Algerije krijgt zwakke leider

Abdelaziz Bouteflika is in de verkiezingen van gisteren als president van Algerije gekozen. Maar hij heeft zelfs niet de steun van alle machthebbers.

Dolblij waren de Algerijnse journalisten, toen zij hoorden dat de zes presidentskandidaten tegen de gisteren gekozen president Abdelaziz Bouteflika zich inderdaad gezamenlijk uit de race hadden teruggetrokken. Want nooit eerder was de geweldloze, politieke oppositie erin geslaagd om verenigd een lange neus te trekken tegen de overheid. Altijd waren de critici van het regime door de machthebbers op een briljante manier tegen elkaar uitgespeeld en monddood gemaakt – met dreigementen, stiekeme beloningen en de stichting van concurrerende politieke partijen. Ook ditmaal zouden – aldus de algemene verwachting – de machthebbers, ook wel bekend als Le Pouvoir of `Het Zwarte Kabinet', die `oproerkraaiers' wel weten te temmen.

Dat dacht Le Pouvoir zelf ook, zoals bleek uit de neerbuigende wijze waarop aftredend president Zéroual de zes kandidaten behandelde. Zijn weigering hen te ontvangen en hun klachten over vergaande verkiezingsfraude ten minste te bespreken, toonde aan dat hij niets kon doen wat in strijd was met de reeds genomen beslissingen van `Het Zwarte Kabinet'. Het was al helemaal uitgesloten om de gemanipuleerde uitslagen in de leger- en politiekazernes te annuleren ten gunste van de door ieder zo geprezen ,,wil van het soevereine volk''. Dus bleef Zéroual niets anders over dan de zes te verwijzen naar de daartoe bevoegde juridische instanties en bekend te maken dat ,,het verkiezingsproces wettelijk onomkeerbaar is''. De zes moesten maar klagen bij de president van de Commissie voor de Controle op de Verkiezingen, die al bij voorbaat had verkondigd dat ,,fraude bij verkiezingen hoort zoals de schaduw bij de mens''.

Dat gold zeker voor de verkiezingen van de afgelopen tien jaar, die altijd hetzelfde patroon volgden: aanwijsbare en grootscheepse verkiezingsfraude door de overheid, felle protesten van de oppositie, intimidatie van hen die durfden te protesteren, afflauwende protesten, en uiteindelijk de onvermijdelijke erkenning van de verliezers dat zij niets aan de voldongen feiten konden veranderen.

De cynici in Algerije – eigenlijk de meerderheid – dachten dat die situatie nog heel lang zou blijven bestaan. Want ze gingen ervan uit dat de machthebbers op het oude, vertrouwde pad zouden doorgaan. Maar ze hadden op één ding niet gerekend: de kongsie van invloedrijke generaals en ex-generaals, die zich altijd in het zadel had weten te houden door een minimum aan consensus in de eigen gelederen, was de afgelopen tijd sterk verdeeld geraakt. Eensgezind hadden ze oorlog gevoerd tegen de gewapende radicaal-islamitische gewapende groepen. Maar nadat ze die oorlog militair hadden gewonnen, kregen ze onderling ruzie over de te volgen politiek ten aanzien van de radicaal-islamitische groepen, het aandeel van henzelf en hun clangenoten in 's lands rijkdom, en de politieke rol van de strijdkrachten in een meer of een minder democratisch bestuurd Algerije.

Hoewel ze die conflicten oppervlakkig toedekten, voerden ze een steeds hardere, onderlinge strijd – onder andere met `onthullingen' via de onafhankelijke pers. Die kon zich daardoor het afgelopen jaar een stuk openlijker en vrijer uiten. Toch waren deze kranten nog steeds niet in staat een groot aantal zaken op te klaren. Bij voorbeeld wie of wat president Zéroual ertoe had gebracht om 19 maanden voordat zijn ambtstermijn in november 2000 afliep, af te treden.

Het feit dat zeven kandidaten tot de presidentsverkiezingen werden toegelaten, toonde aan dat de verschillende stromingen binnen Le Pouvoir elkaar min of meer in evenwicht hielden. Dat kon men positief uitleggen, door naar buiten toe glimlachend te verkondigen dat die zeven zo verschillende politici eens temeer aantoonden dat Algerije zijn `bemoedigende weg van pluriformiteit en democratisering' verder vervolgde.

Alle zeven hadden tijdens de opmerkelijk open verkiezingscampagne gesproken over de voordelen van een markteconomie en over de noodzaak van een `nationale verzoening` na een burgeroorlog die waarschijnlijk inmiddels meer dan 100.000 levens heeft gekost. Ondershands hadden zij Le Pouvoir toegezegd dat zij de dossiers van `de verdwenen mensen` (die door de strijdkrachten en de burgermilities waren meegenomen) met rust zouden laten, de radicaal-islamitische partij FIS niet opnieuw zouden legaliseren en niet al te nauwkeurig zouden nagaan wie welke commissies had opgestreken van de olie- en gasovereenkomsten met het buitenland. Maar bij de verdediging van hun programma's bleken zij op een groot aantal gebieden zeer verschillend te denken.

Het besluit van zes van de zeven om zich uit de verkiezingen terug te trekken, heeft vergaande gevolgen. Eén daarvan is dat Abdelaziz Bouteflika zijn presidentschap zonder enige geloofwaardigheid begint, omdat hij door een `staatsgreep via de stembus' aan de macht is gekomen. Daarom was Bouteflika's eerste reactie dat hij uitsluitend bij een hoge opkomst en een ruime meerderheid bereid was zijn ambt te aanvaarden. Maar het staat vast dat aan die voorwaarden alléén wordt voldaan dankzij de door de overheid verstrekte uitslagen. Dat geeft Bouteflika vrijwel zeker niet toe, gezien zijn overmatige zelfverzekerdheid en zijn minachting voor vrijwel iedereen. Hij zal integendeel de dictatoriale gedragsregels van zijn vereerde leermeester, president Boumedienne, proberen na te volgen – wat grote problemen zal opleveren, omdat de Algerijnse samenleving veel kritischer en cynischer is dan twintig jaar geleden.

De opstand van de zes heeft tevens tot gevolg dat de tot dusver geheime oorlog binnen Le Pouvoir onvermijdelijk een stuk openlijker zal worden gevoerd. De zes hadden immers nooit hun drastische beslissing genomen, als zij zich niet op hoog niveau beschermd hadden geweten. De al dan niet openlijke steun aan hen betekent echter impliciet een gebrek aan steun voor president Bouteflika. Daardoor zal hij, zo voorspellen nu al veel Algerijnen, een zwakke president worden – en niet de krachtige Leider, die hij zelf zo graag had willen zijn en die Algerije onder de huidige omstandigheden ook zo hard nodig heeft.