Een odyssee langs de appelboomgaarden

``Ieder mens wordt achtervolgd door de plaats waar hij opgegroeid is', zei David Guterson drie jaar geleden in een interview met het Cultureel Supplement. De in Seattle geboren schrijver sprak niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de personages in zijn werk. Zowel in zijn debuutbundel Het land dat voor ons ligt, het land achter ons (1989) als in zijn sublieme rechtbankroman Ceders in de sneeuw (1995) zijn de bewoners van het ruige Amerikaanse noordwesten `producten van de geografie'. Hun denken en handelen wordt bepaald door de grootsheid van de zee en de bergen.

Ook in Gutersons tweede roman, Over de bergen (East of the Mountains), speelt het landschap een overheersende rol. De vulkanische bergplateaus in de staat Washington, met hun rivieren en canyons, hun eeuwig zingende bossen en uitgestrekte appelboomgaarden, krijgen dan ook veel aandacht. Ze zijn het reisdoel van de hartchirurg in ruste Ben Givens, een 73-jarige weduwnaar die aan darmkanker lijdt en van plan is zichzelf het leven te benemen op zijn geboortegrond. Een daad van machteloze wanhoop, maar ook van verzet tegen `de verpletterende tijd, die zonder pardon wegvaagt waarnaar men het meest verlangt en doordringt in alles wat mooi is'.

De strategie van Ben Givens is simpel: om zijn dochter en andere familieleden niet met schuldgevoelens op te zadelen, wil hij de indruk wekken dat hij door een ongeluk bij een solo-jachtexpeditie is omgekomen. Maar vanaf het begin gaat alles fout. Vlak nadat hij vertrekt, krijgt hij een auto-ongeluk dat hem dwingt om liftend en lopend met zijn twee honden verder te gaan. Tijdens een overnachting in de open lucht worden zijn honden aangevallen door een roedel wolfshonden, waarna hij zich verplicht voelt de overlevende, zwaar gewonde Rex naar de dierenarts te transporteren. En als hij dan eindelijk in de bus naar zijn laatste bestemming zit, wordt er een beroep gedaan op zijn capaciteiten als dokter. Het wordt een keerpunt: nadat hij in een appelplukkerskamp succesvol heeft ingegrepen bij een probleembevalling, gaat hij terug naar huis. Zelfs een leven met pijn en aftakeling is te prefereren boven een snelle dood die zijn dierbaren in verwarring achter zal laten.

Schuld- en plichtsgevoel – ook de belangrijkste thema's in Gutersons succesrijke en onlangs verfilmde Ceders in de sneeuw – zetten de door ziekte en door het verlies van zijn vrouw getroffen dokter ertoe aan zijn zelfmoordplannen uit- en af te stellen. Maar de beschrijving van de odyssee door appelland (en van de herinneringen die daarbij loskomen) maakt de lezer al snel duidelijk dat Givens, zonder dat hij het zelf beseft, niet van plan is zichzelf door het hoofd te schieten. Want de herinneringen aan zijn jeugd en aan de vrouw met wie hij zijn leven gedeeld heeft mogen dan pijn doen, zonder hem bestaan ze niet: `Het geheugen bracht steevast een waarheid voort die alleen maar een soort leugen was. Hij herinnerde zich de mooie dingen (-) terwijl al het andere zich terugtrok en vervaagde, tot iets onbeduidends inkromp. Dat met zijn dood de vertelling van zijn leven met Rachel zou ophouden, het verhaal van hun liefde zou aflopen, was een pijnlijke gedachte. (-) Het zou van de aardbodem verdwijnen als hij verdween.'

Net als in Ceders in de sneeuw balanceert Guterson op de rand van sentiment en naïef moralisme; en opnieuw slaagt hij erin om in geen van beide te vervallen. Vooral de lange terugblikken, opgewekt door de marihuana die Givens van een collega-lifter heeft gekregen, zijn gruwelijk direct (de oorlogshandelingen in Italië waarbij Givens als soldaat in '43-'44 betrokken is) en nostalgisch-mooi (de liefde tussen Ben en Rachel). Guterson is een romanticus, zoals al bleek uit Ceders in de sneeuw, dat nog meer dan een murder mystery een liefdesverhaal was. In Over de bergen stelt hij zijn bespiegelende stijl in dienst van een verhaal over ouderdom, zelfrespect, gemaakte fouten, morele verantwoordelijkheid en een liefde zo diep als Yakima Canyon.

``Moderne Amerikaanse schrijvers houden niet van morele beweringen', stelde Guterson drie jaar geleden. In hetzelfde interview noemde hij als grote voorbeelden de negentiende-eeuwse naturalisten Stephen Crane en Theodore Dreiser. Maar er is één naam die je veel meer met hem associeert: Ernest Hemingway. Niet zozeer wegens Gutersons stijl, die veel minder compact en experimenteel is dan die van Hemingway, maar wegens de sfeer en de thematiek van zijn verhalen. De personages van Hemingway en Guterson moeten zich staande houden temidden van de overweldigende en onverschillige Natuur. Ze worstelen met vragen als `wie zijn we en wat moeten we zijn?' en `hoe moeten we leven?' En ze vertonen allemaal de `grace under pressure' die Hemingway beschouwde als de ideale gedragscode. Het is, in het honderdste jaar sinds de geboorte van Hemingway, mooi om te zien dat een belangrijk deel van zijn erfgoed bij Guterson in goede handen is.

David Guterson: Over de bergen. Uit het Amerikaans vertaald door Graa Boomsma. Prometheus, 250 blz. ƒ34,90. De Engelse editie (East of the Mountains) is verschenen bij Bloomsbury, 288 blz. ƒ65,65