Gorinchem. Hierbij kwamen Marianne Roza (18) en Froukje Schuitmaker (17) om het leven.

Volgens officier H. Olthof staat vast dat Fuat Ö. (30), zijn broer Saim Ö. (34) en een zwager Osman Ö. (27) zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van moord. Verder zijn de drie volgens de officier schuldig aan het medeplegen van een poging tot doodslag op Inge van Boxtel die bij de schietpartij gewond raakte.

De officier hecht geloof aan de bekentenis die Fuat Ö. verscheidene malen heeft afgelegd, maar vond het verder niet belangrijk wie van de drie mannen de dodelijke schoten voor café Bacchus heeft gelost, zo maakte hij vanochtend duidelijk. In zijn requisitoir gaf de officier een gedetailleerde reconstructie van de gebeurtenissen in de nacht van 9 op 10 januari. Alle verdachten waren betrokken, constateerde de officier. Wie uiteindelijk geschoten heeft doet er volgens Olthof niet zo veel toe. Volgens hem vormden de mannen een hechte `dadengroep' die verantwoordelijk is voor het schietincident. Het feit dat geen van de mannen het schieten heeft geprobeerd te verhinderen of is weggegaan sterkt de officier in deze mening. Bij de bepaling van de hoogte van de eis heeft Olthof rekening gehouden met het leed bij de nabestaanden en de commotie na `deze zoveelste uiting van zinloos geweld'. Twintig jaar is de hoogste tijdelijke gevangenisstraf die het Nederlandse rechtssysteem kent.

De raadsman van Fuat Ö., mr. P. Bovens, verzocht de rechtbank de zaak twee dagen aan te houden omdat hij naar zijn mening te weinig tijd heeft gehad om een goede verdediging voor te bereiden. Toen de rechtbank het verzoek afwees, trad Bovens na overleg met zijn cliënt terug als diens raadsman. Volgens Bovens moet de rechtbank nu eerst op zoek naar een nieuwe raadsman, alvorens het proces kan worden voortgezet.