Werken & studeren succes

Universiteiten experimenteren met opleidingen die leren en werken combineren. Minister Hermans heeft subsidie beloofd.

Collegelopen is na vier jaar niet meer inspirerend, vindt Jarno Gehring (22), vierdejaars pedagogische wetenschappen aan de Universiteit Leiden. Hij heeft zich opgegeven voor een opleiding waarnaast hij kan werken. Hij gaat zich binnen een bedrijf bezighouden met voorlichting en communicatie, ook zijn afstudeerrichting. ,,Ik ben nieuwsgierig naar de dynamiek van de praktijk.'' Dit studiejaar voor het eerst bieden zeven universiteiten in totaal negen van deze zogenoemde `duale trajecten'. Ongeveer veertig studenten maken er dit jaar gebruik van. Gisteren schreef minister Hermans (Onderwijs) de Tweede Kamer dat hij voor het komende jaar zeven universiteiten subsidie heeft verleend, ditmaal voor negentien studierichtingen met gemiddeld zo'n twintig plaatsen.

Maar niet iedereen steunt de werktrajecten op de universiteit, zo bleek gisteren op een congres aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De kritiek van de tegenstanders is bekend: universiteiten moeten de studenten breed en academisch opleiden. Vaardigheden die ze nodig hebben voor hun baan leren ze later wel, in de praktijk. Anders maak je van de universiteit in feite een hogeschool.

Maar die visie is volgens voorstanders niet meer van deze tijd. Minister Hermans zei gisteren dat universiteiten tegenwoordig meer zijn dan een `beroepsopleiding voor wetenschappers'. De arbeidsmarkt schreeuwt om hoger opgeleiden. Het is daarom de taak van de universiteiten hun opleidingen zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Ook voor studenten die hun vier jaar niet louter in de collegebanken willen doorbrengen.

Studenten hebben veel voordeel van de werkervaring tijdens hun studie, denkt B. Veltman, voorzitter van de beoordelingscommissie van de duale trajecten. Hij wees erop dat er alleen toestemming wordt gegeven voor een leer-werk combinatie als het wetenschappelijke gehalte van de opleiding niet in gevaar komt. Hij is ervan overtuigd dat studenten die niet alleen met hun neus in de boeken zitten zich in een veel hoger tempo ontwikkelen. ,,Ze hebben een grotere kiemkracht. Bovendien zijn ze meestal uiterst gemotiveerd.''

G. Visser-van Erp van MKB Nederland steunde hem. De bedrijven in haar branche zijn enthousiast over het project. Visser-van Erp wil meteen het misverstand uit de weg helpen dat de duale trajecten een veredelde stage zijn. ,,Studenten krijgen een tijdelijke aanstelling en een behoorlijk salaris. De student maakt onderdeel uit van het bedrijf en wordt serieus genomen.'' De studentenorganisatie ISO vindt dat juist een gevaar. Voorzitter R. Zwetsloot: ,,Het is de bedoeling dat studenten zich oriërenteren op de praktijk, niet dat ze als een werknemer een reguliere vacature opvullen.''

Elke opleiding vult het duale traject op eigen wijze in. Zo gaat student planologie Johan Slik (21) van de Universiteit Utrecht twee keer tien maanden bij het ministerie van VROM werken om zich bezig te houden met de ouderenhuisvesting. Doordeweeks werkt hij drie dagen en gaat twee dagen naar de universiteit.

De studie Nederlands Recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen van Jaap Vreugdenhil (23) ziet er heel anders uit. Binnenkort vertrekt hij naar Warschau om daar tien weken een groot bedrijf te adviseren over fusies en overnames. Daarna volgen tien werkweken bij een bedrijf in Nederland, terwijl hij per week één dag studeert. Hij vindt dat zijn studie veel spannender is geworden. ,,Eerst dacht ik: wat moet ik in godsnaam in Warschau? Maar inmiddels zie ik de uitdaging en spring ik maar gewoon in het diepe.''