Vertrouwen in Zweden krijgt deuk

Zweden herwon het vertrouwen van de financiële markten na jarenlange sanering van de overheidsfinanciën. Door het aftreden van de minister van Financiën slaat de twijfel toe.

De presentatie van de Zweedse begroting voor het komende halfjaar zal vanmiddag overschaduwd worden door het onverwachte vertrek van de minister van Financiën Erik Åsbrink. Niet het begrotingsoverschot, niet de zware bezuinigingen op de defensiebegroting, maar de ietwat stuurse Åsbrink zal morgen voorop ieders lippen liggen.

Het zo kwetsbare vertrouwen van de Zweedse overheid kreeg maandagmiddag een opdoffertje door het vertrek van Åsbrink. De euforie over het bereikte begrotingsoverschot is weggeëbd. Zweden herstelde zich meer dan voorspoedig van het monetaire rampjaar 1992.

Rampjaar, want de Zweedse kroon ontglipte begin jaren negentig aan de ijzeren hand van de eens zo machtige Centrale Riksbank. De daggeldrente werd tot honderden procenten opgedreven om de munt staande te houden tegen speculatieve krachten die in 1992 een groot aantal Europese munten in haar macht hielden.

Uiteindelijk moest de Centrale Bank capituleren en de kroon overlaten aan de vrije markt. De trotse kroon tuimelde en nam in haar vrije val niet alleen het ooit zo geroemde Zweedse model mee, maar ook het vertrouwen in de onverwoestbare geachte economie. De kroon kwam tot rust, nadat de waarde ten opzichte van de D-Mark en de gulden met een kwart was gedaald.

In de daarop volgende jaren deed het verse EU-lid Zweden haar uiterste best om te voldoen aan de criteria die deelname aan de euro mogelijk maakt.

Door een combinatie van euro-scepsis en een torenhoge staatsschuld van ruim 80 procent van het bruto binnenlands product in 1994 zag het land uiteindelijk af van deelname aan de Europese eenheidsmunt.

Ondertussen werkte de opeenvolgende regeringen achtereenvolgens onder leiding van de conservatieve premier Carl Bildt en de sociaal-democratische Ingvar Carlsson aan een sanering van de overheidsuitgaven.

Het Zweedse model, een uitgebreid stelsel van sociale voorzieningen, werd uitgekleed. In de hoogte van de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking, jarenlang het vlaggenschip van de Zweedse overheidsfinanciën, werd drastisch gesnoeid.

De `kettingzaag', gebruikt als metafoor voor de kaasschaafmethode om de overheidsuitgaven terug te brengen, had effect. Het begrotingstekort, dat in 1993 en 1994 nog boven de 10 procent van het bbp lag, verdampte en sloeg vorig jaar om in een overschot. De regering kon een begin maken met het verminderen van de staatsschuld, die daalde naar 76,8 procent in 1997.

Het vertrouwen in een nieuwe jeugd voor de Zweedse economie met een bijpassend goed begrotingsgedrag naar euromodel lag in het verschiet. En juist over de snelheid waarin de bereikte omslag doorgezet moet worden struikelde Erik Åsbrink. Hij wilde de vrijkomende gelden volledig besteden aan een verdere reductie van de staatsschuld.

Die opvatting druiste in tegen de ideeën van de sociaal-democratische premier Göran Persson. Deze stelde afgelopen weekeinde openlijk dat hij niet afkerig staat ten opzichte van belastingverlagingen. Persson ging daarmee lijnrecht in tegen het regeerakkoord waarin afgesproken was dat begrotingsoverschotten alleen gebruikt zouden worden voor een verlaging van de staatsschuld.

Lagere belastingen klinken als een vloek in de oren van de stugge Erik Åsbrink, die sinds 1996 op als een Cerberus over de Zweedse schatkist had gewaakt. De afgetreden minister van Financiën is niet voor niets een voormalig centraal bankier.

Åsbrink zag de door hem zo gevreesde losse begrotingstactiek al langer terrein winnen getuige de verklaring die hij maandag over zijn opstappen aflegde. ,,Als ik niet nu was afgetreden, dan had het evengoed niet lang meer geduurd'', aldus een teleurgestelde Åsbrink. De 52-jarige voormalige voorzitter van de Zweedse Riksbank (centrale bank) genoot veel vertrouwen op de financiële markten.

Het Zweedse dagblad Dagens Nyheter stelde gistermorgen in een commentaar dat het opstappen van de minister van Financiën ,,belangrijke problemen onopgelost laat''.

Volgens de krant staat Åsbrinks opvolger, Bosse Ringholm (voormalig directeur van het Zweedse Arbeidsbureau), voor de keus of het al dan niet verstandig is het stringente begrotingsbeleid ietwat te laten vieren om de Zweedse samenleving wat lucht te geven, of stug te volharden in de rechtlijnige bezuinigingsstrategie van Åsbrink.

Ringholm sprak zich als kersverse minister van Financiën gisteren al uit voor een eventuele belastingverlaging aan het eind van dit jaar.

Financiële analisten in Stockholm verwachten niet dat de Zweedse regering nu plotseling de bestedingen zal opvoeren. ,,Maar het betekent dat er minder druk is in de regering om structurele hervormingen door te voeren. Ik denk dat wat werkelijk achter het aftreden van Asbrink zit, is dat hij ziet dat de regering niet zal luisteren'', aldus Krister Anderson, consultant en voormalig chef-econoom bij de Riksbank, tegenover het persbureau Reuters.

De Zweedse zakenwereld heeft gedreigd hoofdkantoren naar het buitenland te verplaatsen als geen arbeidsmarkthervormingen werden doorgevoerd en de belastingen niet zouden worden verlaagd.

In financiële kringen bestaat ongerustheid dat de de regering haar moeizaam herwonnen geloofwaardigheid zal verliezen door uitgavenplafonds voor de komende jaren los te laten. ,,Op korte termijn krijgen we hogere rentes op de obligatiemarkt en een zwakkere munt'', als econoom Henrik Mitelman van Unibank. De Zweedse kroon daalde gisteren scherp in waarde van 8,9625 naar 9,0319 per euro.