Inval Serviërs was strafactie

Servische troepen staken gisteren de grens met Albanië over en bezetten een dorp. Tirana en de NAVO reageerden bezorgd.

Even heerste gisteren de vrees voor een nieuwe fase in de oorlog om Kosovo, die van de escalatie naar het buitenland: vijftig Servische infanteristen staken de grens met Albanië over, bezetten twee gehuchten en staken er een in brand. ,,Servië wil ons de oorlog binnenzuigen'', concludeerde Tirana direct.

De vrees had zo zijn redenen. De Joegoslavische president, Miloševic, heeft de afgelopen weken honderdduizenden Kosovaren op de vlucht gejaagd, de grenzen met Albanië, Macedonië en Montenegro over. Zijn eerste doel was zonder twijfel de `etnische schoonmaak' van Kosovo, een plan dat al enkele maanden in zijn la heeft gelegen (,,We kunnen Kosovo binnen één week leegmaken'', pochte hij begin maart tegenover de Duitse minister Joschka Fischer, die later heftig betreurde hem niet serieuzer te hebben genomen). Maar duidelijk is dat Miloševic de destabilisatie van de buurlanden door die zee van vluchtelingen op de koop toe heeft genomen of zelfs – wat waarschijnlijker is – als bijkomend voordeel heeft gezien.

De inval van de Servische infanteristen in de twee gehuchten in het noordoosten van Albanië versterkte gisteren even het vermoeden dat de verwachte escalatie en internationalisering van de oorlog was begonnen. Maar het is nog niet zover: de Serviërs trokken zich na enkele uren terug. En het is ook niet waarschijnlijk dat Miloševic, àls hij op die escalatie uit is, in Albanië begint. Niet omdat het Albanese leger zoveel voorstelt, want de omvang van dat leger is na de golf van anarchie twee jaar geleden teruggebracht van 70.000 tot 10.000 man, en ze zijn nog slecht bewapend ook, met stokoude tanks en nog stokoudere vliegtuigen: geen partij voor de Servische en Joegoslavische troepen.

Maar het bergachtige terrein in dit deel van Albanië leent zich slecht voor oorlog. Bovendien zijn de troepen van Miloševic door de NAVO-aanvallen te zeer verzwakt voor een grote invasie.

Het is veel waarschijnlijker dat Miloševic zo'n op destabilisatie gerichte escalatie in Macedonië zou beginnen. Niet met een grote inval, maar met stoken, prikacties, provocaties en schermutselingen. Macedonië is een staat op drijfzand. De regering, een coalitie van Macedonische en Albanese nationalisten, is door de toevloed van meer dan 120.000 Albanese vluchtelingen ernstig verdeeld en verzwakt. De Macedonische meerderheid is geradicaliseerd uit vrees voor een door de vele Albanese vluchtelingen in haar nadeel verschuivend etnisch evenwicht. De Albanese minderheid radicaliseert van de weeromstuit mee. Skopje reageert paniekerig en star en dumpt in Nacht und Nebel-acties vluchtelingen over de Albanese grens of zet ze tegen hun wil op vliegtuigen naar elders. Het wil de vluchtelingen kwijt, zo snel mogelijk. En dat zet kwaad bloed bij de grote Albanese minderheid. Als Miloševic het conflict wil laten escaleren, leent het Macedonische kruitvat zich daar veel beter voor dan het althans politiek redelijk stabiele Albanië.

Ook het door zijn felste binnenlandse criticus, Milo Djukanovic, geregeerde Montenegro, de zusterrepubliek van Servië, komt eerder in aanmerking dan Albanië. De combinatie van tienduizenden vluchtelingen uit Kosovo en NAVO-bombardementen op doelen van het federale leger verhoogt de interne onrust in Montenegro en verzwakt de positie van de pro-Westerse Djukanovic dermate dat men er serieus rekening houdt met een coup ten gunste van Miloševic.

Al met al ligt het voor de hand dat de Servische inval in Albanië geen deel uitmaakt van een geplande escalatie van de oorlog naar het buitenland, maar eerder een strafactie was voor de openlijke steun van Albanië voor het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, dat in het noordoosten van Albanië bases en opleidingskampen heeft en vanuit dat noordoosten Kosovo binnendringt.