`Waterpolo kan nog niet zonder mij'

Na ruim twee jaar keerde voormalig bondscoach Ivo Trumbic (64) afgelopen zomer terug langs de rand van het bassin. Met landskampioen AZ&PC staat de Kroaat zaterdag in bekerfinale. `Ik hoef mij niet meer te bewijzen.'

Ruim twee jaar geleden leek aan de imposante carrière van waterpolocoach Ivo Trumbic een eind gekomen. De Nederlandse zwembond KNZB ontsloeg de trainer van de nationale mannenploeg. Van de ene op de andere dag zat de voormalige professor in de lichamelijke opvoeding thuis in Amersfoort werkloos op de bank. Niet dat hij zich verveelde, want de uitnodigingen stroomden binnen. ,,Van Kroatië tot de USA, allemaal hingen ze aan de lijn'', vertelt Trumbic trots. ,,Zo links en rechts heb ik wat adviezen gegeven.''

Toen AZ&PC hem vorig jaar benaderde, was Trumbic aangenaam verrast. Gretig ging hij in op het aanbod van de landskampioen uit Amersfoort. ,,Ze kenden me waarschijnlijk nog'', grijnst Trumbic, die zaterdag met AZ&PC in de bekerfinale uitkomt tegen Polar Bears. ,,Het waterpolo kan nog niet zonder mij.''

Het betekende een verrassend vervolg van de loopbaan van de 64-jarige coach die een jaar voor de Spelen in Atlanta aan de kant werd gezet. De KNZB verweet hem onder meer een gebrek aan communicatie. Praten over die zwarte bladzijde uit zijn trainersloopbaan weigert Trumbic aanvankelijk. ,,Dat is voor later. Zodra ik met pensioen ga schrijf ik een boek met het ware verhaal. Daar zullen ze bij de bond nog van opkijken.''

Tegen het einde van het gesprek kan hij zich toch niet beheersen. ,,De tijd zal mij gelijk geven. Ik kan iedereen recht in de ogen kijken. Ik hoor veel mensen bij de bond nu praten over de noodzaak van sportief gedrag, omdat waterpolo te agressief zou zijn. Terwijl ze zelf niet weten wat sportief gedrag is. Dat kan ik dus niet serieus nemen.''

Nog altijd voelt de oud-speler van Mladost Zagreb zich het slachtoffer van het amateurisme van de KNZB-bestuurders. ,,Er wordt daar steeds maar weer gezegd: we willen wel, maar we hebben geen geld. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om het hoofd. Als ik bijvoorbeeld per se op vakantie wil, neem ik desnoods al mijn kredieten op. Ik doe het en maak er wat moois van.''

Het verval van het Nederlandse waterpolo gaat Trumbic aan het hart. Medelijden heeft hij vooral met de huidige lichting internationals, van wie hij er vijf onder zijn hoede heeft in Amersfoort. ,,Die jongens wordt onrecht aangedaan. Aan hen ligt het niet. Het ligt aan de structuur. Nederland wil zo graag meedoen op het allerhoogste niveau, maar ze verkiezen kwantiteit boven kwaliteit. In zo'n platgeslagen cultuur is geen ruimte voor topsport.''

Ter ondersteuning van zijn betoog wijst Trumbic op het ontbreken van een landelijke jeugdcompetitie. ,,De bond heeft nu het mini-polo geïntroduceerd, bedoeld voor de allerkleinsten. Een goed idee, maar het is niet voldoende. Want wat gebeurt er als die kinderen een jaar of vijftien zijn? Dan heeft de bond hen niets te bieden. Geen wonder dat ze dan kiezen voor voetbal, hockey of tennis.''

Trumbic leidde de nationale ploeg in 1976 naar een historisch hoogtepunt, olympisch brons in Montreal. Die tijd komt nooit meer terug, vreest hij. ,,Bij de bond hebben ze de klok vijftig jaar teruggedraaid. Ze zijn tegenwoordig al blij als ze mogen meedoen aan het EK.''

Graag neemt Trumbic een voorbeeld aan het volleybal. ,,Daarvan werd ook ooit gezegd: Nederland heeft niets te zoeken in de top. En kijk nu eens: olympisch kampioen! Volleybal is een volwassen sport geworden omdat daar keuzes zijn gemaakt. Wie bereid is vooruit te denken, kan heel veel bereiken.''

Waterpoloërs ontberen een gedegen opleiding, zegt Trumbic. ,,We hebben geen kleuterschool, geen middelbare school, geen hoger onderwijs. Hier is het van alles een beetje, en daarom net niets.'' Coaches hebben tegenwoordig nauwelijks nog wat in te brengen, concludeert Trumbic somber. ,,Spelers hebben één goede wedstrijd gespeeld en meteen denken ze alles van waterpolo te weten. Het vak van trainer-coach wordt niet erkend.''

Trumbic staat bekend als een coach van de oude stempel. ,,Ik heb geleerd dat als een coach zegt: ga naar links, dat ik ook naar links ga. Zo werk ik zelf ook. Ik ben toch aangesteld om aanwijzigingen te geven? Als een speler weigert, zeg ik het nog een keer. Luistert hij weer niet, ja, dan begin ik te schreeuwen. Dan wordt er gezegd: die Trumbic is een schreeuwlelijk. Niet dat de speler niet luistert.''

Wat moet iemand met zijn staat van dienst in een land waar hij zelden begrepen wordt? Bijna demonstratief haalt Trumbic de schouders op. ,,Ik hoef me niet meer te bewijzen. Dat heb ik al gedaan voordat ik naar Nederland kwam. Als ze niet van mijn ervaring willen profiteren, is dat hun probleem.''

Trumbic speelde 152 interlands voor Joegoslavië, won in 1968 olympisch goud in Mexico en gold in die dagen als 's werelds beste waterpoloër. Uit handen van maarschalk Tito ontving de midachter destijds de hoogste sportonderscheiding die zijn vaderland kende. Maar een Joegoslaaf? Nee, dat is hij nooit geweest. ,,Ik ben Kroaat, zo heb ik mij altijd gevoeld. Joegoslavië was een kunstmatige staat. Met repressie hield Tito de deelrepublieken bijeen. Vroeg of laat moest de bom barsten.''

Dat gebeurde, in 1991, en de gevolgen van het uiteenvallen van Joegoslavië zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar. Trumbic volgt de oorlog op de Balkan met gemengde gevoelens. ,,Het is vreselijk, maar de Serviërs hebben het noodlot over zichzelf afgeroepen. Al eeuwen hebben zij het waanidee dat zij voorbestemd zijn om een leidende rol te spelen. Niet voor niets hebben ze Joegoslavië altijd als een Groot-Servië beschouwd. Terwijl de centen in Slovenië en Kroatië werden verdiend.''