Transportschip vertrekt naar Albanië

Met de bijdrage aan operatie Allied Harbour komt het totaal aantal Nederlandse militairen op de Balkan op 2.400 man.

Het gloednieuwe transportschip Rotterdam vertrekt vanavond of morgenvroeg uit de haven van Vlissingen met bestemming Albanië. Aan boord zijn 220 mariniers en een gedeelte van de 230ste gemengd zware transportcompagnie uit Nunspeet. De mariniers en de transportcompagnie (40 trucks, 140 man) vormen de Nederlandse bijdrage aan Allied Harbour, de noodhulpoperatie van de NAVO voor de vluchtelingen uit Kosovo. De rest van de eenheid vertrekt zondag of maandag over de weg.

Met de aankomst van de troepen voor Allied Harbour komt het totale aantal Nederlandse militairen rond het crisisgebied op de Balkan op ruim 2.400 man. Vanaf de Italiaanse vliegbasis Amendola opereren 16 F-16's, gevlogen en onderhouden door personeel van de vliegbases Leeuwarden, Volkel en Twente. Op de Siciliaanse luchtmachtbasis Sigonella is een Orion-p3atrouillevliegtuig gestationeerd, dat wordt gebruikt voor radarverkenning. Vanaf de basis Eindhoven bieden twee KDC-10 tankvliegtuigen ondersteuning rond het crisisgebied. In de Adriatische Zee krijgt het fregat Bloys van Treslong gezelschap van de Rotterdam, als `logistiek platform' voor de militairen in Albanië.

Maandag arriveren in Macedonië 120 militairen van de 11de afdeling rijdende infanterie uit Arnhem, voorzien van vijf M109-kanonnen. Zij moeten de NAVO-troepen in het land, waaronder een Nederlands mortieropsporingsbataljon en drie zware Chinook-transporthelikopters, beschermen. De 80 genisten van 11de pantstergeniebataljon uit Weesp worden volgende week teruggetrokken. In Bosnië zijn nog 1.353 Nederlandse militairen van SFOR. Op de vliegbasis Tuzla zijn twee Apache-helikopters gestationeerd.