Flexibel bankroet

De faillissementswet is niet meer van deze tijd. Te veel bedrijven blijven hangen in saneringsregelingen. Het wordt tijd om de wetgeving hieromtrent te stroomlijnen. Eerste aflevering van een serie over markt en wetgeving.

Voormalig zelfstandig ondernemer A. Storm kan er nog niet over uit. Het enige wat hij wilde was zijn winkel in tinnen soldaatjes – keramische gieterij De Kabouter in Den Haag – wat meer armslag geven. Hij bracht De Kabouter onder in een limited (Ltd., een soort bv) in Groot-Brittannië met daarboven weer een overkoepelende trust in belastingparadijs Jersey. En dat alles op aanraden van het Haags Juristen College.

Maar het ging mis met de Ltd. en nu is Storm alles kwijt: zijn trust, zijn winkel. ,,Samen met mijn zoon verkocht ik de soldaatjes en in de kelder van de winkel hadden we ons eigen slagveld nagebouwd', zegt Storm. Hij zit weer thuis, als afgekeurde huisschilder, zijn vorige baan. Failliet, na een korte periode van surséance – de afkoelingsperiode van uitstel van betaling om een faillissement af te wenden. Storm is niet de enige: jaarlijks gaan er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ruim 5.500 bedrijven failliet en vragen er zo'n 400 surséance van betaling aan. Ondernemers die het niet redden ervaren achteraf de starre Faillissementswet vaak als laatste fatale zetje over de rand.

De modernisering van die uit 1893 daterende wet is dan ook een van de eerste projecten in de zogenoemde MDW-II operatie. MDW staat voor Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit en is onder de vorige ministers van Economische Zaken en Justitie, Wijers en Sorgdrager, in gang gezet. Doel is kort gezegd om de marktwerking te bevorderen door minder maar wel betere wet- en regelgeving.

Dat de wet meer dan een eeuw stand heeft gehouden, betekent volgens zowel de betrokken ministeries als volgens woordvoerders van banken en het midden- en kleinbedrijf dat de wet ,,een delicate balans van een heleboel verschillende zwaarwegende belangen' is waar je niet zomaar wat in kunt veranderen. Over wijzigingen wordt volop gesproken, maar iedereen is bang de balans te verstoren.

Maar de wet moet anders en de ministeries van Justitie en Economische Zaken grijpen in de marktwerkingsgolf hun kans om een groot deel van de in het verleden geopperde wijzigingen ineens over de volle breedte door te voeren. Immers, als je vol aan één touwtje trekt geeft dat weerstand en gedonder. Dan maar liever aan alle touwtjes tegelijk een beetje trekken. Maar wel zodanig dat schuldeisers noch schuldenaars het idee hebben benadeeld te worden door de nieuwe wet die in juni in de ontwerpfase moet klaarliggen.

Het ultieme doel dat Justitie zich met de modernisering van de wet heeft gesteld is het verminderen van het aantal faillissementen na surséance. Nu gaat 95 procent van de bedrijven die surséance van betaling heeft aangevraagd failliet. Dat heeft verschillende oorzaken, aldus Justitie.

Allereerst is het imago van de surséance erg slecht. Het wordt gezien als onvermijdelijk voorportaal van een faillissement en dat werkt als een self-fullfilling prophecy. Daarnaast is de afkoelingsperiode – de periode waarin de schuldeisers van de rechter hun schulden niet mogen innen – nu te kort om daadwerkelijk naar nieuwe geldschieters te kunnen zoeken of het bedrijf weer op de rails te krijgen.

Verder kunnen preferente schuldeisers als de fiscus en de Sociale Dienst hun schulden tijdens de surséance gewoon blijven innen - in tegenstelling tot concurrerende schuldeisers als leveranciers en afnemers. Tenslotte vragen ondernemers volgens juristen vaak te laat een surséanceregeling aan zodat er niets meer te redden valt.

Mr. E. Libosan is curator van Storm, van de tinnen soldaatjes. Volgens hem is het faillissement van Storm niet te wijten aan hiaten in de oude Faillissementswet, maar er zijn wel andere voorbeelden waar nieuwe wetgeving een faillissement op zijn minst onwaarschijnlijker gemaakt zou hebben. ,,Vooral het aanpassen van de positie van preferente schuldeisers kan van invloed zijn. Een aantal jaren terug was ik bewindvoerder in een surséance van een vleesverwerkingsbedrijf. De Belastingdienst legde echter beslag op het gebouw en dat versnelde het faillissement op zijn minst', zegt Libosan.

Het is volgens de curator echter niet te zeggen of die betreffende onderneming het onder de nieuwe wet wel gered zou hebben, vaak spelen er zo veel dingen dat niet één schuldeiser het faillissement kan tegenhouden of doorgang kan laten vinden. Maar zo'n gelijkstelling van alle schuldeisers, of het nu de Belastingdienst of een leverancier is, zou wel eens tot flinke botsingen kunnen leiden. Immers, ook preferente schuldeisers zouden dan naar hun geld kunnen fluiten.

Hoewel Libosan dus zijn twijfels heeft bij het effect van de modernisering, zullen in de nieuwe Faillissementswet een heleboel zaken veranderen, afhankelijk van waar de MDW-werkgroep mee komt. Vorig jaar werd al een begin gemaakt door de Faillissementswet uit te breiden met de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Daarmee werd het voor particulieren en eenmanszaken mogelijk om één keer met een schone lei te beginnen, omdat schuldeisers moeten accepteren dat slechts een deel de schuld in één tot drie jaar wordt afgelost. Naar de eventuele rest van de schuld kunnen crediteuren fluiten.

De WSNP is een succes, dus waarom niet zo'n rigide terugbetalingsregeling toegepast op rechtspersonen als bv's en nv's? ,,Het dwingt schuldeisers flexibeler te zijn met het sluiten van een regeling. Doen ze dat niet, dan krijgen ze bijna per definitie minder dan ze hadden kunnen hebben', aldus een jurist op het ministerie van Justitie. Nu kan een minderheid van schuldeisers altijd – ook op onredelijke gronden – een akkoord torpederen. Dat bemoeilijkt de doorstart of het behoud van een onderneming. Justitie wil daarom de mogelijkheid creëren dat de rechter in sommige gevallen een akkoord ook tegen de wil van schuldeisers kan opleggen.

Voormalig tinnen soldaatjesverkoper Storm houdt het vooralsnog voor gezien, het ondernemen. ,,Eerst de schulden maar eens aflossen', zegt hij. Mocht hij zijn schuld na drie jaar kwijtsgescholden krijgen op basis van de Wet Schuldsanering, dan zal hij het opnieuw willen proberen. ,,Weer tinnen soldaatjes, natuurlijk', zegt hij. Het ondernemerschap zit hem in het bloed, ,,en van een faillissement kun je een hoop leren', aldus Storm.