Brit heeft genoeg van `afzetterij'

Een gevuld winkelwagentje is in Groot-Brittannië de helft duurder dan in Neder- land. Britten betalen voor bijna alles veel meer dan consumenten elders in de Europese Unie. De regering stelt een onderzoek in.

Een cappuccino: zeven gulden. Een cd: bijna vijftig gulden. Een kaartje voor een musical: tachtig gulden per stoel. Voor toeristen uit de rest van Europa is het even slikken: in het Verenigd Koninkrijk is alles stukken duurder dan thuis. De Britten zelf zijn er ook achter. Een goed hotel in Duitsland kost minder dan een simpel bed & breakfast in eigen land. In de Franse supermarkt kunnen ze voor de helft van het geld hetzelfde karretje wijn vullen – wat ze in hordes doen. En als ze langs een Nederlandse Ford-dealer lopen, ontdekken ze dat een in Londen gemaakte Sierra thuis ruim duizend pond extra kost.

Het leven in Londen is nog nooit zo duur geweest, becijferde The Economist, die Londen in zijn jaarlijkse kostenklassement van wereldsteden voor het eerst boven New York en Parijs zette. In de rest van het land – waar de hoge huren van de hoofdstad minder zwaar meewegen – is het niet anders. Voedsel, kleding, drank, openbaar vervoer, medicijnen, gas en licht, tabak, meubels, bankkosten en elektronica- en sportartikelen zijn de duurste van Europa.

Waar komen die hoge prijzen vandaan? Eén factor is het dure pond. Maar dit geeft niet de doorslag. Want terwijl het pond steeg hadden de prijzen voor importartikelen moeten dalen. Dat is niet gebeurd. Een andere reden zou relatieve welvaart kunnen zijn, waarbij hoge lonen worden verdisconteerd in hoge prijzen. Maar Britten verdienen minder en het inkomen per hoofd van de bevolking is eentiende lager dan in Duitsland en zo'n vijf procent onder dat van Nederland en België. Tot twee weken geleden had het Verenigd Koninkrijk niet eens een officieel minimumloon, waardoor zo'n acht procent van de beroepsbevolking – winkel-en horecapersoneel, bewakers en werknemers van kleine bedrijven – volgens de huidige maatstaf onderbetaald werden. Maar bij de lunch moeten ze toch twee pond (6,40 gulden) afrekenen voor een sandwich ei, of het nu in Hackney is, een arme wijk in het oosten van Londen, of in posh Knightsbridge. Zelfs producten die eigenlijk goedkoop zouden moeten zijn, zoals rundvlees, waarvan grote overschotten bestaan sinds de gekkekoeienziekte de export heeft bevroren en waarop boeren soms de helft minder verdienen, blijven onbegrijpelijk hoog geprijsd.

Britse consumenten en hun belangengroepen hebben alarm geslagen over wat in de volksmond inmiddels de ,,nationale rip-off '' (`afzetterij') heet. Zo heeft de Consumers Association de autobranche van ,,heimelijke kartelvorming'' beschuldigd en de Britten geadviseerd auto's maar in het buitenland te kopen – al is dat makkelijker gezegd dan gedaan, gezien de complexe invoerregelingen en de belangen van de Britse fiscus.

De grote supermarkten liggen het zwaarst onder vuur. De ketens Tesco, Sainsbury's, Asda en Safeway – de `grote vier', waar 66 procent van alle boodschappen worden gedaan – zouden collectief hun dominante marktpositie gebruiken om hun toeleveranciers zo weinig mogelijk te betalen, maar die marges nauwelijks doorberekenen aan de kassa. Zo betalen Britten voor een doorsnee mandje boodschappen tot de helft meer dan Nederlanders.

,,Wij willen weten waar dat geld blijft'', zei een woordvoerder van de National Farmers Union, die boerenbelangen verdedigt. In de zak van de aandeelhouder, vermoeden veel Britten. Inderdaad zijn de winsten van de grote supermarktketens de laatste vier jaar fors gestegen en liggen ze nu een stuk boven het Europees gemiddelde. Maar de ketens zelf betogen dat het rendement op hun investeringen lager is, bijvoorbeeld door hoge grondprijzen en stringente planningswetten die dwingen tot lange en dure procedures. Zij wijzen op een rapport van onderzoeksbureau McKinsey, dat heeft uitgerekend dat een vierkante meter Britse winkelruimte veertig procent duurder is dan in de VS en eenvijfde duurder dan in Frankrijk. ,,Bovendien hebben Britse supermarkten de beste consumentendiensten van Europa'', zei Sainsbury-woordvoerder Jason Steinberg tegen de BBC. Hij wees op snelle kassadiensten en bereikbaarheid. ,,Al die elementen zijn in de prijs verdisconteerd.''

Een onderzoek door het Office of Fair Trading (OFT), een regeringsdienst die waakt tegen marktbederf, had duidelijkheid moeten brengen over de ,,excessieve winsten''. Maar de conclussie van het rapport dat begin deze maand (na maanden uitstel) verscheen, is niet spijkerhard. De winsten op sommige producten lijken hoog, maar dat het onnodig hoog is, valt niet te bewijzen. Het OFT verwijst de zaak daarom door naar een andere dienst, de Merger en Monopolies Commission (MMC). Die maakte bekend elke supermarktketen met meer dan tien filialen onder de loep te nemen.

Stephen Byers, minister van Handel en verantwoordelijk voor beide diensten, heeft zich opgeworpen als verdediger van de consumenten. Want die stemden bij de laatste verkiezingen merendeels Labour en dat wil hij graag zo houden. Vorige maand kondigde hij een breed opgezet onderzoek aan om internationale prijsverschillen te analyseren, plus meer macht voor het OFT. Naast de supermarkten, de autobranche en de farmaceutische industrie, die zijn ministerie al in onderzoek heeft, krijgen waterbedrijven prioriteit. Want ondanks de door vorige regeringen doorgevoerde privatiseringen blijft kraanwater ongekend duur.

Naar een verklaring voor de prijs van sommige producten hoeft de minister overigens niet lang te laten zoeken. Dat een liter Britse diesel 2,25 gulden kost, ligt gewoon aan de torenhoge accijnzen die zijn collega van Financiën heft. Hetzelfde geldt voor een gewoon flesje witte wijn van vijftien en een pakje sigaretten van twaalf gulden.

En The Economist wees er kort geleden fijntjes op dat óók de Britse consument zelf nog wel iets handiger mag worden. Want het land mag dan ,,een natie van winkeliers'' zijn, de Britten horen ook tot de slechtste koopjesjagers van Europa, waardoor winkeliers met hoge prijzen wegkomen, aldus het blad. Dat klopt: wie bijvoorbeeld door Tottenham Court Road loopt, een Londense straat met tientallen elektronica-winkels, ziet identieke laptops, faxen en mobiele telefoons in etalages voor verschillende prijzen. In honderd meter valt zó honderd pond te verdienen.