Klein beginnen

Veel Westerse handelsmissies doen Algerije aan nu het geweld van de afgelopen jaren is geluwd, de corruptie actief wordt bestreden en de overheid buitenlandse investeerders probeert aan te trekken. Het Nederlandse bedrijfsleven laat er echter nog veel kansen liggen, weet zakenman Peter van der Veeken. Van der Veeken kent de weg in Algiers.

`Ik zeg niet dat Algerije weer helemaal veilig is', zegt de Nederlandse zakenman Peter van der Veeken, ,,maar ik kan nu wel weer doen wat een paar jaar geleden niet meer kon. Ik reis in Algerije opnieuw van de ene stad naar de andere en het overkomt me ook wel eens, als het niet anders kan, dat ik pas laat terug in mijn hotel aankom. Ik rijd met de auto rond en ik verplaats mij altijd zonder escorte.''

Van der Veeken heeft veel ervaring in de internationale handel. Hij heeft als hoofdkwartier een mooi herenhuis in een Brusselse residentiële wijk. In de loop van het gesprek gaat de telefoon een paar keer over en monsieur van der Veeken antwoordt in keurig Frans, met een licht Algerijns accent.

Hij vindt dat het economische belang van dat grote en rijke Noord-Afrikaanse land door het Nederlandse bedrijfsleven sterk onderschat wordt. Peter van der Veeken (52) is met een Algerijnse vrouw getrouwd, al zes jaar. Zijn echtgenote Houria stamt uit een belangrijke familie uit Tiaret waarvan twee telgen ooit minister waren. Of die familieband hem soms een voordeel oplevert? Er wordt immers veel gesproken over nepotisme, corruptie en vriendjespolitiek in Algerije.

,,Ik weet uit eigen ervaring in welke mate het land corrupt is. Vroeger was de corruptie een regelrechte plaag, maar het is nu veel minder, de regering pakt de corruptie flink aan. Het getrouwd zijn met een Algerijnse is lang niet altijd een voordeel voor een buitenlandse zakenman. Daar ben ik pas na geruime tijd achter gekomen. De Algerijnse man vraagt zich namelijk af: `Zijn wij misschien niet goed genoeg?' Dat heeft veel te maken met het koloniale verleden. Aan de andere kant is men ook bang dat bij onderhandelingen via de Algerijnse familieconnectie misschien bepaalde afspraken zouden uitlekken.''

Vroeger, in de tijd van Boumedienne en zijn opvolger Benjedid ging het zover dat er systematisch `commissies' bedongen werden, en de instructies daartoe kwamen vanuit regeringskringen. `Endek el Ktef?' (Heb je een `schouder', een relatie, een `cousin'?) was de enige relevante vraag als je iets gedaan moest krijgen in het Algerije van de `cousins', de neven. Dat is nu veel verbeterd.

Van der Veekens bedrijf treedt op als vertegenwoordiger van Nederlandse bedrijven, onder meer Gist-brocades uit Delft waarvoor hij binnenkort in Algiers een kantoor opent. Ook tijdens het jongste bezoek van een Nederlandse handelsmissie aan Algerije in november vorig jaar, trad Peter van der Veeken op als agent voor Gist-brocades. De missie bestond uit een tiental ondernemers – uit het internationale transport, de farmaceutische industrie, de chemie, de scheepsbouw en de landbouw – en vertegenwoordigers van de Nederlands-Algerijnse Kamer van Koophandel en van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het werkbezoek was volgens de deelnemers een succes, al was het een zeer bescheiden delegatie, wat de Nederlandse terughoudendheid ten opzichte van Algerije weerspiegelt. Toch werden er meteen enkele contracten getekend.

Een bedrijf als Gist-brocades, nu een dochter van DSM, is niet direct op zoek naar een Algerijnse partner, wel naar klanten. De farmaceutische industrie in Algerije is niet zo groot; men heeft het staatsbedrijf Saidal dat op dit moment 30 procent van de markt bestrijkt, en enige privé-laboratoria. Saidal streeft ernaar om in 2005 zeventig procent van de markt in handen te hebben. Het Algerijnse budget voor medicijnen is nu 1 miljard gulden en moet in 2005 toenemen tot 1,6 à 2 miljard gulden.

