China en de WTO

KONINGIN BEATRIX bezoekt deze week de Volksrepubliek China met in haar gevolg een delegatie van Nederlandse ondernemers die hopen op toegang tot de Chinese markt. Het bezoek is ceremonieel en voorzover het enige politieke betekenis heeft, gaat het over de kwestie van de rechten van de mens. Een ander onderwerp komt niet ter sprake: de handelsbetrekkingen tussen China en de rest van de wereld.

China wil lid worden van de WTO, de Wereld Handelsorganisatie. Dit lidmaatschap wordt in Peking beschouwd als de bevestiging van de integratie van China in de internationale economische gemeenschap. In de hoogtijdagen van de Chinese economische expansie leek dit een voor de hand liggende stap: een economie die zó snel groeit, moet lid zijn van de organisatie die toezicht houdt op de wereldhandel. Maar het WTO-lidmaatschap is geen kwestie van een handtekening zetten. Een land legt zichzelf verplichtingen op als het wil deelnemen aan het internationale handelssysteem. Het betreft afspraken over uiteenlopende zaken als markttoegang en onderwerping aan WTO-arbitrage in handelsgeschillen, maar ook over sociale en ecologische standaards.

De Europese Unie is voorstander van een Chinees WTO-lidmaatschap. Het grootste obstakel vormden de Amerikanen. De VS vrezen dat ze hun unilaterale handelingsvrijheid jegens China opgeven als het land lid van de WTO wordt. Zoveel is zeker: in het Congres bestaat een sterke anti-China-lobby die gevoed wordt door het protectionisme van traditionele industrieën (textiel, staal), de bezorgdheid over de rechten van de mens en, recentelijk, het schandaal van de diefstal van nucleaire kennis door Chinese geleerden.

VORIGE WEEK LEEK de doorbraak eindelijk bereikt. Charlene Barshefsky, de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger, had na lange, harde onderhandelingen een veelomvattend akkoord bereikt over de opening van de Chinese markt. Als tegenprestatie zouden de VS zich inzetten voor het Chinese lidmaatschap. Het Chinees-Amerikaanse ontwerpakkoord ging aanzienlijk verder dan nog maar een jaar geleden voor mogelijk werd gehouden. De bedoeling was dat premier Zhu Rongji, voorstander van de economische hervormingen in China, tijdens zijn bezoek aan de VS samen met president Clinton het akkoord feestelijk zou ondertekenen. Maar op het laatste moment liet Clinton het afweten. Bang om een confrontatie aan te gaan met het Congres over China, stelde hij de aankondiging van de handelsovereenkomst met China uit. Zhu Rongji was geschoffeerd. Een senator stelde deze week somber vast dat ,,een goede economische overeenkomst opgeofferd was op het altaar van politiek onvermogen''. Daarmee was niets te veel gezegd. De VS en China moeten nu snel hun meningsverschillen oplossen. Anders kan Clinton straks het verwijt worden gemaakt dat hij door gebrek aan daadkracht op dit gebied China heeft verloren.