Europese werven in het nauw

De grootste Europese scheepsbouwer, het Noors-Britse Kvaerner, gooit de handdoek in de ring. Als onderdeel van een grote reorganisatie worden de dertien scheepswerven afgestoten, zo werd gisteren bekend.

,,Dumping'', noemde topman J.D. Bax van het Nederlandse IHC Caland het huidige prijsniveau van de Koreaanse scheepswerven. IHC bouwt vooral baggerschepen en heeft in die sector nog geen last van de Koreanen, voegde hij er aan toe. Maar door mondiale prijserosie en overcapaciteit in de scheepsbouw zijn inmiddels ook de grotere werven op zoek gegaan naar kleinere specialismen, wat een kettingreactie tot gevolg kan hebben. ,,Het zou kunnen dat we nieuwe concurrenten krijgen voor de bouw van veerboten'', gaf Bax als voorbeeld. ,,Dan moeten wij weer wat nieuws verzinnen.''

De omstandigheden in de Europese scheepsbouw zijn vooral de afgelopen twee jaar ernstig verslechterd door de devaluatie van de Koreaanse won in het najaar van 1997. In het Zuid-Koreaanse Pusan liggen tien supertankers in aanbouw naast elkaar. In Europa kunnen alleen de Italiaanse en Spaanse werven nog op prijs concurreren dankzij verkapte staatssteun. De Noord-Europese werven hebben zich vrijwel allemaal gespecialiseerd tot ontwerpers en bouwers van ingewikkelde, kleinere schepen. In Nederland gaat het bijvoorbeeld om sleepboten, baggerschepen of veerboten.

Bij de werven van Kvaerner, gespecialiseerd in bijvoorbeeld cruiseschepen en tankers voor vloeibaar gas, kelderde vorig jaar de winstgevendheid van bijna 200 miljoen gulden (winst voor belasting) in 1997 tot 24 miljoen gulden in 1998 en de vooruitzichten voor dit jaar zijn slecht. Vandaar dat Kvaerner, de grootste Europese scheepsbouwer, zijn scheepswerven gaat afstoten via verzelfstandiging of verkoop. Het Noors-Britse technische concern bezit dertien werven in landen als Schotland, Noorwegen, Duitsland en Rusland met tezamen een omzet van ruim drie miljard gulden en 10.000 werknemers. Het is waarschijnlijk dat er ook ontslagen zullen vallen.

Kvaerner, dat vorig jaar voor het eerst in dertig jaar een verlies leed, kondigde gisteren een grote reorganisatie aan. Behalve de scheepswerven worden ook andere, verliesgevende bedrijfsonderdelen afgestoten. In totaal verdwijnen er 25.000 van de 80.000 banen en wordt de omzet teruggebracht met 6 miljard gulden tot ongeveer 14 miljard gulden. Het plan moet binnen twee jaar zijn afgerond.

Kvaerner zal zich in de toekomst richten op het wel winstgevende deel van het bedrijf: engineering en contracting, ofwel het ontwerpen en bouwen van grote technische fabrieksinstallaties voor procesindustrieƫn als de petrochemie. In Nederland heeft Kvaerner (in Zoetermeer en Beek) ongeveer 700 mensen in dienst die installaties bouwen voor klanten als DSM en Shell. ,,Deze reorganisatie heeft geen gevolgen voor de Nederlandse afdeling'', zegt R.F. Westerduin, senior vice-president van Kvaerner. ,,Dit is een goedlopende divisie.''

De reorganisatie is in gang gezet door de nieuwe topman van Kvaerner, Kjell Almskog, die vorig jaar overstapte van concurrent ABB. Zijn voorganger, Erik Toenseth, was door de raad van commissarissen ontslagen. Het oorspronkelijk Noorse Kvaerner is in de jaren zeventig en tachtig meegegroeid met de Noorse olie-industrie, maar lijkt zich in 1996 verslikt te hebben in de overname van het noodlijdende Britse Trafalgare House voor 3 miljard gulden. De Britse ingenieurs waren van harte welkom, maar de overige onderdelen van Trafalgar zijn nu pas in de verkoop gegooid.

Ook de koers van het aandeel Kvaerner op de beurs in Noorwegen heeft zwaar geleden onder de slechte vooruitzichten voor het concern. In 1997 werd nog een hoogtepunt bereikt van 480 kronen, in de afgelopen maanden daalde de koers met 60 procent en gisteren sloot het aandeel op 136 kronen.