Het werk in Algerije is altijd gebaseerd op persoonlijke contacten en het snel inspelen op veranderingen, vertelt Van der Veeken. ,,Ze zijn bijzonder gevoelig. De Algerijn lijdt aan wat ik noem `misplaatste trots'. Je moet dat weten door te prikken, het te omzeilen. Ook die defensieve attitude heeft met het koloniale verleden te maken. Men ziet de Europeaan nog altijd als iemand die eens zal komen zeggen hoe het moet. Toch zijn ze echt heel bekwaam, heel goede zakenlui die goed kunnen onderhandelen.

,,Ze hebben wel de hulp en expertise van het Westen nodig, maar dat willen ze niet zomaar toegeven. Wat niet wil zeggen dat men de noodzaak daarvan niet inziet, zeker ook in de farmaceutische industrie waar al joint ventures gevormd zijn, onder meer met Rhône-Poulenc, Pfizer, Novo Nordisk en ook met Jordaanse laboratoria.''

Kunnen we zeggen dat het met de hervormingen in Algerije de goede kant opgaat?

,,Zeker. De hervormingen zijn in 1995 begonnen, en dat dat heel moeilijk is, laat zich raden, in een land waar alles sinds de onafhankelijkheid in 1962 vanuit een centralistische, socialistische instelling werd geleid. Maar het land maakt nu een snelle ontwikkeling door, met structurele hervormingen die opgelegd worden door het Internationaal Monetair Fonds. Dat gebeurt op een manier waar ik het niet altijd helemaal mee eens ben. Het land heeft te blindelings de instructies van het IMF opgevolgd, onder meer door fabrieken te sluiten.

,,Wat mij optimistisch stemt is het feit dat de jongeren willen werken. De jongeren die vaak een hoog opleidingsniveua hebben, willen vooruit. Ik ken er veel die een aantal jaren geleden naar het buitenland gingen, maar nu zijn teruggekeerd om in Algerije te werken. Dit is mijn land en hier ligt mijn toekomst, zeggen deze `Chebs, nieuwe stijl'. En je ziet veel nieuwe bedrijven en ook oude, bestaande bedrijven die ineens floreren, omdat ze nu vrij kunnen importeren. Helaas worden veel dingen door de bureaucratie nog wel nodeloos vertraagd.''

Maar de aftredende president Liamine Zeroual heeft samen met minister-president Ouyahia wel een reeks veranderingen kunnen doorvoeren, zegt van der Veeken. ,,Dat ging niet tot ieders tevredenheid, maar er is in ieder geval wel een basis gelegd waarop men kan verder bouwen. Het klopt dat er veel werkloosheid is, maar als men wil kan men hier nu zeker een `klein bestaan' oprichten. Je kunt nog niet zeggen dat de economie werkelijk aantrekt. De vorige regering heeft volgens mij een aantal fouten gemaakt door het Algerijnse bedrijfsleven geen opdrachten te gunnen.

,,Men zou in de eerste plaats moeten zorgen voor meer overheidsbestellingen voor de eigen bedrijven, gekoppeld aan een soepeler importregime, zodat er meer handelsfirma's werkzaam kunnen zijn. Helaas hebben ze hier ook de import bemoeilijkt. Als een Algerijns bedrijf een krediet vraagt, moet er voor 100 procent van het bedrag aan middelen worden geblokkeerd bij de bank, wat voor de meest kleinere bedrijven onmogelijk zwaar is.''

Algerije is voor het zakenleven en zeker voor het Nederlandse bedrijfsleven zonder meer een land met toekomst, zegt Van der Veeken. Veel Nederlandse bedrijven waren vroeger actief in Algerije, maar zij weten daar nu, na het opheffen van de monopolies en de andere hervormingen, hun weg niet meer. De Nederlandse handelsmissie was niet alleen veel te klein, hij kwam ook veel te laat. ,,Dat is het resultaat van een typisch Nederlandse houding. Laat ons eerst maar even de kat uit de boom kijken. Je ziet dat een aantal Nederlandse bedrijven de boot missen in Algerije.''

