Het verlangen door een landschap te reizen

Gisteren bestond zijn maaltijd uit een broodje en een frikadel. Vandaag is het tijd voor iets stevigers. Daarom loopt Johny T. (32), rond het avonduur, een steegje in. Hij klopt er op de achterdeur van een Chinees restaurant, maar dat blijkt gesloten.

Hij probeert de achteringang van een andere Chinees. Een kleine man komt naar buiten. Johny vraagt hem of hij wat eten over heeft. De keukenhulp kijkt nors. ,,Voorkant! Voorkant!'', roept hij. Maar Johny weet dat je voor de gratis restjes bij de achterdeur moet zijn. Niet dat hij voor zijn lol bedelt. Maar wat moet hij, sinds zijn WAO-uitkering is teruggebracht naar 85 gulden per week? Als Johny daarvan zijn biertjes heeft gekocht, en zijn geliefde `bakkie' koffie, is de portemonnee alweer leeg.

,,Há, vijftien cent!'', roept Johny, wanneer hij op de stoep een leeg bierflesje ontdekt. Hij spiedt naar telefoonkaarten waar nog wat op staat – om die voor een kwartje per stuk te verkopen aan taxichauffeurs.

Als het aankomt op overleven, is Johny creatief. ,,Even een pastoortje pakken'', zo noemt hij het. Waar hij komt, gaat hij op zoek naar de pastorie om daar zijn probleem uit te leggen. Zo heeft hij pastoor André Moninkhof te Breukelen leren kennen. Moninkhof geeft hem brood en koffie. De pastoor is verbaasd: hij dacht dat er in Nederland een bestaansminimum is. Dat is ook zo, liever gezegd: dat was ook zo.

Als schuldeisers beslag willen leggen op een uitkering krijgen zij te maken met een beslagvrije voet, negentig procent van het bijstandsniveau. Dat deel mag een uitkeringsgerechtigde houden. Bij Johny echter is het beginsel van de beslagvrije voet verlaten. Hij bouwde schulden op bij de Nederlandse Spoorwegen, in totaal voor dertigduizend gulden. De NS stapte naar een rechter te Arnhem die een opmerkelijk oordeel velde. De rechter vindt dat de NS beslag mag leggen op het leeuwendeel van Johny's WAO. Hij liet zich leiden door artikel 475-E, Rechtsvordering: ,,Geen beslagvrije voet geldt voor vorderingen op een schuldenaar die niet in Nederland woont of vast verblijft.'' Waarbij het hebben van geen vaste woon- of verblijfplaats voor deze rechter gelijk staat aan het niet vast verblijven in Nederland.

Johny werd niet vertegenwoordigd door een advocaat. Hij had maar nauwelijks in de gaten dat er een proces tegen hem liep. Dankzij het vonnis ontvangt Johny van zijn WAO-uitkering, na aftrek van onder meer de Ziekenfondspremie, 340 gulden per maand, 85 gulden per week.

Na de, vergeefse, voedseltocht in Oss neemt Johny de trein naar Arnhem. Een conducteur loopt de coupé binnen. Johny heeft geen kaartje. De kaartcontroleur schrijft een `met uitstel van betaling' uit, voor Johny de tweede die dag. Waarom hij geen kaartje heeft? ,,Geen geld'', antwoordt Johny op de vraag van de conducteur.

Hij tuurt naar het voorbijgaande landschap en zegt dat de maatschappij hem niet wil begrijpen. ,,Zij denkt alleen aan geld. Zij wil mij bestraffen, maar dat lukt haar niet.'' Johny heeft altijd moeten vechten voor zijn andere leefstijl. Vanaf het moment dat Johny werd bestempeld als `zwakbegaafd' is hij een buitenstaander.

In een tehuis voor zwakbegaafden moest hij timmeren en tuinieren. Kwam hij in de weekeinden thuis bij zijn moeder en stiefvader, dan mocht hij niet mee boodschappen doen. Johny moest in zijn slaapkamer. Met de deur op slot. Sindsdien heeft hij een hekel aan muren om zich heen. Alleen buiten voelt hij zich veilig.

In het tehuis voelde hij zich onbegrepen. Vanaf zijn veertiende stond hij op de telex: jongen vermist. Dan was hij weer eens in een trein gestapt, op weg naar België, de vrijheid tegemoet. Dan werd hij weer gesnapt en werd voor straf zijn transistorradio in beslag genomen.

Johny is blijven zwerven, het rondtrekken zit in zijn bloed. Hij hoeft geen huis, geen auto, geen tv, geen spullen en geen mooie kleren. Hij enige wat Johny verlangt, is door een landschap te reizen: in een trein stappen, ergens uitstappen en dan opnieuw over het spoor. Voortdurend op weg van ergens naar ergens.

Woordvoerders van de Tweede Kamer vragen zich af waarom het vonnis dat tot een nieuw bestaansminimum van 340 gulden per maand leidt, pas nu bekend is geworden. Ligt het antwoord niet voor de hand? De ketting breekt op haar zwakste schakel, op een Johny T., zonder advocaat die er de nodige ruchtbaarheid aan had kunnen geven. Het lijkt een incident, maar is dat wel zo? Voormalig vrachtwagenchauffeur John van V., ook dakloos, vernam onlangs schriftelijk van het GAK dat hij, gelet op zijn schulden, 558 gulden per maand ontvangt. John van V. kent de achterdeurtjes van de restaurants nog niet. Hij is ten einde raad.

De VVD en PvdA gaan opheldering vragen bij de minister en staatssecretaris. De partijen vinden dat artikel 475-E niet bedoeld is voor daklozen. Zij zien daklozen niet graag leven van een paar tientjes per maand.

,,Dit leven is waardevol, het geeft mij de vrijheid'', zegt Johny. Maar Nederland is te vol met regels en te uniform voor mensen als Johny. Het dreigt een vicieuze cirkel te worden: beslag op uitkering, toch zwart blijven rijden en zo nieuwe schulden opbouwen. Enkel een NS-jaarkaart zou uitkomst bieden. Maar wie gaat dat betalen?