Liever lichaamsbeweging dan medicijn

Veel mensen die depressief zijn, voelen zich beter als ze gaan hardlopen. Ze kijken positiever naar zichzelf. En ze genieten van de buitenlucht.

`IK ZOU EIGENLIJK tussen zes plankjes moeten liggen'', zegt Richard (53) hijgend, terwijl hij de atletiekbaan voor driekwart rondjogt. Bij de rode prullenbak mag hij het laatste kwart van de baan wandelen, heeft begeleider Martin van Polanen hem verteld. Daarna moet hij weer driekwart in draf. ,,Waarom doe ik dit mezelf vrijwillig aan'', vraagt Richard zich hardop af, terwijl hij het zweet van zijn gezicht wist. ,,Maar ach, beter iets dan niets om voor op te staan.'' Toen Richard na 25 jaar trouwe dienst werd ontslagen als administrateur bij een groot bedrijf, ging het mis. Hij voelde zich als een paar oude schoenen bij het vuil gezet, gleed in een zware depressie en kwam zijn bed bijna niet meer uit. Zijn extreem cynische houding tegenover zijn medemensen bleek in een gesprekstherapie moeilijk te doorbreken. Hij werd doorgestuurd naar psychomotorische therapie, ofwel bewegingstherapie.

Elke woensdagmiddag geeft psychomotorisch therapeut Martin van Polanen, werkzaam in de Valeriuskliniek in Amsterdam, hardlooptherapie aan zo'n twaalf lopers. Ze verzamelen zich op de atletiekbaan in Amsterdam-Zuid, die wordt omzoomd door bomen en een hoog hek. Van Polanen: ,,Dit is een uitstekende plek. Ze geeft de mensen een veilig gevoel.''

Hardlopen is geen wondermiddel, zegt Van Polanen, maar bij veel patiënten met depressieve klachten en in mindere mate bij angst- en persoonlijkheidsstoornissen heeft het een gunstig resultaat. Mensen met een depressie hebben vaak een extreem negatief zelfbeeld. ,,Wanneer ik de eerste keer voorstel om een half rondje te lopen, zeggen ze meestal meteen: o nee, dat haal ik nooit'', zegt Van Polanen. ,,Als het dan wel blijkt te lukken, geeft dat voldoening. Ze kunnen hun prestaties alleen aan zichzelf toeschrijven.'' Bovendien gaan mensen met een belabberde conditie juist in het begin sterk vooruit. ,,Ze gaan daardoor positiever naar zichzelf kijken'', zegt Van Polanen. ,,Volgens mij is dat het belangrijkste effect van deze therapie.''

Daarnaast doet de lichamelijke activiteit patiënten goed. Depressieve mensen zijn meestal zeer inactief, komen nauwelijks hun bed uit en hebben nergens zin in. ,,Ze zitten in een vicieuze cirkel, zodat het steeds moeilijker wordt om zich ergens toe te zetten'', zegt Van Polanen. ,,Als het me lukt om die mensen in beweging te krijgen en te houden, ben ik geslaagd.''

Goede begeleiding is, zeker in het begin, belangrijk. Sommigen schrikken zich de eerste keer dat ze hardlopen lam van de effecten die het sporten op hun lichaam heeft: ze worden warm, voelen hun bloed stromen en hun hart heftig kloppen. Van Polanen heeft al verschillende keren paniekerige patiënten die dachten dat hun hart het niet zou houden, moeten geruststellen. Hiervoor heeft hij een hartslagmeter bij zich. ,,Daarmee kan ik aantonen dat ze niet in de gevarenzone komen. Dat helpt.''

Een van de eerste wetenschappers die zich in Nederland met hardlopen als therapie bezighielden, is dr. Ruud Bosscher, bewegingswetenschapper aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Hij promoveerde in 1991 op een onderzoek naar de emotionele effecten van lichamelijke activiteit op depressie. Depressieve patiënten die werden doorverwezen naar de kliniek van de VU, konden kiezen voor een traditionele behandelingsmethode met medicijnen. Maar ze konden ook een alternatief programma volgen, waarbij er één keer per week onder begeleiding werd hardgelopen.

Uiteindelijk bleek dat met looptraining even goede resultaten werden behaald als met medicijnen. Vooral als patiënten konden worden gestimuleerd om een of twee keer in de week op eigen houtje te lopen in een parkje in de buurt. Ongeveer tweederde had er baat bij. ,,Dat vond ik een behoorlijke score'', zegt Bosscher. ,,Je kunt beter van lichaamsbeweging afhankelijk zijn dan van medicijnen. Bovendien voelen mensen zich door het sporten in de buitenlucht prettiger. Dat effect hebben medicijnen niet.''

Natascha (29) holt in een behoorlijk tempo de baan rond. Ze is tevreden over het hardlopen. Ze waardeert het sociale contact met lotgenoten. Bovendien is ze sowieso sportief en past het sporten goed in deze fase waarin ze ,,aan zichzelf werkt'', maar niet bij een therapeut op de sofa wil liggen. Kort geleden is bij haar de diagnose `lichte vorm van schizofrenie' gesteld. Het hardlopen helpt haar wat `relaxter' in het leven te staan.

Arjan (27) is pas kort bij de atletiekgroep. Van Polanen heeft hem uitgelegd dat hij het sporten voorzichtig moet opbouwen. Ruim een half jaar geleden werkte Arjan nog bij een bank. Hij was al jaren extreem moe en kon het werk alleen volhouden door 's avonds om zeven uur naar bed te gaan. Tot het echt niet langer ging. Hij is al door vele artsen binnenstebuiten gekeerd, maar de oorzaak is moeilijk te achterhalen. Mogelijk heeft hij een lichte vorm van autisme.

,,Ik had op jonge leeftijd al problemen met sociaal contact en concentratie'', zegt Arjan. Maar sinds de puberteit kwam daar die moeheid bij die steeds erger werd. Nu kosten zelfs boodschappen doen en stofzuigen hem enorm veel energie. ,,Ik moet leren de inspanningen te doseren. Ik hoop door het hardlopen mijn eigen grenzen te leren kennen.'' Met een grijns: ,,Bovendien kan een beetje conditie ook geen kwaad.''