De Fransen zijn zeer actief, maar ook de Spanjaarden; de Italianen en de Duitsers geven zelfs uitvoerkredieten tot vijf jaar; en ook de Amerikanen, de Chinezen en de Koreanen hebben het begrepen. ,,Wij schitteren door onze afwezigheid, en dat terwijl onze ambassade zich letterlijk uit de naad werkt om het zakendoen te bevorderen en het Nederlandse bedrijfsleven zoveel te bieden heeft, onder meer in de haven- en waterwerken of de landbouw.

,,Algerije schreeuwt om samenwerking op landbouwgebied, niet alleen voor de veeteelt maar ook voor de aardappel- en zaadteelt. Wij hebben op dat gebied heel wat te bieden, gezien onze grote ervaring op dat gebied, en ook de Nederlandse landbouwsector zou daar zeker van kunnen profiteren.''

Vooral het inschatten van de risico's gaat fout, zegt hij. De NCM (Nederlandse Crediet Maatschappij) hanteert voor de handel met Algerije nog altijd categorie 4; er moet aan een `onvoorwaardelijke zekerheidseis' voldaan worden voor de kredieten voor investeringen of exportcontracten, en de Nederlandse banken en ook de verzekeringsmaatschappijen maken het de Nederlandse bedrijven die in Algerije willen opereren uiterst moeilijk.

De Nederlandse banken geven namelijk geen `letters of credit' uit. ,,Als men om kredieten vraagt voor eventuele uitbreiding van de handel naar Algerije, zeggen ze neen, het is een risicoland: als uw goederen er eenmaal staan, wat gaat er dan mee gebeuren? Als je in gesprek met die instellingen probeert uit te leggen wat er werkelijk aan de hand is met Algerije, dan zegt men: oké, maar vroeger hebben we problemen gehad. En dat is weer zo typisch voor ons bankwezen. Je moet niet altijd naar het verleden kijken. Het is de toekomst die telt.'' De grote Franse verzekeringsmaatschappij COFAS heeft Algerije recentelijk gerangschikt als een land met een matig risico.

,,Er is nu een goed instutioneel kader – men kan nu ook vrij investeren en de winsten uitvoeren – en er zijn al bedrijven die zich hier hebben gevestigd. Je ziet dat er in Algerije buitenlandse banken in actie komen. De City Bank is er al gevestigd met een kantoor, de Arab Banking Corporation uit Bahrain en nog een paar kleinere Arabische banken zijn er al gevestigd, en de Franse banken BNP en Société Générale zullen binnenkort hun deuren openen, maar van Nederlanse zijde is er totaal geen belangstelling voor Algerije.''

Algerije staat niet meer in vuur en vlam, onderstreept hij. ,,Ik vraag me zelfs af of we nog wel van terrorisme kunnen spreken. Het is nu eerder banditisme, wat niet door buitenlandse maar veeleer door interne krachten wordt geleid. Krachten die niet willen dat buitenlandse bedrijven zich in Algerije vestigen.''

Op het moment dat de grote nationale bedrijven gesloten werden, had men gehoopt dat de buitenlandse bedrijven de zaak zouden overnemen, maar door het terrorisme is dat niet gebeurd. Er waren inderdaad nog aanwijsbare politieke belangengroepen die er op uit waren om buitenlandse bedrijven buiten het land te houden. Maar er is een kentering merkbaar. Er is al een aantal ministers en een presidentieel adiviseur de laan uitgestuurd.

Van der Veeken: ,,Mijn advies aan bedrijven is om met kleine investeringen te beginnen, met bijvoorbeeld consumptiegoederen in bulk te verschepen naar Algerije en daar een verpakkingsmachine neer te zetten. Dan zit men al in de markt, heeft men al een been binnen en dat kan men dan later uitbreiden om te komen tot een volledige productie. Dit jaar begin ik alvast zelf met het opzetten van productie-eenheden voor broodverbeteraars en in samenwerking met een Nederlands farmaceutisch bedrijf ga ik hier ook medicijnen verpakken'', aldus Van der Veeken stellig.

Zelf streeft hij ernaar een eigen gistfabriek op te zetten, in samenwerking met een van de Algerijnse bedrijven en onder licentie van Gist-brocades, ,,maar dat is nog toekomstmuziek''.