Melanie Griffith

In een reeks profielen van filmsterren deze week Melanie Griffith, het eeuwige stoute meisje van de buren dat nu de hoofdrol speelt in `Another Day in Paradise'.

In het stamboek van Hollywood verdient Melanie Griffith (New York City, 9 augustus 1957) een speciale vermelding. De blauwogige en grootgeboezemde blondine is de dochter van Hitchcock-actrice Tippi Hedren, en verbond haar naam in de loop der jaren aan die van twee andere grootheden uit de filmwereld. Met de latere Miami Vice-ster Don Johnson, een van de tegenspelers van haar moeder, begon ze al op haar veertiende een relatie, die resulteerde in twee keer trouwen en twee keer scheiden. Sinds 1995 is ze getrouwd met Antonio Banderas, de Zorro-vertolker die door velen beschouwd wordt als de aantrekkelijkste glamourboy van Hollywood.

Het grootste deel van haar carrière was Melanie Griffith beroemder door haar privéleven dan door haar werk. Als tiener werd ze aangevallen door een leeuw uit haar moeders privédierentuin, een paar jaar later werd ze dronken door een auto geschept. Ze was verslaafd aan alcohol en cocaïne, en vocht haar ruzies bij voorkeur in het openbaar uit. Zelfs een in Hollywood als routine-operatie beschouwde borstvergroting leidde in haar geval tot veel publiciteit, al was het alleen maar omdat ze die onderging tijdens de opnames van The Bonfire of the Vanities (1989): al haar kapitale kostuums moesten worden vermaakt.

,,I was a bad girl,'' zei Griffith ooit over zichzelf. En als het stoute meisje van de buren werd ze vanaf haar lolita-debuut in Arthur Penns Night Moves (1975) bij voorkeur gecast. In Body Double uit 1984, de Brian De Palma-thriller die haar doorbraak betekende, was ze een pornosterretje; in Something Wild (Jonathan Demme, 1986) bracht ze het hoofd en het leven van een brave zakenman op hol; en in Working Girl van Mike Nichols speelde ze de secretaresse die best een potje wil liegen om hogerop te komen. Voor die laatste rol, tegenover Harrison Ford en Sigourney Weaver, kreeg ze in 1988 terecht een Golden Globe en een Oscarnominatie: met haar quasi-naïeve voorkomen en haar hese kleine-meisjesstemmetje was ze onweerstaanbaarder dan ze ooit nog zou worden.

Na Working Girl ging het (ook privé) bergafwaarts met Griffith. De ene commerciële flop volgde op de andere, al deed ze haar best als liefhebberende spionne in Shining Through en als dom blondje in de remake van Born Yesterday. Het was Banderas, haar tegenspeler in de mislukte komedie Two Much, die volgens Griffith haar zelfrespect herstelde. Na de geboorte van hun beider kind durfde ze zelfs voor het eerst een rol (als verslaafde outlaw) in een onafhankelijke film aan: Larry Clarks Another Day in Paradise.

In Celebrity van Woody Allen en Lolita van Adrian Lyne, beide nog niet in Nederland vertoond, heeft Melanie Griffith naar verluidt de delicate balans tussen `seks en appeltaart' (zoals een Amerikaanse journaliste haar imago samenvatte) hervonden. Een kwart eeuw na haar debuut is het dan ook niet moeilijk om te raden welke karaktereigenschap Griffith als haar waardevolste beschouwt: ,,Mijn vermogen tot overleven.''