Het einde van de zeilvaart

Wie op Vlieland van de veerboot stapt en naar het dorp wandelt, komt langs een onopvallend huis dat de naam Vertuid draagt. Menige badgast fronst de wenkbrauwen: wat mag dat wel betekenen? Waarom opeens die `Latijnse' naam tussen huizen die Stern en Kokkel heten? Bijna niemand beseft dat vertuid het voltooid deelwoord is van vertuien – een schip tussen twee ankers leggen. De naam was dan ook afkomstig uit de koker van een zeeman, en wel van Teunis Pronker, die het huis tot aan zijn dood (in 1949) bewoonde.

Pronker was een van de laatste kapiteins op de grote zeilvaart. In zijn vijfentwintigjarige loopbaan klom hij op van scheepsjongen tot kapitein, bevoer hij alle wereldzeeën en rondde vijf maal Kaap Hoorn. Hij is het onderwerp van het kloeke boek `Het barkschip Amicitia', dat geschreven werd door zijn kleinzoon Ton Pronker. Op bladzij 449 wordt de herkomst en de betekenis van het raadselachtige Vertuid uit de doeken gedaan. Tussen haakjes: de auteur schrijft `Groote Zeilvaart', zoals hij ook aan `reede' en `reederij' vasthoudt (diep in zijn hart wil hij dat opa het boek in de hem vertrouwde spelling kan lezen).

De kleinzoon zelf woont een eindje verderop. Loop je, door de coupure in de waddijk het dorp in, dan zie je aan de linkerhand een opvallende plaquette van de schrijvende scheepsarts J.J. Slauerhoff; hij was de zoon van Teunis' zuster Cornelia. Als kind kwam de ziekelijke Jan geregeld naar Vlieland om aan te sterken; hij logeerde bij familie, die het huis bewoonde dat nu van een gedenkteken is voorzien. Het initiatief daartoe werd genomen door buurman Ton.

Afgelopen vrijdag werd `Het barkschip Amicitia' te water gelaten in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. Onder de aanwezigen waren bestuursleden van de illustere Stichting Nederlandsche Kaap Hoornvaarders en nazaten van derde stuurman Willem Celosse, die een tijdje onder Teunis Pronker voer en wiens dagboeken in het huidige werk zijn opgenomen. Een dochter liet mij een dagboek zien: een kantooragenda uit het `schrikkeljaar 1896', met potlood geschreven, maar nog steeds goed leesbaar.

In zijn toespraak zei Pronker dat hij al in de jaren dertig begonnen was zijn opa uit te horen. Zo kende hij al vroeg het verschil tussen een bark en een brik en tussen zeilnamen als ondergrietje en bovengrietje. En van Teunis leerde hij zeilen. Zo werd de onrust gezaaid die hem tientallen jaren later in zijn tien meter lange kitsjacht Kaap Bol IV over de oceanen voort zou jagen. `Wat een afgang eigenlijk. In twee generaties kromp het zeilschip tientallen meters', zei Pronker, onder luid gelach van het publiek.

Tijdens zijn wereldreis, die drie jaar in beslag nam, kruiste hij niet alleen het kielzog van de Vlielander ontdekkingsreiziger Willem de Vlamingh, maar ook dat van zijn grootvader. Hij nam de gelegenheid te baat om in verre havens in allerlei scheepsarchieven naar gegevens over de Amicitia te zoeken. Ook in Bordeaux, waar de driemastbark in 1903 in vlammen opging. `Dat komt ervan', zei Pronker in Amsterdam, `als je nafta in houten vaten vervoert.'

Overigens profiteerde niet alleen kleinzoon Ton, maar ook neef Jan van grootvaders maritieme kennis. In overeenstemming met de familietraditie zou Jan Slauerhoff een zeemanscarrière gevolgd hebben, maar zijn zwakke gezondheid verhinderde dat. In plaats van op de brug, belandde hij in de hut van de scheepsdokter. Voor Pronker blijft het onbegrijpelijk dat Jan in zijn proza en gedichten vaak `ontstellend slordig met het ambacht van de vaart der zee' omspringt. Hij wijt dat niet aan gebrekkige kennis, maar aan zijn weerbarstige instelling.

Pronkers boek is zowel een biografie van zijn grootvader als van de Amicitia. Teunis komt zelf ook aan het woord. Op verzoek van zijn kleinzoon legde hij op 84-jarige leeftijd zijn herinneringen aan zijn varenstijd vast. De eerste zin luidt: `Teunis Pronker, geboren op Vlieland 15 maart 1864, deed zijn intrede den 1 April 1876 in de Zeevaartschool op Vlieland waar de eerste schrede op zijn zeemansloopbaan mee begon.'

Als jongen van veertien monsterde hij als kajuitsjongen aan op de bark Neptunus, die op de Oostzee voer. Achttien jaar later was hij kapitein van de Amicitia.

T.F.J. Pronker. Het barkschip Amicitia. De Prom. ƒ155,-.