Bijna op de grond

Toen de oorlog begon, gaf de Amerikaanse president twee verzekeringen: het regime van Miloševic zou worden verslagen, en het was volstrekt uitgesloten dat er grondtroepen zouden worden gebruikt. Na drie weken van bombarderen is een deel van de Servische infrastructuur verwoest. Militair zijn de Serviërs verre van verslagen. Hoeveel Kosovaren voor de Servische soldaten en `politie' gevlucht zijn, weet niemand, en evenmin wat er in Kosovo gebeurt. Maar Miloševic deelt het initiatief met zijn bestrijders en de roep om grondtroepen wordt steeds luider. Op deze pagina zijn uitvoerige artikelen verschenen waarin wordt betoogd dat de grondoorlog noodzakelijk is. Soortgelijke kan men lezen in Le Monde, de New York Times, de Volkskrant. Uit de enquêtes blijkt dat ook in de publieke opinie de steun toeneemt. Alle redeneringen gaan uit van hetzelfde standpunt: de NAVO kan en mag deze oorlog niet verliezen op straffe van haar ondergang. Het kan niet worden toegestaan dat een oorlogsmisdadiger als Miloševic de oorlog wint.

Eigenlijk zijn de grondtroepen al in aantocht. De NAVO stuurt 8000 soldaten naar het noorden van Albanië voor de opvang van vluchtelingen en de Apache-helikopters zijn in aantocht. Daarvoor is veel personeel op de grond nodig, en bovendien is het niet duidelijk of deze gunships nog tot de luchtmacht moeten worden gerekend of dat ze de modernste verschijningsvorm van de cavalerie zijn. De laatste dagen is sprake van grensincidenten met Albanië en Macedonië. Je moet wel historisch blind zijn om niet te zien dat de grondoorlog in versneld tempo iedere dag dichterbij komt. Als het gebeurt, ontstaan vier nieuwe vraagstukken. Zal daardoor het einde van de oorlog worden versneld? Zal het Westen zich opnieuw laten verrassen door politieke complicaties, zoals het zich heeft laten verrassen door de militaire? Zal, na een `gewonnen oorlog', het bondgenootschap in staat zijn de overwinning politiek te beheren, beter dan het, militair èn politiek, de oorlog heeft beheerd? En – wat in eerste aanleg het belangrijkste is – zal een meerderheid van de publieke opinie praktisch bestand zijn tegen wat ze theoretisch niet heeft uitgesloten: sneuvelen op het slagveld?

Wat verdraagt de publieke opinie? Aan het begin van de eerste Golfoorlog, acht jaar geleden, hoonde Saddam de Amerikanen. Met die oorlog van jullie wordt het niets, zei hij. ,,Jullie maag is te zwak om 30.000 doden te kunnen verdragen.'' Acht jaar later verschijnt Andrew Mortons boek Monica's Story. Zij en de president zijn in heimelijk rendez-vous. ,,Je hebt er geen idee van'', zegt de president, ,,hoe blij ik ben dat we samen kunnen zijn. Het is hier heel eenzaam. Dat begrijpen de mensen soms niet.'' (In Bosnië is dan juist een Amerikaanse soldaat gesneuveld.) Met tranen in zijn ogen gaat de president verder: ,,Het is echt heel verschrikkelijk als je beseft dat door jouw besluit iemand zijn leven heeft verloren.'' Saddam had het al vroeg scherp gezien.

Bush, Baker, Powell en Schwarzkopf hadden de Golfoorlog beter voorbereid dan de NAVO deze. Dat was in 1991, een mijlpaal in de krijgsgeschiedenis. Vóór die tijd, nog in de eerste helft van deze eeuw, dachten de volken in nationale collectieven als het oorlog was: `de' Amerikanen, `de' Russen, `de' Hollanders, `de' Duitsers. In de loop van de Koude Oorlog werd het denken in nationale collectieven ondergeschikt aan dat in ideologische collectieven. Voor de Amerikanen is Vietnam de laatste nationale en ideologische mobilisatie die tot grootscheepse inzet van grondtroepen heeft geleid. Van de nederlaag is men nog niet hersteld.

Na de Koude Oorlog voltrekken zich dan parallel twee ontwikkelingen. Het Westen bereikt een nieuw stadium in de bewapening. De oorlog zal voortaan steeds verder geautomatiseerd worden. De oude symbolen, de Dikke Bertha, de tank en de infanterist zijn voorgoed verleden tijd, en vervangen door de onzichtbare bommenwerper, het geleide projectiel en de smart bomb. En in plaats van de collectieve nationale emoties van hele volken komen de enquêtes waarin onderzocht wordt in hoeverre een oorlog of een aanstaande oorlog op bijval van de openbare mening kan rekenen; anders gezegd, verkoopbaar is. De kans op bijval is groter naarmate er minder wordt gesneuveld terwijl de overwinning aan het einde van de productielijn waarschijnlijker is. In deze parallelle ontwikkeling leek de Golfoorlog een tussenfase op weg naar de volstrekte risicoloosheid.

Het defensiebeleid van de meeste Westelijke landen is al of niet uitgesproken op deze nieuwe opvattingen gebouwd. In de collectieve verdediging wordt axiomatisch vertrouwd op de superieure Amerikaanse technologie. De dienstplicht is afgeschaft. Personeel voor de strijdkrachten wordt geworven met advertenties waarin de nadruk wordt gelegd op `vredestaken' en ander positief werk. De beroepssoldaat wordt een avontuurlijk leven in het vooruitzicht gesteld: het `omgaan met interessante apparatuur' en supersonisch vliegen of rijden in een tank met een motor van honderden pk's. Dat is iets anders dan een beetje crossen op een brommer. De plastic zak waarin een soldatenlichaam past hoort niet tot een reclamecampagne, want niet tot de cultuur van onze politiek en natie. Sneuvelen doe je in dit stadium van de beschaving hoogstens op een stapavond, na een voetbalwedstrijd of in het verkeer, maar niet in de oorlog.

Dit dreigt op de Balkan een vergissing te worden. De oorlog is geen productieproces gevoerd door soldaten die wel willen doden maar niet gedood willen worden. En nu blijkt dat de militaire fabriek vastloopt op een ouderwetse, achterhaald gewaande combinatie van dictatuur en nationalisme. De militaire, politieke en diplomatieke elite staat voor een verschrikkelijke mislukking die tot iedere prijs moet worden vermeden. Wat is `iedere prijs'? De prijs die wordt uitgedrukt in soldatenlevens.

Wat wil je? schrijven bevoegde, betrouwbare, gewetensvolle politici en commentatoren van naam (Richard Lugar, Tony Judt, William Pfaff, Thomas von der Dunk). Het beroep van militair kan nu eenmaal met zich meebrengen dat je je leven kwijt raakt! Ik betwijfel of de militair van nu er ook nog zo over denkt. Ik geloof eerder dat hij uit de krijgskunst en de politiek een andere indruk heeft gekregen. Als er vandaag of morgen grondtroepen worden `ingezet', wil dit zeggen dat de soldaat, in een ouderwets-hachelijke situatie, de politieke en militaire leiding van het Westen van een fiasco moet redden. De waarde of onwaarde van het nagestreefde doel nu buiten beschouwing gelaten: hem en de publieke opinie was iets anders beloofd.