Xiaosong maakt opera zichtbaar met muziek

,,Een mensenleven is als een snaar. Is hij strak gespannen dan kun je hem goed bespelen.'' Op dit uitgangspunt van een fabel van Shi Tieseng bouwde Q. Xiaosong zijn opera Life on a String, die gisteravond in Amsterdam zijn Nederlandse première beleefde. Q. Xiaosong, maar ook een Chinese avant-gardist als Tan Dun, voelt zich aangetrokken tot de opera. Vrijwel al hun muziek tendeert naar theater. Er zijn uitersten in spanningverwekkende rusten en dramatische uitbarstingen, als zwarte inkt op wit papier in de Chinese kalligrafie.

Het verhaal is simpel: de luit van een blinde bard bevat een geheim. Pas nadat hij duizend snaren heeft gebroken mag hij de klankkast openen om er een recept te vinden dat hem van zijn blindheid zal genezen. Als de opera begint heeft hij reeds 997 snaren verbruikt. Als hij dan eindelijk de luit opent ... waarom zou ik dat verklappen? Men moet dat zelf zien, al is er weinig te zien in de uiterst terughoudende en gestileerde regie.

Na zijn nogal woeste en wilde opera's Oedipus (1993) en De dood van Oedipus beheerst Xiaosong nu de kunst van het schrappen. Terwijl Tan Dun in zijn multiculturele uitstapjes alle kleuren van de regenboog verzamelt – van Tibetaanse zang tot Gregoriaans, van Peking Opera tot Mahler en van Japans kabukitheater tot Puccini – is Life on a String gebaseerd op kleuren als bruinen en zwarten, danwel gelen en witten. Bovendien ontbreekt de botsing van culturen. Het westerse aandeel is slechts een verrijking van de Chinese ruige muzikale plattelandsfolklore.

De opera begint met gesis, een ademklank als een windvlaag. En het werk eindigt met de lage c van cello en contrabas waartegen de broosbreekbare piccolo een pregnante cis laat horen. Een solootje van vier noten vindt Xiasong meer dan genoeg! Contrapunt ontbreekt, zoals in de vergelijkbare oosterse partituren van Claude Vivier, maar die toverde dan nog met klankkleur en zelfs dát gaat Xiaosong grotendeels uit de weg. Hier waart de geest van het sjamanisme in een loutere confrontatie van stilstand en beweging.

Het verhaal wordt verteld en soms onbegeleid gezongen door Gong Dong-Jian, de Kublai Khan uit Duns opera Marco Polo. Als in een Grieks drama reageert een koor van dorpelingen, dirigent Xiaosong heeft nog een kleine rol als dorpshoofd. Omdat Dong Jian zowel beschikt over een diepe bas als een piephoge falset kost hem het spelen van meerdere rollen geen moeite. Het gaat ook niet om het realisme van de westerse opera. De Aziatische vorm is gestileerder, een dikke Japanse acteur met meerdere onderkinnen kan een lieftallig prinsesje spelen. En het pleit voor muziek en uitvoering dat niets meer bevreemdt. ,,Dikke vlokken sneeuw als ganzenveren vullen 's zomers heel de lucht'', zingt de bard. ,,Duister als een verweerde spiegel staat de zon aan de hemel.'' Het is gezien, want gehoord, de muziek maakt het ook voor een blinde zichtbaar.

Voorstelling: Life on a String van Q. Xiaosong door Nieuw Ensemble. Regie: Ingrid von Wantoch Rekowski. Gezien 13/4 Doelentheater Amsterdam. Herh. daar 14/4; 15/4 Vredenburg Utrecht.