GroenLinks op examen

Er was dan wel een oorlog voor nodig, maar zelden zullen GroenLinks vanuit het politieke establishment zoveel waarderende woorden zijn toegevallen als de afgelopen weken. En niet te vergeten de rest: de partij wordt ineens serieus genomen. Minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken is in verband met de Kosovo-crisis al eens bij de Tweede-Kamerfractie op bezoek geweest, minister-president Kok heeft fractieleider Paul Rosenmöller (die hij een jaar geleden tijdens de verkiezingscampagne nog van `extreem-linkse' opvattingen betichtte) opgenomen in zijn informele telefooncircuit en in de Tweede Kamer wordt GroenLinks tijdens de debatten over de NAVO-acties tegen Joegoslavië met alle egards behandeld.

GroenLinks is niet meer het schreeuwende groepje dat het paarse consensus- droombeeld constant verstoort, maar een partij die gehoord dient te worden. Dat wil zeggen, onder de huidige omstandigheden, waarbij het kabinet behoefte heeft aan een zo breed mogelijke steun voor de militaire acties op de Balkan waaraan Nederland volop meedoet. Niet dat de stemmen van GroenLinks van enig doorslaggevend belang zijn, maar daar gaat het dan ook niet om. Steun van GroenLinks is louter nodig om te bevorderen dat vooral de PvdA de rijen gesloten houdt. Tot nu toe is dat aardig gelukt. Als het om het NAVO-optreden in Joegoslavië gaat is het ijzig stil binnen de PvdA.

Dit in tegenstelling tot GroenLinks dat bijna permanent met zichzelf in debat is over de juistheid van de acties van de NAVO. Het is interessant om die discussie binnen de partij zich te zien afspelen. Niet om wat er wordt gezegd – de argumenten pro en contra zijn genoegzaam bekend – maar vooral hoe het debat onder leiding van Rosenmöller wordt gevoerd. Hij slaagt er wonderwel in de partij die mede is voortgekomen uit communisten en pacifisten (die de NAVO beschouwden als een revanchistische organisatie dan wel een door het grootkapitaal bekostigde oorlogsmachine) redelijk op één lijn te houden. Respect heeft hij voor de mensen die pleiten voor een geweldloze oplossing, maar dan vraagt hij ook respect voor de mensen binnen GroenLinks die de NAVO-acties motiveren met de constatering dat er geen alternatieven meer waren. Het is duidelijk: hier is geen oppositie-politicus meer aan het woord, maar iemand die klaar staat om de overstap naar het kabinet te maken.

Dat is natuurlijk ook het écht interessante aspect van de opstelling van GroenLinks in de Kosovo-crisis en de wijze waarop anderen daarop reageren. Er wordt een partij getest op zijn regeringspotentie. Is GroenLinks een partij die kiest voor de veilige vrijblijvendheid of is het een partij die zich wenst te commiteren aan eenmaal gemaakte, pijnlijke, keuzes? Dat laatste is het geval, maar GroenLinks weet dat op een wijze te doen die bij andere partijen tot jaloerse blikken leidt. De interne worsteling met het militaire optreden wordt zodanig uitgevent dat het niet zozeer wordt beschouwd als een teken van zwakte (,,GroenLinks hopeloos verdeeld''), maar veel meer wordt uitgelegd als teken van kracht. ,,GroenLinks heeft niet het monopolie op de morele afwegingen die nu moeten worden gemaakt'', klaagt D66-fractievoorzitter De Graaf deze week in Vrij Nederland. Ze hebben het monopolie misschien niet, maar het wordt ze wel toegedicht en daar gaat het in de politiek toch vooral om. GroenLinks heeft ervoor gezorgd zich in de jongste Joegoslavië-crisis tot een spraakmakende partij te ontwikkelen. In gesprek met het kabinet en in gesprek met de `grachtengordel', wat kan een partij die wil doorbreken zich nog meer toewensen?

GroenLinks is gewoonweg `in the air'. Het succes van de partij heeft minder te maken met scherpe politieke keuzes als wel dat de tijd rijp is voor GroenLinks. Paars raakt versleten, in de samenleving die steeds vaker en steeds sneller behoefte heeft aan iets `anders' is het tijd voor een nieuwe kleurschakering. GroenLinks kan aan die behoefte voldoen. De oude CPN, PSP, PPR en EVP-sentimenten zijn grotendeels verdwenen. Zij van vroeger zijn er nog wel, maar niet dominant. Het zijn frisse, veelal jonge mensen (let op de uitgekiende kleding!) die de toon zetten. Ze kiezen voor radicale oplossingen, niet voor revolutionaire. En, heel belangrijk, men is compromisbereid, of om in de termen van GroenLinks senator De Boer te spreken: er moet spanning zitten tussen ideaal en compromis. Geruisloos neemt GroenLinks zodoende de positie over van D66 als partij van het redelijk alternatief.

GroenLinks in het kabinet, zal het er dan eindelijk toch van komen? Het maandelijks verschijnende magazine van de partij levert voor het beantwoorden van die vraag voldoende materiaal op. Afgaande op de stukken die in dat blad verschijnen is het slechts een kwestie van tijd eer het zover is. Los van de rubriek `schaduwminister' komt het onderwerp elke maand in diverse artikelen aan de orde. PvdA-senator Wöltgens die in maart door het blad werd ondervraagd ziet een kabinet van PvdA, CDA en GroenLinks een rol spelen in het proces van politieke herijking. De Brabantse lovebaby van het CDA, gedeputeerde Pieter van Geel, sluit in het jongste – inmiddels op glanzend (!) papier gedrukte GroenLinks Magazine – samenwerking met de partij van Rosenmöller ook niet langer uit. Een rood-groen-groene coalitie wacht volgens hem een belangrijke taak: ,,De urgentie die de sociale kwestie honderd jaar geleden had, heeft het milieuvraagstuk nu'', zegt Van Geel.

Het zijn vanzelfsprekend allemaal nog zeer losse gedachtespinsels. Dat neemt niet weg dat ze wel degelijk nu al hun politieke betekenis hebben. Lange tijd was het bestaansrecht van de paarse coalitie niet veel meer dan het ontbreken van een reëel alternatief. Zo ligt het niet meer. Er zijn door toedoen van GroenLinks en krachten binnen het CDA nieuwe combinaties mogelijk die zeer verleidelijk voor de PvdA kunnen zijn. Of dit ook voor Kok geldt is een ander verhaal. Maar vrijblijvend gedrag kan hij GroenLinks na deze Kosovo-weken in elk geval niet meer verwijten. Ook dat is een politiek feit.