En wat drinken we erbij?

Wie `asperges' zegt, hoort `pinot blanc' te zeggen, maar, met alle respect, er zijn veel meer mogelijkheden. De bereiding van het gerecht bepaalt in feite de keuze van de wijn. Een klassieke, Vlaamse aspergemaaltijd vraagt om een lichte wijn met een niet te hoge zuurgraad en zeker niet een te dominante smaak — in dat geval is het effect van de pure asperges gevlogen. Wie het hart op de juiste plaats heeft, probere eens een Nederlandse wijn, zoals Müller-Thürgau van Hoeve Nekum of De Apostelhoeve (Limburg). Een Riesling uit de Pfalz — bloemiger, zachter van smaak dan die van de Moezel — of een Rueda uit Spanje zijn voortreffelijke alternatieven. Neem geen oudere jaargang dan 1997.

Voor asperges met een oosters tintje — gember en gamba's bijvoorbeeld — mag de wijn wat hoger op smaak zijn: een St. Joseph of Crozes-Hermitage blanc (zeldzaam, maar fijn), een Chardonnay met bescheiden hout, bijvoorbeeld Raimat (Spanje) of zelfs een droog gevinifieerde Gewürztraminer Spätlese, niet ouder dan jaargang 1996.

De `mollige' versie van asperges, met mousselinesaus of met parmezaanse kaas, morilles, of truffelcrème zijn gebaat bij bijvoorbeeld een witte Graves (sauvignon/semillon met houtrijping voor zuren en volheid) of een droge Muscat uit de Elzas of uit Portugal (Joao Pires). Jaargang 1996/98.