De man

Het schijnt niet goed te gaan met de man. Het is een nogal pruilende, neerslachtige mensensoort geworden die zichzelf de hele dag voor de voeten loopt. Geen zelfvertrouwen meer. Impotenter dan hij zich voordoet. Identiteit: foetsie. En, uiteraard, weinig contact met zijn eigen gevoelens.

Dat was ook de teneur van een discussieavond die gisteren onder de titel De toekomst van de man in het Utrechtse debatcentrum Tumult werd gehouden. De plaats van handeling was de fraaie Lutherse Kerk, en ik verliet de bijeenkomst met de gedachte dat God de Vader zijn seksegenoten voorgoed in de steek heeft gelaten. Wat kan er nog van ons worden? Drie van de vier mannelijke deskundigen lieten ons weinig hoop.

Seksuoloog Paul Vennix zag op seksueel gebied nog altijd een discrepantie tussen de verlangens van de man en datgene wat er van hem verwacht wordt. Lauk Woltring, docent socialisatievraagstukken, constateerde dat steeds minder jongens hun agressie kunnen reguleren – ze lijden onder het verschijnsel van `de afwezige vader'. Filosoof en loopbaanadviseur Ad Hoogendijk ontmoette vooral onder de veertigplussers veel in emotioneel opzicht `vleugellamme mannen': ,,Hoe komt het dat veel mannen van 45 geen vrienden hebben?''

Alleen psycholoog Vincent Duindam wilde van geen crisis bij de man weten. Kon de man immers niet, veel meer dan vroeger, dankzij een deeltijdbaan vorm geven aan zijn vaderschap?

Helaas komen op dit type bijeenkomst doorgaans uitsluitend mannen af die juist heel graag `met hun gevoelens omgaan' – ze doen vooral in gezelschap niets liever, lijkt wel. De vleugellamme mannen zitten thuis de liefde te bedrijven met een rubberen opblaaspop, of proberen opgewonden te raken van Maartje van Weegen.

Zo kwamen er ook gisteravond vooral mannen aan het woord die zichzelf wèl aardig leken te kunnen redden. Een van hen was psychotherapeut in Den Haag en had in zijn praktijk een meerderheid van vrouwelijke cliënten. ,,Na een poosje vragen ze allemaal: hoe komt het toch dat er zo weinig leuke mannen op de markt zijn? Ze willen een man die op hen zelf lijkt.'' Hij zag weinig problemen voor de man: ,,We hoeven niet meer te doen dan ons aan te bieden.''

Dat leek balsem voor het gehavende mannenego, maar zó gemakkelijk kwam de man er in Utrecht niet af. Discussieleidster Ingeborg van Teeseling wilde weten: wat is het om een man te zijn in deze tijd?

Er kwam geen duidelijk antwoord op. Eén man zei: ,,Ik ben blij dat ik een stuk vrouwelijkheid heb gekregen'' – maar dat werd niet bedoeld. De Haagse psychotherapeut vond dat échte mannen seks met menstruerende vrouwen moesten hebben. Hij zei het op een toon alsof hij het dagelijks met zijn vrouwelijke cliënten praktiseerde.

Is de mannelijkheid soms aan het verdwijnen, vroeg Van Teeseling. Ik zou er niet te stellig op rekenen, als ik vrouw was.