Buñuel rust uit in Patagonië

In de Russische film De hele wereld lacht uit 1934 zijn vogeltjes de noten op een balk die door de draden van een elektriciteitsmast wordt gevormd; een dichterlijke illustratie van de geneugten die de door Lenin zo vurig gepropageerde elektrificatie bracht. Alejandro Agresti's nieuwe film Door de wind gejaagd, een Argentijns-Europese coproductie waar veel Nederlanders aan meewerkten, eindigt met een elektricteitsmast, maar nu brengt hij alleen maar ellende. Want met de aansluiting op de landelijke energievoorziening komt ook de televisie het Patagonische dorp Rio Pico binnen, en die maakt een eind aan de bijzondere rol die film tot dan in dit afgelegen gehucht heeft gespeeld. In Rio Pico bood tot ver in de jaren zeventig alleen de bioscoop vertier. Agresti's dertiende film is, net als het Italiaanse Cinema Paradiso van Giuseppe Tornatori, een warme vertelling over de goeie ouwe tijd van de cinema, toen die nog de enige was die de mensen over het leven en de liefde kon leren. Maar in Patagonië gaat het gekker toe dan op Sicilië. Daar werden door de priester alleen de kussen uit de film geknipt. In Rio Pico arriveren de films als ze al in alle andere dorpen van Argentinië vertoond zijn, en de projectionist last de gehavende stroken celluloid aan elkaar zoals het hem uitkomt. Naar die verhaspelde fantasiewereld, waarin elke film er een van Buñuel lijkt, verwijst de titel van de film, Door de wind gejaagd in plaats van Gejaagd door de wind, aldus een tweede leven gevend aan vier woorden wier volgorde sinds 1939 voorgoed leek vast te liggen (de Engelse vertaling, Wind With the Gone is onzinniger maar lelijker, het Spaanse origineel wellicht ook).

Het is jammer dat de kijker niet zelf mag merken hoe verknipt de kijk op de wereld van de dorpelingen door die verhaspelde films is geworden. Het wordt je alras verteld door een buitenstaander, de taxichauffeur Soledad (Vera Fogwill), die in het dorp strandt en verliefd wordt op de plaatselijke filmcriticus, die de hardste tik van de molen heeft gekregen. Hij draait oorzaak en gevolg steeds om en verwijt Soledad al overspel voor ze aan hem is voorgesteld.

Agresti's film zakt in als hij zijn belangrijkste troef uit handen heeft gegeven. Hij slaat dan een paar zijpaden in, die bijna allemaal ook met film te maken hebben, maar minder verrassen. De oudere dorpsbewoners maken een bioscoopjournaal, waarbij alle andere dorpelingen in de viswinkel waar de eerste aflevering wordt gedraaid, naar de camera zwaaien. De Franse ster Edgar Wexley (Buñuel-speler Jean Rochefort), wiens films erg populair zijn in Rio Pico, vereert het dorp met een bezoek en maakt een documentaire over Patagoniërs die vertellen over de tijd dat er nog helemaal geen bioscoop in Rio Pico was.

In Buenos Aires Vice Versa, de vorige goede film van Agresti, die in Nederland woont maar meestal in Argentinië werkt, gebruikte de regisseur de omgang van mensen met film en televisie als een maatschappelijk commentaar. In Door de wind gejaagd is de inzet van het bewegende beeld diverser en vrijblijvender. Aangenaam blijft de film, die vorig jaar onder luid boe-geroep de hoofdprijs won op het filmfestival van San Sebastian, ondertussen wel, misschien juist omdat het absurde in dit dorp zo goedmoedig in het dagelijks leven is opgenomen, alsof Buñuel hier prettig vakantie kon vieren. Het stuurloze, volle scenario doet een innemende poging het leven te imiteren, dat zich, omringd door kale velden en besneeuwde bergtoppen in viswinkels en op veranda's alleszins dragelijk toont. Als je auto in de buurt van dit dorp van een brug stort, wil je best dat het beeld even bevriest zodat je de omgeving goed in je op kunt nemen.

Door de wind gejaagd (El viento se llevó lo que). Regie: Alejandro Agresti. Met: Vera Fogwill, Angela Molina, Jean Rochefort. In: Rialto, Amsterdam; `T Hoogt, Utrecht, Lantaren/Venster, Rotterdam; Chassé, Breda; Poelestraat, Groningen.